Elke nacht achter aansluiten voor papieren

Yara en haar man Homam wonen in Kreuzberg bij vrienden.

Toen de groep van Mazen in Duitsland aankwam waren zij die Berlijn hadden gekozen het gelukkigst. Terwijl de anderen in tenten of slaapzalen moesten slapen, zaten de Berlijners op kosten van de Duitse staat in een hotel. Het was zomer: er waren barbecues aan Berlijnse meertjes.

Vijf maanden later is de situatie omgekeerd: juist in Berlijn heeft nog niemand een verblijfsvergunning gekregen. „Het Lageso heeft mijn dromen kapotgemaakt”, zegt Yara Aldebeyat ( 21). Lageso, het Landesamt für Gesundheit und Soziales, is waar vluchtelingen in Berlijn naartoe moeten voor hun papierwerk. „Dat wil zeggen dat je om drie uur ’s ochtends buiten aanschuift in de hoop dat je die dag nog binnenkomt. Er wordt gevochten. Ik ga maar één dag per week naar Duitse les omdat ik alle andere dagen bij het Lageso sta.”

Haar man Homam Hamoudi (24) heeft een bijzonder probleem. Toen hij kort voor Yara in Duitsland aankwam, gaf hij al zijn papieren af in het eerste kamp: paspoort, studiepapieren, legerpapieren. „Ze zijn ze kwijtgeraakt”, zegt Homam. „Nu willen ze niet geloven dat ik Syriër ben. Op al mijn documenten staat: stateloos.”

Intussen zien Yara en Homam hoe anderen, zelfs Libanezen, die later zijn aangekomen wel een verblijfsvergunning krijgen. Yara’s moeder, een maand na haar gekomen, heeft al een verblijfsvergunning voor drie jaar en een huis in het Saarland.

Yara en Homam wonen nu in Kreuzberg bij Duitse vrienden. Eerst was dat gratis, maar Yara heeft voor elkaar gekregen dat het Lageso de huur betaalt in plaats van een plek in een Heim, een opvanghuis met gedeelde slaapkamers.

Ghaitha Shaar, een 30-jarige luitspeelster uit de groep-Mazen, heeft het een tijdje geprobeerd, zo’n Heim. Na maanden was het haar te veel geworden een kamer te delen met haar oudere broer. „Maar in het Heim was het net alsof ik terug was in Syrië”, zegt ze. „Als ik luit ging spelen, was er altijd wel iemand die op de deur klopte: ‘Wat ben je aan het doen?’”

Nu huurt ze een kamer bij Duitse vrienden, toevallig in de straat van het Lageso, waar ze uit haar raam af en toe de betogingen tegen en voor vluchtelingen kan zien. Ze stond erop de kamer te betalen. Die 230 euro neemt een flinke hap uit haar maandelijkse toelage van 320 euro. „Maar ik heb niet zo veel nodig.”

Ze is gelukkig, zegt ze, zeker nu ze herenigd is met haar eigen luit uit Damascus. Ze speelt in een Syrisch bandje dat repetitieruimte heeft gekregen van een Berlijnse universiteit; ze zingt daar ook in een koor. Af en toe geeft ze privémuziekles.

„Maar de laatste tijd ben ik ook triest”, zegt ze. „Ik moet veel meer dan in het begin denken aan onze reis hierheen en aan de mensen die in Syrië zijn achtergebleven.”