Een dorp van 750 inwoners, met een club aan de top van het Poolse voetbal

Termalica staat na negen wedstrijden op een gedeelde eerste plaats in de Poolse voetbalcompetitie. Termalica is de club van Nieciecza (uit te spreken als nie-dzie-zja). Met 750 inwoners is dat het kleinste dorp in Europa dat een voetbalclub heeft in de hoogste divisie van zijn land. Kort na vestiging van dat record, in de zomer van 2015, ging Pieter van Os een paar dagen op bezoek.

Het stadion van Nieciecza, waar zes keer zoveel mensen in passen als er in het dorp wonen.

De inwoners van Nieciecza kunnen lang praten over de vraag hoeveel dimensies hun bioscoop telt. Vier, zeggen zij die voorzichtig zijn. Vijf, is de consensus onder een meerderheid. Zes, zeggen enthousiaste opscheppers.

Met een Poolse collega ga ik het bekijken. Een medewerker van de bioscoop staat erop. Hij, een tiener met puisten, laat ons een trits stoelen zien op de achterste rij. Er staan sproeiers op gericht, voor wind en water. „4D!” De stoelen kunnen schudden; weer een dimensie. Maar dat maakt toch vijf, niet zes? „Ik heb geen positie ingenomen in de discussie.” Hij zegt het zonder te glimlachen. Eén ding weet hij zeker: „Zoiets hebben ze niet in Krakau.”

Krakau ligt honderd kilometer naar het westen, telt 800.000 inwoners, was ooit hoofdstad van Polen en is, met zijn historische, schilderachtige binnenstad, de belangrijkste toeristische trekpleister van het land. Nieciecza telt 750 inwoners, is te klein voor straatnamen en heeft niet meer bezienswaardigs dan een begraafplaats, een beeld van Johannes Paulus de Tweede en een kleine obelisk ter herdenking van de gevechten die het dorp in 1939 voor zes jaar van de kaart veegden. Het dorp bestaat eigenlijk maar uit twee kronkelige wegen die, vanuit de lucht gezien, een krakeling vormen tussen de graanvelden langs de rivier de Dunajec.

De omringende streek profiteert nauwelijks van de indrukwekkende welvaartsgroei die de Poolse steden doormaken sinds de val van het communisme, 25 jaar geleden. De regio bestaat nagenoeg volledig uit krimpgemeentes vol leegstand, betonrot, slecht onderwijs en verkapte werkeloosheid – iedereen met een lapje grond kan net leven van de subsidie die hij daarvoor krijgt.

Het dorp Nieciecza vormt in deze woestijn van desolate troosteloosheid een keurig aangeharkte oase. Leegstand komt er niet voor. Gaten in de weg zijn er niet te vinden, of rondslingerend schroot. De huizen, van hout en pleistersteen, staan strak in de verf. Het gras is gemaaid, overal.

Stoeptegels en kasseien

De welvaart komt door één man, Krzysztof Witkowski. Hij heeft het dorp de bioscoop geschonken, financiert het toneelgezelschap en kocht de dorpsschool op toen die met opheffing werd bedreigd. Daarna trok hij de beste onderwijzers uit de regio aan en de dorpskinderen leren op Witkowski’s privéschool nu zelfs Engels, een taal die hijzelf noch andere volwassenen in Nieciecza spreken – de priester inbegrepen. In de zomer kunnen de kinderen op zijn kosten met vakantie.

„Het begon rond 2001”, zegt Tadeusz Wojcik, soltys oftewel dorpshoofd, want het dorp is te klein voor een burgemeester. Witkowski liet een nieuwe brandweerkazerne bouwen en kocht een nieuwe brandweerauto en verse uniformen.

De kazerne is de sociale ontmoetingsplek van het dorp, een soort plattelandssociëteit. Nagenoeg alle jonge mannen zijn vrijwilliger bij de brandweer. Het dorpshoofd: „Daarna heeft hij sport en cultuur gebracht om de brandweermannen meer vertier te geven dan alleen dat eeuwige drinken. Nu zijn we zover dat als een dorpeling naar het ziekenhuis moet, Krzysztof de operatie betaalt.”

Het dorp heeft twee winkels, maar geen bar of café. Daar komt volgens Witkowski „alleen maar narigheid” van, zo legt het dorpshoofd uit.

Achteraf gezien begon de opmars van het dorp in 1985, toen Witkowski het voor elkaar kreeg een apparaat uit het buitenland te halen waarmee hij plavuizen en stoeptegels op maat kon maken. Een betonmixer had hij al. Polen was destijds droevig en behoeftig, generaal Jaruzelski leidde de failliete boedel van veertig jaar communisme. Het regime besloot tot een voorzichtige economische liberalisatie. Ondernemer Witkowski waagde het erop.

In het begin maakte hij zijn producten met eigen handen en de hulp van twee werknemers. De opmars ging langzaam: tot in de wilde ‘vrije’ jaren negentig worstelde Witkowski. Maar in 2000 zat alles mee en vanaf Polens toetreding tot de Europese Unie, in 2004, ging het hard. Nu bestaat zijn bedrijfsconglomeraat uit Termalica, voor isolatiemateriaal, en Bruk-Bet, voor allerhande stenen. Met 15 fabrieken, 700 man personeel en 17 verkoopkantoren genereert het bedrijf een omzet van 60 miljoen euro. Vorig jaar bedroeg de nettowinst 4,5 miljoen euro.

Voetbalclub

Dat heel Polen weet van Witkowski’s succes komt door de voetbalclub van het dorp, Termalica Bruk-Bet Nieciecza. De club promoveerde deze zomer zelfs naar de hoogste divisie en speelt nu tegen de grootste clubs van het land. Nieciecza is het kleinste Europese dorp ooit waarvan de voetbalclub in de hoogste divisie van het land speelt. Een club uit een Tsjechisch dorp heeft het lang uitgehouden, maar daar woonden meer dan 1.500 mensen. Hoffenheim, van de gelijknamige Duitse club, telt 3.500 inwoners.

De promotie van de voetbalclub haalde wel wat overhoop in het dorp. Termalica was gewoon de thuiswedstrijden op zondagmorgen te spelen, een half uur na de mis. Terwijl het hele dorp van kerk naar stadion liep, tweehonderd meter, had de priester, groot fan, net genoeg tijd om zich om te kleden en geen minuut van de wedstrijd te missen.

2412zatnieciezca2.jpg

Maar in de hoogste divisie bepaalt de Poolse voetbalbond het tijdstip van de wedstrijden. Dat kan ook na zonsondergang zijn, en het stadion van Nieciecza had geen lichtmasten. Ook ontbrak veldverwarming, en was het stadion volgens de bond te klein om grote clubs te ontvangen.

Witkowski besloot te verbouwen. Het stadion ging van 2.000 zitplaatsen naar 4.500, de minimale eis van de bond. Even voorbij de kerk en achter de school doemt nu een gevaarte op dat op zijn zachtst gezegd niet past bij de proporties van het dorp. Eromheen weilanden, opgekocht door Witkowski nadat hooligans van een tegenstander aan de politie waren ontkomen door zich te verschuilen in het hoge graan. Op die akkergrond staat nu een grote betonnen grijze olifant, ronddraaiend op een cilindervormige sokkel. Het dier zit in het embleem van club, bedrijf en dorp.

McDonald’s

Het dorpshoofd is een vrolijke man met een brede, zwarte snor. Hij heeft met Witkowski op de middelbare school gezeten. Ze bellen regelmatig over kleine dingen in het dorp, als een tuinhek of een kapotte auto. „Krzysztof is een perfectionist.”

Wojcik zit in een kleine huiskamer, met schrootjes tegen de wand en op het plafond. Aan de muur hangt een reproductie van een tekening; een wenend vrouwtje in pastelkleuren, kind op de arm. Tegen een andere wand staat een gigantisch tv-scherm, met de functie van schilderij: het ding gaat niet uit en niemand kijkt ernaar.

Om elf uur ’s morgens komt het eerste glas wodka op tafel. Weigeren lijkt geen optie. In verschillende verhalen vertelt het dorpshoofd hoe „onwerkelijk” het is wat de dorpelingen overkomen is door de voetbalclub. Thuiswedstrijden zijn eigenlijk uitwedstrijden: de tegenstander brengt minimaal duizend supporters mee, terwijl „wij telkens met dezelfde gezinnen op de tribune zitten”. Speciale politie-eenheden komen nu uit Krakau voor de beveiliging. Witkowski bekostigt die zelf, 9.000 euro per wedstrijd. Hij kan niet anders – de gemeente heeft het geld er niet voor.

Vanaf een bank bekleed met vloerbedekking herinnert Wojciks ronde vrouw hem aan „het verhaal bij de McDonald’s”. Het was de uitwedstrijd tegen Legia Warschau, de grootste club van het land. Een derde van het dorp ging mee naar de hoofdstad, in vier volle touringcars. Wojcik: „Bij ons is voetbal een familiepicknick, dus halverwege de vijf uur durende rit stopten we bij McDonald’s. De 30 politieagenten die ons verplicht begeleidden reageerden extreem nerveus: ze controleerden ons allemaal op messen, bommen en andere wapens. We gingen onder begeleiding het restaurant binnen: kinderen vanaf vier jaar, oma’s, de moeder van Witkowski!”

Bulderend gelach. „Uiteindelijk moest de politie er zelf ook wel om lachen. Maar ze zijn het niet gewend hè?”

Even onwerkelijk vindt hij het dat hij bij clubs als Legia Warschau wordt ontvangen „op hetzelfde niveau”. Door de burgemeester van Warschau dus. „Wie had dat tien jaar geleden ooit gedacht? Deze boer!”

Die avond staan we met de familie van Witkowski op de eretribune. Naast ons: de priester, het dorpshoofd, zijn vrouw en het bestuur van de tegenstander, op dat moment koploper in de competitie. De ruimte glimt aan alle kanten, waarschijnlijk dankzij de nieuwe okergele natuursteentegels. Iedereen ziet eruit als een agrariër in zijn beste pak. Als de spelers het veld opkomen, schalt het clublied door het stadion. Het is keihard, heavy metal. De tekst is eenvoudig en dient geschreeuwd: „Vader Pool / Moeder Pool / Pools dorp / Pools bedrijf / Ons prachtig Polen.” Refrein: vier keer de regel „Urodzilem sie w Polsce”. Ofwel: „Ik ben geboren in Polen”. In Nieciecza spreken ze niet voor niets van „de hymne”.

Veel van de nieuwe stoelen in het stadion blijven leeg. Op de lange zijde boven de oranje zitplaatsen hangt een rij gigantische foto’s. Het blijkt een compleet beeldprogramma van Witkowski’s goede werken. Van links naar rechts: de voetbalclub, met een foto van de eerste wedstrijd uit 1922. Dan: de school, na Witkowski’s overname herdoopt tot de „katholieke” school IM Armii Krajowej w Niecieczy, naar het Poolse oorlogsverzet – de lokale cel werd door Witkowski’s vader geleid. Daarna: het toneel, met Witkowski’s moeder aan het hoofd, een fragiele tachtiger. Dan het kinderzomerkamp. Pas achter de goals is weer reclame te zien, en alleen voor producten van Witkowski’s bedrijf, van stoeptegels tot zonnepanelen.

Vlag van het Vaticaan

In Polen loopt de politieke tweedeling langs de grens tussen stad en platteland. De stad omarmt liberale wetgeving, Europese Unie en vrij verkeer van goederen, personen en ideeën. Het dorp houdt vast aan conservatieve waarden, kerk en nationalisme. Hoewel het succes van Nieciecza’s voetbalclub Termalica te danken is aan Witkowski hebben enkele landelijke commentatoren het succes ook gekoppeld aan de recente verkiezingsoverwinning van de nationaal-katholieke partij PiS. Hun analyse: het Poolse religieuze dorp is in staat de seculariserende, EU-gezinde liberalen uit de stad te verslaan, zowel in de sport als in de politiek.

Voor de Poolse pers past Witkowski mooi in het plaatje met zijn nationalistische clublied, blinde dorpsliefde en wekelijkse kerkgang. En het is waar: wie langs zijn huis loopt, ziet boven de heg het hoofd van een groot Christusbeeld, een brede rood-witte vlag van Polen en daarnaast de geel-witte vlag van het Vaticaan.

Zelf verklaart Witkowski kort voor de wedstrijd in zijn kantoortje – marmer op de vloer, drankkast achter zijn bureau – apolitiek te zijn. „Voor de wedstrijden nodig ik altijd politici van alle partijen uit.”

En dat lied dan; mogen we dat niet interpreteren als steunbetuiging aan de PiS? „Het is een geweldig lied, omdat het tegen de steden is gericht die op ons neerkijken.” Hij vertelt de tekst zelf te hebben geschreven met een middelbareschoolvriend, een gitarist.

Witkowski is een gedrongen vijftiger, bijna zonder nek en met gemillimeterd haar. Hij draagt een dikke, goudkleurige ring waarmee hij af en toe op het tafelblad tikt. In zijn lange, rustig uitgesproken antwoorden mengt hij typisch patriottische teksten met die van een hedendaagse CEO, maar zonder het Engels dat daarin zo gewoon is. Hij vertelt hoe en waarom zijn bedrijf „maatschappelijke verantwoordelijkheid” toont. En, o ja, hij heeft nog nooit directe subsidie van de EU ontvangen.

Hij ziet zichzelf als een man die een traditie voortzet: toneelgezelschap uit 1916, voetbalclub uit ’22. „Alles verdwijnt uit het Poolse dorp en dat is niet goed.”

Maar help je zo’n dorp met een profvoetbalclub die uitkomt in de hoogste divisie? De steden Mielec en Tarnow, op 40 en 20 kilometer, hebben Witkowski hun stadion aangeboden, voor een permanente verhuizing van de club. Zij hebben geen profvoetbal, maar wel goede omstandigheden, waaronder: duizenden potentiële fans.

We vragen waarom Witkowski eigenlijk niet op dat aanbod is ingegaan. Zijn verontwaardigde reactie lijkt oprecht: is hij nu zo slim, of zijn wij zo dom? Witkowski: „Het gaat in de eerste plaats om Nieciecza. Termalica is Nieciecza. Alles is voor niets geweest als de club of ik verhuizen.”

Hij vertelt over zijn familie, over vader de verzetsstrijder, zijn moeder die de cultuur ter plaatse aanjaagt, zijn vrouw, preses van de voetbalclub. Om een lang verhaal kort te maken: Witkowski is het dorp en het dorp is Witkowski. „Mijn familie is hier altijd geweest. Ik kan me niet voorstellen ooit ergens anders te wonen.”

2412zatnieciezca1.jpg

Patriottisch nestje

Een paar dagen later in Warschau zal een concurrent van Witkowski me vertellen over de betonwereld en stoeptegelmarkt. Aan de sushi glimlacht hij, Marcin Mikulewicz, om de bewering van Witkowski nooit „directe steun” uit Brussel te ontvangen. „Nee, niet direct natuurlijk, dat gaat via het ministerie van Infrastructuur.” Maar vergis je niet, zegt hij, de EU-miljarden hebben álle bouwbedrijven en leveranciers een enorme boost gegeven: „Witkowski heeft met EU-geld een fijn nationalistisch nestje kunnen bouwen. Dat weet hij zelf natuurlijk ook wel. Met zijn Vaticaanse vlag.”

Wladislaw Padlo is generaal van de politie. Hij werkt op het hoofdbureau in Warschau, maar als oud-commissaris van de streek rond Nieciecza is hij groot fan van Termalica. Voor de eerste wedstrijd in het vernieuwde stadion is hij vijf uur komen rijden.

Hij moet, op zijn beurt, lachen om Witkowski’s zelfverklaarde politieke onpartijdigheid. „Het is eenvoudig, iedereen stemt hier hetzelfde, altijd: katholiek rechts.” En terwijl we samen zien hoe Termalica in de stromende regen met 3-5 verliest van de koploper, zegt hij dat het verkeerd zou zijn Witkowski daarom „een enge nationalist” te noemen. „Voor mij is Krzysztof een fanatieke, lokale patriot. Een geweldige man waarvan we er op het Poolse platteland niet genoeg kunnen hebben.”

Lokale patriot. We horen het vaker op het nieuwe vipdeck van het Termalica-stadion. Het lijkt vooral te betekenen: weldoener. Iemand die nieuw leven brengt in een uitgebluste regio, soms letterlijk, door een operatie te betalen, en natuurlijk figuurlijk, door een mix van patronage, liefdadigheid en hobbyisme. En dat nationalisme dan? Is dat niet de reden dat Termalica vanavond met slechts één buitenlander in de basisselectie speelt? Nee, zegt Witkowski: „Dat komt omdat we een Slowaakse coach hebben gehad. Ik ben niet uit principe tegen buitenlandse spelers.”

Het kan ook met salarissen te maken hebben. Witkowski is rijk naar de maatstaven van het Poolse platteland, maar hij is zeker geen oliesjeik die Manchester City koopt. De spelers, die Witkowski heeft ondergebracht in een hotel op twintig kilometer van het dorp, krijgen voor Poolse voetbalbegrippen normale salarissen. Een echte ster zit er daarom ook niet tussen. Totale begroting: 2,5 miljoen euro. Ter vergelijking: PSV speelt voor 80 miljoen euro.

Behalve het geld van Witkowski genereert Termalica alleen inkomsten met tv-rechten. Dit jaar: 1,8 miljoen euro. De kaartverkoop is verwaarloosbaar. Witkowski: „De winst van de club is niet in geld uit te drukken. We staan nu op de kaart van Polen en als we over een paar jaar Europees spelen, komt Nieciecza op het netvlies van alle Europeanen.”

Wie door het dorp loopt, kan het zich slecht voorstellen. Benfica op bezoek. Lazio Roma. Zou Europees voetbal ook wel recht doen aan het „lokaal patriottisme” waar de bewoners zo hoog over opgeven? Het zou excessief zijn, een gril ingegeven door een grote vis die vast is komen te zitten in zijn vijver.

In Nieciecza zelf is niemand te vinden die deze kritiek formuleert. Het is überhaupt nog geen journalist gelukt een dorpeling te vinden die een kwaad woord over Witkowski over de lippen krijgt. Iedereen heeft wel een familielid dat bij Bruk-Bet werkt. En bovendien, wat hebben ze te klagen? De dorpsoudste: „Krzysztof heeft adel door zijn bloed stromen; alles wat hij aanraakt verandert in goud.”

Is hij dan niet bang dat Witkowski ooit vertrekt? „Nee, hij heeft het geld om te wonen waar hij wil, maar hij zal nooit vertrekken. Hij gaat zelfs bijna nooit met vakantie”.

Maar is het voor een dorpsoudste dan nooit irritant dat een dorpeling machtiger is dan hij, altijd? „Nee. Kijk naar ons leven, kijk naar ons dorp. Daar kun je de lieve heer alleen maar voor danken, iedere dag weer.”

Dus het dorp is af? Het dorpshoofd: „Nee hoor. We hebben nog geen sporthal. Witkowski begon er laatst zelf over. Binnenkort laat hij er wellicht eentje bouwen.”