Orkest van het Oosten: 62 musici moeten in deeltijd gaan werken, en de staf wordt verkleind

Het Orkest van het Oosten gaat fors reorganiseren. De 62 musici van het orkest moeten allemaal in deeltijd (maximaal 70 procent) gaan werken. Dat levert een besparing van elf tot twaalf voltijdsbanen op. Ook de staf zal worden verkleind en de inhuur wordt sterk teruggebracht. In de komende drie maanden moet de sanering gebeuren.

Dat blijkt uit het Werkplan dat het financieel noodlijdende orkest heeft ingeleverd bij de provincie Overijssel. „We kunnen niet anders, het enige alternatief is collectief ontslag”, zegt interim directeur Bart van Meijl. „Het doet veel pijn bij de musici, maar ze tonen er wel begrip voor.” Vakbond FNV Kiem is enkele weken geleden informeel ingelicht, maar kent de inhoud van de plannen nog niet. „Veel zal afhangen of er een sociaal plan komt, maar daar hebben we zorgen over gezien de financiële situatie”, zegt vakbondsbestuurder Martin Kothman.

Vorige maand werd duidelijk dat het orkest door te optimistische budgettering van eigen inkomsten in grote financiële nood is geraakt. Zonder ingrijpen zal het binnenkort technisch failliet gaan.

Op basis van het plan wil de provincie Overijssel alsnog de 1,1 miljoen naar het orkest overmaken die nadat de problemen bekend waren geworden was bevroren. Ook ziet de provincie af van haar voornemen om het orkest vanaf 2017 niet meer te subsidiëren. Als het Orkest van het Oosten erin slaagt om zijn rijkssubsidie te behouden vanaf 2017, zal de provincie 350.000 euro per jaar bijdragen.

Het orkest gaat zich nog meer op de provincie Overijssel richten via educatie, talentontwikkeling en aansluiting bij de amateursector. De programmering wordt bescheidener. Zo zal het orkest in 2016 slechts twee grote producties brengen. Daarvoor is ontheffing gevraagd bij het ministerie, want rijksgesubsidieerde orkesten hebben de verplichting drie grote producties per jaar te presenteren.

Volgens het werkplan zullen de mogelijkheden voor intensieve samenwerking of zelfs een fusie onderzocht worden met de Nederlandse Reisopera en het Gelders Orkest. Van Meijl wil dat niet overhaasten en vooral gesprekken voeren hoe die intensievere samenwerking in de kunstenplanperiode vanaf 2020 verder vorm zal moeten krijgen. „Het moet geen gedwongen huwelijk worden.”