Gulle gevers zijn niet altijd rijk

We geven veel geld aan goede doelen, zeker rond Kerst. En dat kan gerust 1.000 euro zijn.

Illustratie XF&M

Ze lijken je altijd aan te spreken als je net de trein moet halen: studenten met lidmaatschapsformulieren of collectebussen voor goede doelen. Ze dragen jassen van het Wereld Natuurfonds of Oxfam NOVIB en wie niet snel genoeg doorloopt moet haast van steen zijn om de wervingsteksten te weerstaan. Want natuurlijk geef je wel om hongersnood in Afrika en die paar euro kan ook geen kwaad. Het is tenslotte bijna Kerst.

Of het het vooruitzicht op een nieuwjaarsbonus is of toch de kerstgedachte, in december zijn we altijd net wat vrijgeviger. En dat komt ook doordat er veel eindejaarsacties van en voor goede doelen zijn. Zo is het Glazen Huis van 3FM’s Serious Request inmiddels bijna een landelijke traditie. De laatste drie jaar lag het opgehaalde bedrag steeds rond de 12 miljoen euro. En blijkbaar hebben die acties zin.

We hebben de afgelopen jaren steeds meer gegeven, meldde het CBS vorige week. Lag het gemiddelde bedrag dat een Nederlands huishouden jaarlijks aan goede doelen schenkt begin deze eeuw nog rond de 250 euro, inmiddels is dat opgelopen tot 400 euro.

‘Delen wat je hebt’

Bovendien is er een hele groep vrijgevigen die meer dan 1.000 euro per jaar of per donatie geeft. Dat zijn echt niet allemaal miljonairs, blijkt uit recent onderzoek van verschillende vermogensfondsen in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij ondervroegen ruim 700 respondenten naar hun geefgedrag. Meer dan de helft (60 procent) van de ondervraagden die in 2014 minstens een keer 1.000 euro of meer gaven, heeft een vermogen van minder dan een miljoen euro. Bijna de helft van die groep heeft een inkomen lager dan 100.000 euro per jaar.

Louis Oosterom (50) is zo iemand. Hij is projectmanager bij een bedrijf voor metaalbewerking en heeft een bovenmodaal inkomen van ongeveer 80.000 euro per jaar. Hij geeft jaarlijks zo’n 5.000 euro, verdeeld over bijna dertig goede doelen. De meeste hebben een protestants-christelijke grondslag. „Ik heb van huis uit altijd geleerd niet te veel waarde te hechten aan bezittingen”, zegt Oosterom. „Mijn ouders hadden het niet zo breed, maar wat je hebt moet je delen, zeiden ze.”

Oosterom heeft onder andere een kindje in Nicaragua financieel geadopteerd, naar wie maandelijks 40 euro gaat. Daarvan kan het jongetje naar school. Oosterom begon met het sponsoren van buitenlandse kinderen toen hij zijn eerste dochter kreeg. „Wij hebben het geluk hier geboren te worden. Laat ik er dan voor zorgen dat in ieder geval één ander kindje ook goede kansen krijgt.”

Ook Dineke Vos (61) en haar man André hebben een sponsorkind in het buitenland. In 2008 leerden ze tijdens een vakantie in Nepal een Nederlandse vrouw kennen die een opvanghuis voor Nepalese kinderen ging opzetten. Vos: „We vonden het een heel mooi initiatief. Inmiddels zijn er twee huizen met kinderen en sponsoren we een jongetje voor zo’n 60 euro per maand. Daarvan krijgt hij bijvoorbeeld kleren en kan hij naar school en naar de dokter. We gaan elk jaar naar Nepal om te kijken hoe het met hem en de andere kinderen gaat.”

Bewust kiezen

Non-profitorganisaties denken vaak dat mensen pas veel geld schenken nadat ze zijn benaderd door het goede doel. Maar meer dan de helft van de grote gevers gaat juist zelf actief op zoek naar een organisatie. Ook Vos en haar man hebben de doelen heel bewust gekozen. „We willen dat alles besteed wordt aan het goede doel zelf en niet aan gigantische salarissen van bijvoorbeeld bestuursleden”, zegt Vos.

Alles bij elkaar schenken ze zo’n 950 euro per jaar. Naast het opvanghuis geven ze ook nog aan een aantal andere initiatieven in Nepal, en aan Wakker Dier en KWF kankerbestrijding. Dit jaar was het wat meer (1.600 euro) door extra giften na de aardbeving in Nepal. Vos: „We voelen ons heel betrokken. Nepalese mensen zijn zo weerbaar, terwijl ze met zoveel tegenslagen te maken krijgen. We willen hen steunen.”

Volgens het CBS zijn vooral ouderen vrijgevig. Mensen van 65 jaar of ouder geven zo’n 2 procent van hun uitgaven uit aan een goed doel. Dat is het dubbele van wat jongere huishoudens, tot 35 jaar, geven.

10 procent van krantenwijkfooi

Hedzer Ferwerda (70) steunt al jaren verschillende goede doelen. Dat hij met pensioen is, maakt voor hem niks uit. Hij is er niet minder om gaan geven. Per jaar geeft hij in totaal zo’n 700 euro. Een deel daarvan gaat naar Amnesty International en Greenpeace. Hij is biologieleraar geweest en wil zich graag inzetten voor een betere en groenere wereld.

Elk jaar met de belastingaangifte – veel giften zijn aftrekbaar, mits ze gedaan worden aan instellingen die bijdragen aan het algemeen nut of het sociaal belang – zet hij weer even op een rijtje welke doelen hij ook alweer steunt en of hij daar nog achterstaat. „Ik kijk dan de krantjes die organisaties sturen een beetje door, zodat ik weet waaraan ze het geld uitgeven.”

„Het is makkelijker geven aan een doel dat dichtbij je staat”, vindt ook Oosterom. „Als mensen in mijn omgeving hartklachten krijgen, geef ik sneller geld aan de Hartstichting.” De gedachte dat het goed is anderen te helpen, wil Oosterom ook overdragen op zijn kinderen. „We spreken bijvoorbeeld af dat ze 10 procent van de fooi van hun krantenwijk aan een goed doel geven. Ze mogen zelf kiezen welke. Zo leren ze dat de wereld groter is dan hun eigen omgeving.”