Beslissing tot voortplanting is ongrijpbaar, vooral voor mannen

Kinderen krijgen werd al kinderen ‘nemen’. Laat toch wat ruimte voor instinct, toeval en magie, schrijft columnist (en vader) Christiaan Weijts.

Een vader haalt zijn kind op bij een basisschool in Amsterdam. Foto Ilvy Njiokiktjien / ANP

Maken kinderen gelukkig? Afgelopen september verschenen er keiharde CBS-cijfers. Het gelukkigst zijn twintigers zonder kinderen. Ook dertigplussers zonder kinderen zijn gelukkiger dan die met jonge kinderen. Maar zodra die kinderen ouder zijn dan twaalf slaat het om: de stellen mét die oudere kinderen schieten dan omhoog, tot vlak onder dat piekniveau van de twintigers, terwijl de kinderlozen juist afzinken naar vreugdelozer regionen.

Die cijfers stroken aardig met mijn vermoedens en ervaringen. Sinds onze kinderen allebei op de basisschool zitten is de fase voorbij van de gebroken nachten, de poepluiers, de hectiek en de extreem geslonken actieradius, en is de stijgende lijn ingezet.

Maar is dat verhoogde langere-termijn-geluksniveau een reden om aan kinderen te beginnen? Er zijn vast mensen die de liefde bedrijven boven thermometers en menstruatiekalenders, maar boven een CBS-grafiek? Welnee. De beslissing voor kinderen is veel ongrijpbaarder. Vooral bij mannen, is mijn indruk.

Ik ken tamelijk veel gevallen van mannen die absoluut geen kinderen wilden, daarom de relatie met opeenvolgende zaadvragende vriendinnen beëindigden, en dan plots iemand tegenkwamen bij wie ze – flatsj – ongekend gretig twee, drie kinderen achter elkaar verwekten. Moraal van dit verhaal: ondanks de maakbaarheid van het bestaan, ondanks alle anticonceptie, abortuspillen, ivf-behandelingen of het invriezen van eitjes alsof het panklare maaltijden zijn, kunnen we dat deel van onszelf dat ons aanzet tot voortplanting nooit helemaal doorgronden.

Zo’n beslissing komt uit datzelfde mysterieuze en irrationele domein als een verliefdheid of het ontstaan van een kunstwerk. Hoe kwam u op het idee voor dit boek? Elke reconstructie is altijd ontoereikend. Achteráf lijkt het allemaal helder en samenhangend, maar vóóraf waren er alleen wat snippers van ideetjes, wankele halve vermoedens en troebele instincten.

Zo is het ook met kinderen. Vooral bij mannen, vermoed ik dus. Vrouwen zijn wat berekenender. Ze hebben nu eenmaal beperktere voortplantingsmogelijkheden: een geringer aantal vruchtbare jaren en maandelijkse dagen, een ingrijpende zwangerschap, enzovoorts. De biologie heeft de vrouw daarom voorgeprogrammeerd om strenger te zijn in de selectie van de beoogde vader, en een tikje planmatiger in de kinderkeuze.

Maar we moeten niet overdrijven. Van kinderen ‘krijgen’ zijn we opgeschoven naar kinderen ‘nemen’, maar het lijkt me verhelderend en geruststellend om, in deze tijd van krampachtig geplan en regulerend gezwoeg, te accepteren dat we niet alles in de hand hebben. Dat er nog ruimte is voor onbegrepen instincten, intuïtie, magie, toeval, goden desnoods, of schikgodinnen.

Ons eindeloze getrut van glutenvrij eten tegen adhd, mindfulness, lifehacking en mental coaching voor kind of cavia: het moet krampachtig toedekken hoe irrationeel en grillig we onder de oppervlakte zijn. Verstand is er vooral de verhalen achteraf kloppend te maken.

Het aardige van kinderen is dat ze je sowieso leren afrekenen met die maakbaarheidsgedachte. Geen enkele ouder weet van tevoren precies waar hij aan begint. Het is elke dag weer improviseren, met hoogte- en dieptepunten, drama’s en geluksmomenten, sleur en verrassing. Het gewilde en het ongewilde wisselen elkaar af. Het lijkt waarachtig het leven zelf wel.