Er is geen systeem. Het is een loterij De vluchtelingen schrobden het dorp

Mazen en zijn vrouw Yara hebben een huis in Neubrandenburg. Khodr (5) leert Duits via YouTube. Foto’s Gert van Langendonck

Toen Mazen Ismail (32) eind augustus met vrouw Yara en kind aankwam in het dorpje Kletzin, stond dat meteen in de plaatselijke krant. Niet dat Mazen, in Syrië activist tegen het Assad-regime, zo belangrijk is: het nieuws was dat 16 Syrische vluchtelingen bij aankomst in dit dorpje van 150 inwoners in Mecklenburg-Voorpommeren meteen met de dood waren bedreigd.

Een man was met zijn auto voorbij de vluchtelingen gereden en had een niet mis te verstaan kill-gebaar gemaakt. Toen de politie de auto opspoorde, bleek hij toe te behoren aan een 20-jarige jongeman. Op de auto zat een sticker met de verboden Reichskriegsflagge. „Onze bus is hier onder politiebegeleiding aangekomen. De eerste dagen stonden we onder politiebescherming. We waren bang”, zegt Mazen.

De Syriërs hebben een woord voor Duitsers die tegen de komst van de vluchtelingen zijn: ze noemen hen nazi’s. Nu wonen ze bij hen in hun dorp. „Toen kwam Jörg. Hij en zijn vrouw organiseerden een welkomstfeest voor ons.”

Jörg Fürst Galino, 68, is een prins. Letterlijk: zijn familie is van Russische adel en vluchtte na de revolutie van 1917 naar Frankrijk. Zes jaar geleden kocht hij in Kletzin een oude boerderij. „De mensen hier zijn heel gereserveerd”, zegt hij. „Het is moeilijk vrienden maken, maar áls je een vriend maakt is het voor het leven.”

Tussen Jörg en Mazen klikte het meteen. Mazen was tijdens de reis van Turkije naar Duitsland al de natuurlijke leider van de groep. Jörg en Mazen sloten de handen ineen om de harten van de dorpsbewoners te veroveren.

Eerst waren er de bloemen. Jörg kocht ze en Mazen trommelde de andere vluchtelingen op. Elke inwoner van Kletzin kreeg een bloem als dank voor het onthaal. Mazen: „Ik belde aan bij een man met mijn zoontje. Hij was heel stug. Maar toen Khodr hem die bloem gaf begon hij te huilen en nam hij hem in zijn armen.”

Mazens volgende stap was om met de vluchtelingen alle straten van het dorp een grondige schoonmaakbeurt te geven. Toen was het dorp om. „Plots stond er een Duitse vrouw voor de deur. Ik kende haar niet. Ze moest Khodr hebben. Hij moest met haar kinderen komen spelen. Ze zijn uren weggebleven.”

Jörg belegde een vergadering met de dorpelingen. Veel mensen hier zijn ‘Volksduitsers’ of kinderen daarvan, zegt hij: Duitsers die na 1945 zijn gevlucht uit verloren gebied. „Ik heb gezegd: jullie zijn hier ook aangekomen als vluchtelingen. Jullie hadden niks behalve jullie kinderen. Wel, deze mensen zijn net als jullie toen. Dat heeft indruk gemaakt, denk ik.” Nu is er geen probleem meer in Kletzin, zegt Jörg, ook al zijn de 16 vluchtelingen er inmiddels 120 geworden, bijna evenveel als er inwoners zijn.

De slechte reputatie van Mecklenburg-Voorpommeren zorgt ervoor dat weinig vluchtelingen er uit eigen beweging naartoe komen. Dat heeft voordelen. Mazen en zijn gezin hebben nu een verblijfsvergunning van drie jaar, een tweedehands auto en een woning voor hen alleen in Neubrandenburg, een stadje op 65 kilometer van Kletzin. Van de groep van 49 die eind juli in Duitsland aankwam heeft pas een handvol die verblijfsvergunning op zak.

Het dorp heeft Mazen nog gevraagd om te blijven – er was een woning voor hem gevonden. Maar Kletzin was na drie maanden echt te klein, zegt Mazen, te ver van alles.

In Neubrandenburg hebben ze het best naar hun zin. Yara moet in februari bevallen: zij ontdekte dat ze zwanger was op de dag van het vertrek uit Turkije. Mazen schrijft af en toe stukjes over vluchtelingenkwesties voor een plaatselijke krant. Niet betaald, maar het is een begin.

Khodr (5) zit voortdurend op Mazens laptop om Duits te leren. Dat gaat onder meer via Deiaa Abdullah, een Syrische Koerd die via YouTube Duitse les geeft, speciaal gericht op Arabisch-sprekende nieuwkomers.

„Voorlopig zitten we hier goed”, zegt Mazen. „Misschien verhuizen we over een jaar naar een grotere stad: Frankfurt of Hamburg. Maar niet naar Berlijn: daar zitten te veel Arabieren.”