Hoe nu verder met de windmolens?

Het afstemmen van de wet Stroom maakt het lastig de afspraken over duurzame energie na te leven. Is de schade te repareren?

Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) dinsdagavond tijdens de behandeling van de wet Stroom in de Eerste Kamer, waarbij de aanleg van vijf grotewindmolenparken op zee vertraging opliep.

Iedereen speelde hoog spel en bijna niemand had er rekening meegehouden dat het mis zou kunnen lopen. Toch gebeurde het. Dinsdagavond stemde de Eerste Kamer met 38 stemmen om 37 tegen de zogenoemde wet Stroom. Een besluit met grote gevolgen. Afspraken over meer duurzame energie komen in gevaar.

De tegenstemmende partijen in de Senaat lieten de wet sneuvelen vanwege het zogeheten ‘groepsverbod’. Dit is de passage die de splitsing van elektriciteitsbedrijven in een commerciële tak en een netwerktak, verplicht stelt. Maar de wet bevatte óók een artikel waarin de rol van Tennet was vastgelegd als netbeheerder op zee. Een cruciale schakel voor de belangrijkste stap in verdere verduurzaming: de aanleg van vijf gigantische, nieuwe windparken op zee voor de Noordzeekust.

Kamp had nog gewaarschuwd dat „nee zeggen” geen enkele invloed zou hebben op de splitsing. „Het groepsverbod blijft in stand en we lopen met de windmolenparken een vertraging op van minimaal een half jaar. Daarmee lopen de duurzaamheidsdoelstellingen uit het Energieakkoord mogelijk ook vertraging op.”

De kater was woensdagochtend dan ook groot. Het spel in de Eerste Kamer heeft alleen maar verliezers opgeleverd. De energiebedrijven Eneco en Delta zien hun lobby in Den Haag beloond: een meerderheid heeft zich tegen de opsplitsing gekeerd. Maar daarmee schieten ze weinig op zolang datzelfde groepsverbod blijft bestaan.

De botsing die dinsdagavond plaatsvond, gaat terug tot 2006. Toen werd besloten energiebedrijven te liberaliseren. Ze mochten elkaar op de vrije markt gaan beconcurreren met hun productie en handel, maar moesten hun netwerken afstoten. Die bleven in overheidshanden om zekerheid te garanderen voor de afnemers.

Nuon en Essent werden hierna voor vele miljarden overgenomen door respectievelijk het Zweedse Vattenfall en het Duitse RWE. De provincies die deze nutsbedrijven verkochten, teren nog altijd op de opbrengsten van die deals.

Verzet tegen afsplitsing netwerken

Eneco en Delta hebben zich altijd tegen de splitsing verzet. Zij willen verdergaan als ‘geïntegreerde’ bedrijven omdat hun financiële basis anders te klein wordt om leningen aan te trekken die nodig zijn voor investeringen in duurzame energie. En om te voorkomen dat ze worden opgekocht. Bovendien, zo stellen de twee bedrijven, is de splitsing in Nederland veel verder doorgevoerd dan in andere landen van de Europese Unie. Met als gevolg dat Nuon en Essent nu in handen zijn van buitenlandse moederbedrijven die zelf nog wel hun netwerken hebben.

De bepaling werd in 2008 van kracht in de zogeheten Wet op de Netwerken (WON). Eneco en Delta hebben deze wet tot in de hoogste instantie aangevochten, maar de Hoge Raad bepaalde afgelopen zomer dat niks de uitvoering meer in de weg staat. De strijd verplaatste zich daarop naar Den Haag waar diezelfde WON opnieuw aan de orde kwam als onderdeel van de Wet Stroom. De Tweede Kamer stemde voor, de Eerste Kamer uiteindelijk dus niet.

Tennet noemt de uitslag „teleurstellend” omdat er nu geen netbeheerder op zee kan worden aangewezen. „De ontwikkeling van wind op zee in Nederland loopt hiermee vertraging op.”

Vertraging op zee onvermijdelijk

De grote vraag is hoeveel. Kamp dreigde dat er zeker een half jaar vertraging zou zijn. Dat zou betekenen dat Nederland niet kan voldoen aan internationale duurzaamheidsafspraken: 14 procent duurzame energie in 2020 en 16 procent in 2023.

Energiejurist Roland de Vlam (Loyens en Loeff) betwijfelt of het zolang moet duren. Hij wijst erop dat een noodwet die de positie van Tennet regelt, zodat de netbeheerder op zee de benodigde infrastructuur kan aanleggen, binnen een maand of twee rond kan zijn. Voor de nieuwe rol van Tennet bij de windparken op zee, bestaat immers wel een meerderheid.

Ook de milieuorganisaties Greenpeace en Natuur en Milieu benadrukken dat niet tegen wind-op-zee is gestemd „maar tegen de splitsing”. De schade is volgens deze medeondertekenaars van het Energieakkoord „repareerbaar”, „als de zaken uit elkaar worden getrokken”. De organisaties noemen de windparken „onmisbaar”.

Verschillende bronnen stellen dat Kamp wel degelijk een noodwet in voorbereiding heeft, ook al betoogde hij in de Eerste Kamer stellig dat hij „geen plan B” had. Maar met een noodwet die de positie van Tennet regelt, hebben Eneco en Delta hun overwinning nog niet verzilverd. Jeroen de Haas (Eneco) pleit daarom voor een aanpassing van de wet Stroom waarin het groepsverbod ongedaan wordt gemaakt. Topman Arnoud Kamerbeek van Delta benadrukt dat een „duidelijke meerderheid in de Eerste Kamer nu heeft onderstreept dat splitsing slecht is voor Nederland.”

Zowel Eneco als Delta roept de politiek op „om snel uit deze impasse” te komen. Saillant detail is dat beide energiebedrijven ook in de race zijn om, in een consortium van bedrijven, mee te dingen naar de opdracht om windparken te bouwen en exploiteren voor de kust van Zeeland, Borssele 1 en 2.

De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) wijst intussen op de schade die is aangericht aan het imago van Nederland als betrouwbare partner. De aanleg van windparken op zee is een kwestie van miljarden, daar zijn buitenlandse partners voor nodig. „Die houden niet van de onzekerheid die nu is ontstaan.”