Column

Of het kind of de liefde

Patricia Highsmith was geen gemakkelijke dame, maar vermoedelijk zou ze opgetogen zijn geweest over Carol, de verfilming van haar gelijknamige roman. Filmer Todd Haynes is de sfeer en de kern van het boek op een voorbeeldige manier trouw gebleven.

Carol gaat over een lesbische liefde, net als twee jaar geleden de Franse film La vie d’Adèle van Abdellatif Kechiche. Die film was heftiger en aangrijpender – een briljante film. Carol is ingetogener en conventioneler, maar toch meeslepend genoeg. Een vrouw die in het Amerika van de jaren veertig moet kiezen tussen haar kind en haar nieuwe liefde – kan het dramatischer? Haynes had er een tranentrekker met een hoog zoutgehalte van kunnen maken, maar hij heeft die verleiding knap weerstaan.

De film heeft een happy ending; de filmer heeft nooit een tragisch einde overwogen, vertelde hij in NRC aan Coen van Zwol. Dat zou ook een belediging van het boek zijn geweest, want hoe zwartgallig en soms wreed het oeuvre van Highsmith ook kan zijn, in Carol wint de tederheid, of beter: het verlangen, de begeerte.

Wel had Highsmith aanvankelijk een tragisch einde in gedachten: Carol en Therese zouden uiteengaan, zoals haar ook zelf geregeld was overkomen. Ze liet haar literaire agente twee versies lezen, een pessimistische en een optimistische. De uitkomst had ze voorzien: „Ik ben er zeker van dat zij voor het opbeurende einde zal kiezen”, schreef ze in haar dagboek. Dat gebeurde en Highsmith liet zich daartoe kennelijk graag overhalen – misschien wel juist omdat zij het zelf zo vaak anders had meegemaakt. Andrew Wilson legt in zijn biografie van Highsmith, Beautiful Shadow, uit dat zo’n optimistisch einde beslist niet voor de hand lag in het Amerika van die jaren. De Republikeinse senator Joseph McCarthy benutte de heersende paranoïde sfeer om een heksenjacht op communisten te ontketenen, die zich uitstrekte tot intellectuelen, kunstenaars en homoseksuelen.

Homoseksuelen vormden volgens McCarthy een groot veiligheidsrisico en moesten daarom uit de overheidsdienst worden gebannen. Zo werden alleen al op het ministerie van Buitenlandse Zaken in 1950 91 homo’s ontslagen. Er ontstond een massale, morele paniek rond homoseksualiteit.

De privédetective die zowel in het boek als de film voorkomt, moeten we volgens de biograaf daarom zien als een symbolische uitgave van McCarthy. Highsmith schrijft in haar boek: „Zij [Therese] had nu gezien wat zij daarvoor alleen gevoeld had, dat de hele wereld klaarstond om hun vijand te zijn, en wat zij en Carol hadden was niet langer liefde of iets gelukkigs, maar een monster tussen hen in, dat ieder van hen in een vuist geklemd hield.”

Highsmith publiceerde het boek onder pseudoniem omdat ze niet als een ‘lesbische auteur’ bekend wilde staan. In een nawoord in 1989 onthulde ze de autobiografische oorsprong van het boek: haar ontmoeting als tijdelijk verkoopster (‘Therese’) met een sjieke, rijke klant (‘Carol’) op de poppenafdeling van een warenhuis in Manhattan. Die vrouw zag ze nooit meer terug, al ging ze nog wel naar haar op zoek. Haar fantasie deed de rest – tot op de dag van vandaag.

Jarenlang kreeg ze, zowel van mannen als vrouwen, positieve reacties. Velen schreven: „Jouw boek is in zijn soort het eerste met een happy ending! Wij plegen niet allemaal zelfmoord, met velen van ons gaat het goed.”