Ik ging terug naar mijn geboorte

De moeder van Layla ter Horst wilde per se thuis bevallen, in Hongarije, hoewel dat illegaal was. Achttien jaar later zocht Layla de vroedvrouw van toen op, en vond het begin van haar persoonlijkheid.

Layla ter Horst. Onder: de voorpagina van NRC Handelsblad van 24 december 1997 met het stuk over haar geboorte. Foto David van Dam

Als baby van twee weken haalde Layla ter Horst (18) de voorpagina van de krant. „Ik zeur altijd dat ik geen geboortekaartje heb, en dat er geen advertentietje in de krant stond. Totdat mijn vader een stapel oude knipsels tegenkwam. Hij zei: ‘Je stond wél in de krant, kijk maar!’ Toen ik geboren werd was hij correspondent voor NRC Handelsblad in Boedapest. Op Kerstavond 1997 schreef hij over hoe ik op de wereld gekomen ben.

„Mijn moeder wilde per se niet in een ziekenhuis bevallen. Door een slechte ervaring krijgt zij de kriebels van ziekenhuizen, en bovendien vindt ze dat zwangere vrouwen geen patiënten zijn. Op de dag dat mijn oudere zusje geboren zou worden, in Zuid-Afrika, beklom ze nog de Tafelberg. Ze vond ook dat ze de avond na de bevalling best wel weer avondeten kon maken. Zo is mijn moeder. Als je haar kent, weet je dat het voor haar echt geen optie was om niet thuis te bevallen.

„Maar in Hongarije was het toen ik geboren werd – en nu nog steeds – illegaal om thuis te bevallen. Illegaal, dat woord in dat krantenknipsel deed ’t hem, dát had ik mijn ouders nooit horen zeggen. Zij zijn dus echt tegen de wet in gegaan. Officieel is dat verbod er uit angst voor complicaties bij de geboorte. Maar corrupte dokters in Hongaarse ziekenhuizen vonden dat ze te weinig geld zouden verdienen als ze bevallingen overlieten aan vroedvrouwen – bij bevallingen is het gebruikelijk om de arts een ‘dankbaarheidsfooi’ te betalen. Best wel corrupt. Dat hoorde ik van Agnés Géreb, de vroedvrouw die bij mijn geboorte was. Ze was in die tijd de enige arts in haar land die thuisbevallingen begeleidde.”

Vrije wil

„Ik vond dat zó raar om te lezen, dat je niet thuis mag bevallen. Ik was toen op school bij filosofie net bezig met ethiek, met vrijheid, vrije wil. Dit verbod voelde voor mij net zo gek als wanneer de overheid zou voorschrijven wat voor schoenen je moet dragen. Ik zou zelf in die situatie trouwens echt niet voor een thuisbevalling gekozen hebben. Om precies dezelfde reden dat mijn vader het ook eigenlijk niet wilde: omdat je je begeeft in een politieke strijd waar je slachtoffer van kunt worden.

„Als je tegenwoordig als hoogzwangere vrouw in Hongarije toch naar een ziekenhuis moet en de artsen merken dat je via Agnés Géreb komt, zeggen ze: we komen zo bij u. Liever zouden ze je helemaal niet meer helpen. Dat risico zou ik niet durven nemen. Ze is inmiddels een beroemde naam, aanvoerder van een groep voorvechters van thuisbevallingen.

„Ik was gefascineerd en besloot mijn profielwerkstuk over Agnés Géreb te schrijven. En haar op te zoeken. Ik was een van de eerste baby’s die ze op de wereld heeft gezet, inmiddels heeft ze meer dan 3.500 geboortes begeleid. Toen in 2007 twee baby’s zijn overleden, werd haar haar artsenlicentie afgenomen. Toch ging ze door.”

Gevangenis

„In 2010 is ze gearresteerd, ze heeft maanden in de gevangenis gezeten en heeft nu nog altijd huisarrest. Ik vond dat eerlijk gezegd best dom van haar. Er is een wet waar ze het niet mee eens is, maar het is wel een wet. Of ze nu nog bevallingen begeleidt? Haar proces loopt nog – de komende drie jaar mag ze geen misstap begaan, of ze gaat tien jaar de gevangenis in.

„Wat ik van haar wilde weten was hoe het zover gekomen is: hoe ze haar zin zo ver had doorgedreven dat ze nu door de overheid in de gaten wordt gehouden. Toen ik haar ging ontmoeten – samen met mijn moeder – verwachtte ik een vastberaden feministe, die zich was gaan gedragen naar het beeld dat er van haar was ontstaan. De illegale vroedvrouw, de held, de crimineel. Ik hou heel erg van mensen die ergens in geloven, maar ik erger me eraan als ze ermee te koop lopen.”

Anderen gelukkig maken

„Maar ze bleek een heel lieve, zachtaardige vrouw. Iemand die werk wilde doen waar ze gelukkig van wordt en anderen gelukkig mee kan maken. Toen ze met mijn moeder sprak over mijn geboorte, was ze zo lief en ontroerd. Hoe ze overkwam leek niet te corresponderen met haar activisme. Dat vond ik fijn.

„Ik denk dat ik de leeftijd heb om bezig te zijn met grote vraagstukken: bijvoorbeeld welke vrijheden de overheid van ons mag wegnemen. Ik dacht ook dat mijn werkstuk daarover zou gaan, over het communisme, het Oostblok. Het werd persoonlijker. Door me hierin te verdiepen kon ik me een mening vormen over waar ik vandaan kom, over een heel belangrijke keuze van mijn ouders. Het gaat zo’n beetje letterlijk over het moment waar ik ben ontstaan. Waar het eerste deel van mijn persoonlijkheid gevormd is.

„Mijn ouders verschilden destijds van mening over Agnés: mijn moeder vond haar fantastisch, mijn vader vond haar een zweefteef. Zweverigheid, daar heb ik niets mee, daarin ben ik net mijn vader. Maar toch dacht ik ook altijd dat ik veel van mijn moeder heb. Ik vind het belangrijk om te leren hoe je nadenkt. Dit heeft me geleerd hoe ik gevormd ben, in hoeverre gevoel bij mij meespeelt of juist ratio. Ik vind dat je vrij moet zijn om je mening te geven, maar niet op een verongelijkte manier. Een beetje die eigenwijsheid van mijn moeder en de ratio van mijn vader. Ze zijn trouwens allebei heel koppig.”

„Mama en papa hebben in de tijd dat ze in Boedapest woonden wel samengewerkt: hij schreef, zij fotografeerde. Toen we thuiskwamen uit Boedapest zei mama dat ik haar zó aan mijn vader deed denken. De manier waarop ik te werk ging was zó hoe papa het deed. Mijn moeder heeft destijds trouwens een fotoreportage over de hele thuisbevallingssituatie gemaakt. Dus mijn vader maakte een reportage, mijn moeder maakte een reportage – nu ben ik erop doorgegaan. Het voelde daardoor ook alsof de geschiedenis, omdat ik hem oppakte, weer het nu werd. Dat was heel gaaf.”