Rusland: Amnesty-rapport burgerdoden onjuist

Volgens de mensenrechtenorganisatie zijn bij Russische aanvallen mogelijk misdaden gepleegd.

De Russische persconferentie over de strijd in Syrië. Foto Vasily Maximov / AFP

Het rapport van Amnesty International waarin staat dat bij Russische bombardementen in Syrië honderden burgerdoden zijn gevallen is volgens het Russische ministerie van Defensie nergens op gebaseerd. Dat heeft een woordvoerder gezegd tijdens een persconferentie, meldt persbureau AFP. Het zou bovendien volgens Moskou niet waar zijn dat in Syrië clusterbommen zijn gebruikt.

Amnesty onderzocht zes aanvallen die werden uitgevoerd tussen september en november van dit jaar. Daarbij zijn volgens de mensenrechtenorganisatie zeker tweehonderd burgers om het leven gekomen. Er zou mogelijk sprake zijn van oorlogsmisdaden.

Het Russische ministerie van Defensie noemt het rapport “onjuist” en “ongefundeerd”. “We hebben opnieuw kennis genomen van dit rapport en er stond opnieuw niets concreets in. Het zijn altijd dezelfde beelden en dezelfde valse informatie waar we ons al talloze keren eerder tegen moesten verdedigen.”

Clusterbommen

Amnesty onderzocht bombardementen in Homs, Idlib en Aleppo en stelde vast dat ongeleide clusterbommen zijn ingezet. Die explosieven ontploffen in de lucht en vallen uiteen in kleinere bommen die over een groter gebied schade aanrichten. De wapens zijn in veel landen verboden.

De onderzoekers spraken met ooggetuigen en overlevenden van de aanvallen. Ook hebben wapenexperts videomateriaal bekeken. Die gegevens zijn naast aankondigingen van aanvallen op “terroristische” doelwitten van het Russische ministerie van Defensie gelegd. Uit het onderzoek bleek dat op geen van de locaties militaire doelwitten of strijders aanwezig waren. Sommige aanvallen waren direct op burgers of burgerdoelen gericht, stelde Amnesty vast.

‘Niet te checken’

Moskou zegt dat Amnesty International onvoldoende onafhankelijk heeft kunnen vaststellen of in de gebombardeerde gebieden militaire doelwitten of gewapende strijders gezeten hebben, omdat de interviews afgenomen zijn per telefoon. “Dat kunnen ze niet weten en ze hebben de middelen niet om dat te checken”, aldus de woordvoerder van het ministerie, die zich ook afvraagt waarom Amnesty geen onderzoek gedaan heeft naar de door de Verenigde Staten geleide coalitiebombardementen.

In het rapport roept Amnesty op tot een onafhankelijk onderzoek. De resultaten daarvan moet openbaar gemaakt worden en zij die verantwoordelijk zijn voor eventuele oorlogsmisdaden moeten daarvoor worden vervolgd, aldus de organisatie.