Ik heb nu mijn vrijheid terug

Edward Kriek was boos op het zorgsysteem. Hij wilde weer ‘gewoon dokteren’ en verruilde zijn praktijk in Almelo voor een onzekere toekomst op het Franse platteland. ‘Je moet creatief zijn als je opnieuw begint.’

Na enige omzwervingen werkt 'docteur' Edward Kriek tegenwoordig in het Franse dorp Grolejac (Dordogne).

Huisarts Edward Kriek was het zat. „Ik wil en kan niet functioneren in het huidige zorgsysteem”, schreef hij begin dit jaar aan zijn 2.400 patiënten in Almelo. „Ik vertel u dit met pijn in het hart. (…) Op deze wijze doorgaan is geen optie.”

Hij vertelde dat hij zijn oog had laten vallen op een praktijk in de Franse Vogezen, waar hij en zijn vrouw Bianca al jaren een vakantiehuis hebben. De dorpsdokter noemde hij een ‘rare snuiter’ maar: „we redden het samen wel”. Een „intensieve talencursus” en het echtpaar Kriek kon dat nieuwe leven beginnen.

Edward (54) en Bianca Kriek (53) hadden al langer plannen naar Frankrijk te gaan. In april 2014 kwam ik ze voor het eerst tegen bij een voorlichtingsbijeenkomst in de Bourgogne van de Nederlandse artsenrekruteerder Jan van der Lee. Er is een groot tekort aan artsen buiten de steden en Van der Lee helpt burgemeesters die gaten op te vullen. Met een hapje en een drankje vertelden eerdere emigranten wat Kriek kon verwachten. „Bureaucratie heb je in Frankrijk natuurlijk ook”, waarschuwde een chirurg. „Denk niet dat je hier ook maar iets kunt veranderen”, zei een bedrijfsarts. „Het decor is mooi, maar weet dat je minstens zo hard moet werken als in Nederland.” Kriek hoorde het allemaal aan. „Ik wil weer gewoon dokteren”, zei hij. Kort daarvoor had hij door alle verzekeringsstress zelf gezondheidsproblemen gekregen. Dat was de druppel. „Met hard werken heb ik geen probleem”, zei hij. „Maar de manier waarop zorgverzekeraars inhoudelijke beslissingen in mijn praktijk hebben overgenomen, bevalt me niet.”

Het duurde nog bijna een jaar voor het plan uitgevoerd kon worden. „Maar op een gegeven moment moet je de knoop doorhakken.”

Donderdag 23 april 2015 Préporché (Nièvre)

„Als je na vijf maanden de subjonctif niet onder de knie hebt, gaan ze praten hoor”, zegt Maarten Stroes, leraar Frans. „Oh la la, die Nederlandse dokter...”

Kriek maakt zich nog geen zorgen, zegt hij opgeruimd. Maar hij moet eerst terug naar school voor een spoedcursus medisch Frans van een week. Stroes heeft menig uitgeweken arts bijgespijkerd.

Kriek had alleen middelbareschool-Frans. Bij hun huis in de Vogezen maakt hij praatjes met de buren, zegt hij. Maar het valt hem nu op hoe weinig hij eigenlijk weet. „Maarten haalt het maximale uit me”, zegt hij. „Maar hij gaat net niet zo ver dat ik gedemotiveerd raak.”

Aan de hand van de twintig meest voorkomende consulten, doen ze deze ochtend rollenspellen. Over diabetes, hartkwalen, en de Franse volksziekte nummer één: depressie.

„Zijn er nog activiteiten die u wél plezier geven?” vraagt Kriek in zijn beste Frans aan Maarten. „En, denkt u wel eens aan de dood?” Stroes onderbreekt hem. „Denk eraan, Edward, ik zeg het maar meteen: antidepressiva heten hier antidépresseurs. Instinkertje.”

Dan zet Stroes een YouTube-filmpje aan om een Frans consult te ontleden. „Ook de cultuur is soms anders dan we gewend zijn”, zegt hij. Een jonge vrouw kondigt blij aan dat ze zwanger is en vraagt wat haar te wachten staat. De Franse arts in het filmpje hoort het met strakke blik aan. „Rookt u?”, vraagt ze onbewogen.

„Fransen hebben een veel academischer en afstandelijker benadering dan wij gewend zijn”, zegt Stroes. Kriek kijkt weer wat geschrokken. „Maar het hoeft niet per se op zijn Frans hoor!”, zegt Stroes. „Soms zijn er patiënten die het juist heel erg bevalt als je het persoonlijker aanpakt. Heb je het daar met je collega in de Dordogne al over gehad?”

Er valt een stilte. In de Dordogne? Maar hij ging toch naar de Vogezen?

„Ja, een lang verhaal”, begint hij. „Ik zei destijds al dat de dokter met wie ik zou gaan samenwerken een rare man was? Het voelde niet goed. Als je een praktijk gaat delen, is dat toch een soort huwelijk. Na lang wikken en wegen hebben we besloten toch niet naar de Vogezen te gaan. Bianca wilde ook iets meer warmte. Dus het is de Dordogne geworden.”

Met de camper en de vier honden zijn ze naar het Zuiden getrokken. „Het klikte meteen”, zegt Kriek over de huisarts in het toeristenplaatsje Carsac-Aillac die hij opvolgt. Hij hoopt 1 juni te kunnen beginnen, maar de registratie laat op zich wachten. „Parijs heeft geen haast”, zegt hij. Stroes vervolgt het oefenconsult. „Even geen rauw vlees of rauwmelkse kazen eten”, zegt Kriek in prima Frans. „En natuurlijk…”. Hij aarzelt. „Wat is in hemelsnaam een kattenbak?”

Donderdag 16 juli 2015, Groléjac (Dordogne)

De datum 1 juni bleek iets te optimistisch. Maar een maand later waren de dokterspapieren toch binnen. „Ze checken echt alles hier”, zegt hij. Op 1 juli kon Kriek zich bij de Kamer van Koophandel inschrijven als vrijgevestigd médecin généraliste in Carsac-Aillac. Maar ook dat bleek niet de plek waar hij ging werken.

„De burgemeester kwam zijn afspraken niet na”, legt Kriek uit. „Ik kreeg van een buurgemeente een beter bod.” Dus op het laatste moment gooide hij de plannen opnieuw om en begon aan gene zijde van de Dordogne, in het dorp Groléjac.

Het is hartje zomer, bijna veertig graden. De meeste auto’s op het parkeerterrein hebben een Nederlands kenteken. ‘Docteur Edward Kriek’, staat op een provisorisch bordje. In de wachtkamer, die naar verse verf ruikt, zit een Britse vrouw die lang heeft gereden op zoek naar een Franse dokter die Engels zou spreken.

„De burgemeester van Groléjac heeft dit helemaal voor me ingericht, met tijdschriften voor de wachtkamer en al”, lacht hij. De apparaten en de behandeltafel verhuisde hij in de aanhangwagen hier naartoe. Aan de muur hangt een kunstwerk van een ex-medewerkster.

„Hij wilde zó graag een dokter, ik hoef een jaar geen huur te betalen.” Maar er was toch al een ander contract? „Ja, ik denk dat er wel wat rivaliteit tussen die burgemeesters bestaat. Maar ik hoop zoveel mogelijk buiten de politiek te blijven, daarvoor is het hier te klein.”

Gewoon „dokteren” gaat eigenlijk best aardig, concludeert hij na ruim een week. „Mijn grootste angst was dat ik hier achter mijn bureau zou zitten en dat er niemand zou komen. Maar ik was nog niet begonnen of ik had allemaal afspraken. Misschien zit ik in een soort wittebroodsweken, maar ik geniet echt met volle teugen. De cultuur, de prachtige omgeving, het werken, alles stemt me tevreden. Ik heb Nederland nog geen seconde gemist. Die negativiteit, wie zou dat missen?”

Bianca, die in Almelo in de praktijk hielp, is hier niet aanwezig. „In Frankrijk is het fenomeen doktersassistent helaas wat minder gangbaar”, zegt Kriek. Hij heeft een ‘telesecretariaat’, dat op afstand de afspraken plant. „Ik heb niet te veel willen veranderen. Maar voor mijn vrouw is het wel even wennen.”

Te meer daar ze nog altijd op de camping wonen. „In het voorjaar hadden we de camping voor ons zelf. Maar nu is het hoogseizoen.” Met een huis in Lelystad en een vakantiehuis in de Vogezen, lukte het als beginnend Franse zelfstandige niet een hypotheek te krijgen. Na lang zoeken vonden ze in het nabijgelegen stadje Sarlat een huisje dat deels met een lening van de eigenaar gekocht kon worden, maar daar kunnen ze pas in augustus in. „Dus nu nog tussen de toeristen”, zegt Kriek blijmoedig.

Lopend doet hij het eerste huisbezoek van deze middag. De patiënt, een oudere man, woont bijna naast de praktijk. Zijn vrouw doet open. „Volgens het ziekenhuis heeft hij geen alzheimer, dokter. Maar hij vergeet echt alles.”

Ça va, monsieur?” vraagt Kriek.

„Oui”, antwoordt de man.

„Ja, met hem gaat het altijd goed”, bitst de vrouw. „Maar voor mij is het moeilijk, dokter.” Ze zet een schoenendoos vol pillen en medische paperassen op tafel.

Als Kriek een recept uitschrijft, spiekt hij op zijn telefoon voor de Franse merknaam. „Lastig, alles heet hier anders.”

Daarna rijden we over plattelandsweggetjes die nauwelijks breed genoeg zijn voor de oude Mercedes van Kriek. „Heerlijk hier”, zegt Kriek tevreden om zich heen kijkend. Maar het huis van meneer Le Moine is niet te vinden. „Straatnamen en huisnummers zouden best handig zijn”, mompelt hij. Hij belt met het telesecretariaat. Na een paar rondjes dolen vindt hij het huis. Meneer Le Moine woont in de verbouwde garagebox van zijn dochter. „Voor iemand van 88 jaar oud”, zegt hij, „gaat het goed hoor, dokter. Ik lees, slaap en kijk tv.” Hij pakt een exemplaar van het weekblad Le canard enchaîné van een tafeltje. „Kent u dat dokter?” Kriek schudt zijn hoofd, maar belooft zich erin te verdiepen. Hij neemt de bloeddruk op, en vult met hulp van de dochter formulieren voor medicijnen in.

„Mensen zijn zo blij dat er een dokter is die huisbezoek doet, dat ze je met alles helpen”, zegt hij, terug in de auto. „Als ik er niet uitkom met mijn Frans, helpen ze een handje.” Maar op zijn telefoon staat ‘Google Translate’ altijd open.

Via het plaatselijke bejaardenhuis, waar hij een receptje afgeeft, rijdt Kriek aan het eind van de middag naar de camping aan de Dordogne. Achter een heggetje zit Bianca met de vier aangelijnde honden bij de camper. Die zijn „uitgeput”, zegt ze. „Ze zijn een tuin van 5 hectare in de Vogezen gewend, nu moeten ze blijven liggen om de buren niet tot last te zijn.” Om af te koelen hebben de honden een babyzwembadje gekregen. In de camper zoemt een airco. „Spijt heb ik niet”, zegt Bianca. „Maar ik vraag me soms af of we niet beter in de Vogezen hadden kunnen beginnen.”

Op de weg terug naar de praktijk wijst Kriek op een kasteeltje in de heuvels. „Ik had gehoopt dat we in zo’n huis terecht waren gekomen.”

Maandag 7 december 2015, Groléjac/Sarlat (Dordogne)

In de wachtkamer klinkt dancemuziek. De spreekkamer laat nogal wat geluid door, dit is de oplossing. „Je moet creatief zijn als je opnieuw begint”, zegt Kriek als hij de spreekkamerdeur openzwaait. Twee Franse patiënten wachten op de dokter. „Het gaat geweldig”, zegt hij en gebaart een van de patiënten binnen.

Maar dat blijkt schone schijn. „We hadden vandaag een mopperdag”, zegt Kriek ’s avonds aan tafel in een restaurant in het stadje Sarlat. De honden zijn nog steeds van slag en hadden het huis bevuild. „We hebben geen kinderen, maar het is niet anders: onze honden willen rust, reinheid en regelmaat. Die kunnen we maar moeilijk bieden.” Een hond was al eens in het zwembad van het luxehotel aan de overkant gesprongen, een ander zit achter de puppies van de buren aan.

En dan het huis. Dat bleek geen elektriciteit te hebben. En het dak moest vervangen omdat de regen in stralen naar binnen liep. De bouwvakkers die eindelijk een douche zouden aanleggen, kwamen niet opdagen. „We douchen bij vrienden”, zegt Edward. Daar kijkt hij ook naar PSV, zijn favoriete voetbalclub. „En ik kook nog in de camper in de tuin”, zegt Bianca. „Achteraf bezien hadden we misschien een technische keuring moeten laten doen. ”

Hij bestelt biefstuk, zij vis.

„Het is eigenlijk de eerste keer dat we hier in een restaurant zijn”, zegt hij. „En van de omgeving hebben we ook nog niet veel gezien.”

Zij: „We zijn hier voor het werk .”

Hij: „En dat bevalt nog steeds hoor. Ik kom regelmatig met zakken vol champignons of tomaten thuis als ik spreekuur heb gereden. Maar het is best druk. Het doel was: vijftien patiënten per dag om genoeg te verdienen. Ik was bang dat het na het toeristenseizoen stil zou zijn, maar ik zie nu vaak 25 en soms zelfs 30 mensen op een dag. Ik werk vaak van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds.”

Zij: „Je wilt natuurlijk investeren in je patiëntenrelaties, dus je neemt wat extra tijd. Dat vind ik heel goed.”

Hij: „Als Bianca’s Frans wat beter wordt, kan ze de administratie overnemen.”

Zij: „Ik wil niets liever dan werken. Maar eerst die verbouwing.”

Hij: „Want ja, natuurlijk heb je hier ook veel administratie. Maar anders dan in Nederland. Daar werd de dokter met argwaan bejegend. De zorgverzekeraars zagen me niet als geneesheer maar als potentiële fraudeur.”

Dat Nederlandse huisartsen, verzekeraars en het ministerie van Volksgezondheid dit najaar een akkoord hebben gesloten over minder bemoeienis heeft Kriek „positief verrast”, zegt hij. „Maar het stelsel blijft asociaal. In Frankrijk raakt de caisse ook leeg, maar hier hebben mensen nog een goede basiszorg.”

En: „Hier heb ik mijn vrijheid. Daar was het allemaal om begonnen.”