Een nieuw Stijlboek, maar geen zorgpolis

Hoe was het jaar van de ombudsman eigenlijk? Heel redelijk, dank u, mede door de ruim negenhonderd lezenswaardige berichten over de krant die ik het afgelopen jaar van lezers kreeg (vervolgberichten niet meegerekend). Op de valreep van het jaar zet ik een aantal zaken op een rij die mij het afgelopen jaar hebben beziggehouden, die zijn aangestipt en inmiddels een vervolg hebben gekregen dat gemeld moet worden.

Wat zijn hier eigenlijk de regels? Vragen soms niet alleen bezoekers en lezers, maar vaak ook redacteuren en medewerkers. Hoe moet je wederhoor vragen? Wanneer krijgt een verdachte initialen en wanneer niet? Hoe zit het met anonieme bronnen? Fundamenteler: wat vindt NRC Media belangrijk? Waar stáán die kranten en site eigenlijk?

NRC Handelsblad heeft een openbaar Stijlboek waarin die regels gaandeweg zijn vastgelegd, conform de Beginselen van de krant uit 1970. Niet als dogma’s (journalistiek is een ambacht, geen kloosterorde) of als oekazes (een redactie is een gemeenschap, geen fabriek). Eerder als beargumenteerde richtlijnen voor journalistiek handelen.

Dat Stijlboek is in de loop der jaren stukje bij beetje gegroeid en bijgewerkt, en daardoor bijna even onoverzichtelijk als overheidssoftware. Het afgelopen jaar is het grondig herzien, opnieuw ingedeeld en uitgebreid. Dat was ook nodig omdat de tijden zijn veranderd, de redactie aanzienlijk van samenstelling en organisatie is veranderd, en de behoefte aan normatieve richtlijnen navenant is toegenomen. Het vernieuwde Stijlboek, waarmee de journalistiek in de krant en op de site te toetsen valt, is nu te raadplegen op www.nrc.nl/stijlboek. En opnieuw, niet als dogma maar als handvat en work in progress, de tijden blijven immers veranderen.

Dat Stijlboek geldt voor alle NRC-titels. Vijf jaar geleden werden NRC Handelsblad, nrc.next en nrc.nl strategisch op afstand van elkaar geplaatst als aparte ‘merken’ met een eigen stijl en doelgroep. Sinds oktober is de koers nu omgekeerd en weer middelpuntzoekend: de titels zijn één soort ‘NRC-journalistiek’, gemaakt door één redactie. De ochtendkrant is in feite een vroege editie van de middagkrant, met een tweede katern voor het next-gehalte. Een wending die een eind moet maken aan de (tot voor kort versnelde) daling van de oplage in de ochtend.

Overigens, deze rubriek verschijnt nu dus ook in nrc.next. Op de site moet nog wel het een en ander gebeuren. De blogs daar (van de ombudsman, van juridisch redacteur Folkert Jensma, het klimaatblog van Paul Luttikhuis en het blog van de hoofdredacteur) waren bij de vernieuwing een tijd uit zicht verdwenen. Ze zijn terug, gelukkig, maar wel wat moeilijker te vinden: kijk onder het ‘Meer’ op de homepage nrc.nl. Mailen kan via ‘Contact’.

Het Stijlboek bevat ook regels voor bronvermelding. Geen detail, gezien de ophef dit jaar rond een stagiair van de Volkskrant die werd betrapt op plagiaat. Ik meldde destijds in deze rubriek dat ook NRC onderzoek deed: betrokkene publiceerde namelijk als student, vóór zijn stage, acht opiniestukken in nrc.next, waarvan één ook werd geplaatst in NRC Handelsblad. Resultaat: geen plagiaat, wel bleken drie van de opiniestukken door de auteur te zijn hergebruikt voor de Volkskrant en het Reformatorisch Dagblad.

Les, voor alle media: maak je regels duidelijk en handhaaf ze, voor ervaren en nieuwe redacteuren en medewerkers. Socialiseren is geen linkse hobby. De nieuwsdienst van NRC heeft de regels voor bronvermelding inmiddels nog eens onderstreept en aangescherpt. Voorkomen is beter dan genezen.

Dat geldt ook op andere terreinen. Mediabedrijven verdienen tegenwoordig geld met de verkoop van boeken en wijn, seminars en reizen.

Dit jaar kwam er een product bij: NRC Samen stelt lezers in staat ‘samen’ korting te bedingen op diensten, een veilingmodel dat al langer gebruikt wordt door de Consumentenbond, ANWB en verschillende media. De eerste veiling via NRC Samen (toen nog: NRC Collectief) betrof contracten voor gas en stroom. Als beste kwam een leverancier van groene stroom uit de bus.

Op de redactie leefden bezwaren: dit initiatief zou zowel de reputatie van het bedrijf als de redactionele onafhankelijkheid in gevaar kunnen brengen. Verweer van de directie: dit is een service aan de lezer die losstaat van de redactie en past bij de ondernemersvrijheid van de uitgever. Redactionele onafhankelijkheid is mooi, maar dan ook ‘commerciële onafhankelijkheid’. Ieder zijn vak. Ik schreef er hier over en pleitte voor voorzichtigheid met het merk NRC, dat is ‘geladen’ met begrippen als kwaliteit en betrouwbaarheid.

Dat die afweging niet eenvoudig is, bleek bij de tweede veiling, deze maand, dit keer voor zorgverzekeringen. Past zoiets wel bij een mediabedrijf? Voor zorgpolissen is die vraag nog dwingender dan bij stookkosten: ze raken immers lijf en leden. De zorgmarkt is bovendien complex en weinig transparant, zoals op de dag van de beoogde veiling nog eens bleek uit onderzoek van de NZa.

Het risico was nu te groot, vond NRC Media op de valreep. De veiling, waar in de krant voor was geadverteerd, ging niet door. Ruim 3.500 inschrijvers kregen uitleg per e-mail: te veel belangrijke vragen konden „nog niet goed of volledig worden beantwoord”. Een of twee inschrijvers klaagden, maar het besluit om de zaak – voor dit jaar – af te blazen, onderstreept volgens de leiding van het bedrijf nog eens dat kwaliteit een voorwaarde is bij het Samen en twijfel een no go.

Dat lijkt me een goed voornemen, of eerder een must, voor het nieuwe jaar.