Column

Spanje is toe aan echte coalitie en aan nieuw leiderschap

Met de hakken stevig in het zand is het lastig cohabiteren; de vorming van de Spaanse regering lijkt te stuiten op gebrek aan noodzakelijke inschikkelijkheid bij de politieke leiders. De patstelling zal met met inhoudelijke concessies dienen te worden doorbroken, en wellicht ook met persoonlijke offers.

De verkiezingen zijn maar net achter de rug. De politici moeten nog uit hun campagnestand treden en zeker wennen aan de gedachte dat regeren zonder tot coalitievorming te komen, niet mogelijk is. Maar ze moeten beseffen dat het belang van Spanje, met zijn voorzichtig opkrabbelende economie en zijn schrikbarend hoge werkloosheid, is gediend met politici die verder kijken dan waar de rand van hun hoed eindigt.

Aan die nu zo noodzakelijke bereidheid tot samenwerking zijn ze in Spanje niet zo gewend, het land dat na de dood van dictator Franco in 1975 eigenlijk een nog jonge democratie is. Coalitievorming was sindsdien nauwelijks nodig. De centrum-rechtse christen-democraten (aanvankelijk UCD, later PP) of de sociaal-democraten (PSOE) domineerden, afwisselend. De regerende PP heeft zondag weliswaar de meeste zetels in de Congreso de los Diputados, de Spaanse Tweede Kamer, gehaald maar leed tegelijkertijd een grote nederlaag. Nog nooit was de grootste partij in Spanje zo klein als nu de PP.

Een meerderheid van de kiezers heeft zich van premier Rajoy afgewend: het boegbeeld van een partij die te vaak met corruptie in verband is gebracht. Omdat ook zijn persoon een belemmering vormt voor regeringsvorming, bijvoorbeeld van de twee grootste partijen (PP en PSOE), maar ook voor andere denkbare coalities, moet hij zich maar eens beraden op zijn leiderschap. Dat geldt ook voor PSOE-leider Sánchez – ook een potentieel obstakel bij coalitievorming. Zijn partij behaalde nog nooit zo weinig zetels als ditmaal.

Een regering zonder PP maar met PSOE en de nieuwkomers Podemos en Ciudadanos zou vergelijkbaar zijn met een coalitie die in Nederland bestaat uit PvdA, SP en D66. Onwaarschijnlijk, maar niet geheel ondenkbaar. Maar de leider van het liberale Ciudadanos, Rivera, heeft gezegd geen deel van een regering te willen uitmaken. Hij lijkt aan te sturen op een minderheidsregering van de PP, die met wisselende meerderheden in het parlement moet zien te opereren. Dat klinkt eerder als pragmatisch dan als haalbaar.

Nieuwkomer Iglesias, de leider van Podemos, zusterpartij van de SP en het Griekse Syriza, voelt zich de grote winnaar van de verkiezingen – en 69 zetels als eerste resultaat mag er zijn. Maar ook hij kan rekenen en zal beseffen dat opiniepeilingen van langer geleden een grotere electorale omwenteling voorspelden dan nu werkelijkheid is geworden.

De PSOE die niet wil regeren met de PP, althans niet met Rajoy, Ciudadanos dat helemaal niet wil regeren en Podemos dat droomt van een nieuw tijdperk en misschien van een coalitie met PSOE, gesteund door kleinere, meestal radicale of regionationalistische partijen. Nog zo’n scenario dat onwaarschijnlijk maar daarom nog niet geheel onmogelijk is. Dilemma’s genoeg in de Spaanse politiek. Gezocht: politici met voldoende verantwoordelijkheidsgevoel.