Nu kunnen ze die auto zelf kopen

Sheraldo Becker en Queensy Menig worden volwassen bij PEC Zwolle. „Hier werken spelers harder voor hun geld.”

Ajacieden Sheraldo Becker (links) en Queensy Menig, die dit seizoen op huurbasis bij PEC Zwolle spelen. Foto Bastiaan Heus

Hun grote voorbeeld is Cristiano Ronaldo. Maar volgens Queensy Menig en Sheraldo Becker heeft hun vroegere stadgenoot Mbark Boussoufa het ook goed voor elkaar. De Amsterdamse aanvallers van PEC Zwolle hebben onlangs met bewondering gekeken naar de documentaire over het leven van Boussoufa in Moskou. Voetballen bij een Russische topclub. Privéchauffeur. Wonen in een ommuurde villa met een paar vrienden als huisgenoten. Inclusief binnenzwembad.

Becker: „Als ik zoveel geld zou verdienen, zou ik mijn vrienden misschien ook wel bij me laten wonen.”

Menig: „Hij heeft zich opgewerkt van de bodem naar de top. Ik vind het ook mooi hoe hij met allerlei projecten wat terugdoet voor zijn familie in Marokko.”

Sinds dit jaar voetballen beide spelers van Ajax op huurbasis bij PEC Zwolle. De twintigjarige Becker, die nooit doorbrak bij Ajax, speelt sinds de winterstop van vorig seizoen bij PEC. Menig, met vijf officiële duels bij Ajax achter zijn naam, sinds afgelopen zomer. Ze zijn uitgeleend om te rijpen voor het eventuele grotere werk in Amsterdam, hoewel er geen terugkeergarantie is. Met zeven verhuurde spelers is de kans groot dat Ajax op den duur afscheid moet nemen van sommige spelers.

Dat weten Becker en Menig ook. In hun tienerjaren ervoeren ze al dat op sportpark De Toekomst een continue overlevingsstrijd woedt. „Het begint al in de C-junioren”, zegt Menig. „Dan haalt de club de beste speler van ADO Den Haag, die op dezelfde plek speelt als jij. Dan denk je: je hebt mij toch? Ben je zestien, dan krijg je ook te maken met buitenlandse concurrenten. Dan is het toegestaan om spelers uit andere landen te benaderen en haalt de club ineens twee Denen voor jouw plek.” Becker: „Je moet mentaal sterk zijn.”

Ajax schoolde hen tot profvoetballer, maar pas in Zwolle werden de twee aanvallers zich ervan bewust wat dat vak inhoudt. Zelfstandigheid is daar de norm, zonder trainers die hen erop attenderen dat ze nog krachttraining moeten doen, zoals bij Ajax. Becker: „Als je de top wil halen, moet je geen mensen hebben die zeggen: doe dit, doe dat. Ik heb hier geleerd dat het uit mezelf moet komen. Voetbal is een teamsport, maar je carrière bouw je alleen op.”

Menig: „Bij PEC zit de gym een uur voor de training al vol. Bij Ajax zaten we dan nog te babbelen. Na de training deed ik bijna nooit extra schietoefeningen. Ja, met Dennis Bergkamp. Maar hier doe ik het met andere spelers. Ik vind ook dat spelers hier harder werken dan bij Ajax. Ja, ook dan de spelers in het eerste elftal. Daar hebben jongens misschien toch het gevoel dat ze al aan de top staan.”

De twee zijn in Zwolle volwassen geworden. Zoals ze er nu ook van doordrongen zijn dat de hoogte van hun salaris voor andere voetballers geen vanzelfsprekendheid is. Zo verdienen jongere spelers bij Ajax al snel wat ervaren krachten bij Zwolle verdienen. Hoe hun leven in Amsterdam was? Altijd reuring. Met vrienden zaten ze gerust de halve dag in restaurants. Na de training van één tot vier uur ’s middags en rond een uur of acht ’s avonds gingen ze weer buitenshuis eten. Elke dag plezier. Altijd weer een whatsappje van een vriend: afspreken?

Een auto voor zijn moeder

Oud-speler Bryan Roy, destijds nog jeugdtrainer bij Ajax, sprak ze erop aan. Leuk die vrouwen, mooie kleding en gadgets, maar hadden ze wel door dat ze goud in handen hadden? „Om eerlijk te zijn heb ik me dat toen niet goed gerealiseerd”, bekent Menig. „Het was een wake-upcall.”

Uit dankbaarheid voor de steun die hij vanuit huis kreeg, kocht zijn maatje Becker dit jaar een auto voor zijn moeder. Zij was het die hem altijd naar de training had gebracht. Was de auto stuk, dan nam ze enkele uren verlof en gingen ze samen met de metro. Becker: „Op een dag zei ze: ik vind die auto mooi. Toen wist ik meteen dat ik die voor haar zou kopen. Nu komt ze met haar auto naar al mijn wedstrijden. Ik ben blij.”

Hij deelde het nieuws direct op sociale media. Uit trots. Om te laten zien wat er terecht was gekomen van het jongetje dat later zelf met het openbaar vervoer naar de club reisde. Hij en Menig, ontelbare keren liepen ze samen richting het metrostation naast de Bijlmer. Door weer en wind.

Becker: „Teamgenoten en hun ouders reden ons vaak voorbij, terwijl ze ons toch best even konden afzetten? Meestal werd er nog getoeterd ook. Maar ondertussen zeiden ze tegen elkaar: kijk, hun ouders hebben geen auto. Ja, ik weet zeker dat ze dat zeiden.”

Volgens Menig hebben de avondtochten hen sterker gemaakt. Zelf klaagde hij thuis geregeld dat er geen auto was. Hij werd vaak gebracht door zijn zeventien jaar oudere broer, die vanwege de afwezigheid van hun vader de vaderrol op zich nam. „Hij is de eerste voor wie ik een auto zou kopen”, zegt Menig. „Hij was er altijd voor me. Als jongste thuis was ik altijd verwend.”

Nu woont hij voor het eerst op zichzelf, vlak naast Becker. Vaak eten ze samen. Dat moet ook wel, want Menig kan niet koken. „Als hij er niet is, moet ik zelf een oplossing bedenken. Dan bestel ik wat. Maar ik eet liever bij Sheraldo, want hij kookt vaak gezond en meestal Surinaams. Dat ken ik van thuis.”

Becker: „Ik heb thuis meegekeken met mijn moeder. Tomaat snij je zo, knoflook zo en kip bak je in reepjes of plakjes. Koken is soms net als trainen: van tevoren heb je er geen zin in, maar zodra je begint, is het leuk. Dan heb je zo lekker eten. Easy.”

De twee delen een grote bewondering voor voetballers die als kind weinig hadden en daarna een imposante carrière opbouwden. Zoals de inmiddels gestopte Braziliaan Ronaldinho die ooit furore maakte bij FC Barcelona en AC Milan. „Hij had als kind zo weinig dat ze moesten voetballen met een tennisbal en kokosnoten”, vertelt Becker. „Daardoor is zijn techniek perfect. Als je met een kokosnoot kan voetballen, kun je alles met een gewone bal. Zijn aanname was altijd keurig.”

Menig raakt niet uitgepraat over Real Madrid-vedette Ronaldo, die net als hij in de voorhoede speelt. „Heb je zijn film gezien? Die moet je echt zien. Als kind had hij niks. Nu heeft hij alles. Hij kocht een winkel voor zijn zus en heeft thuis een eigen museum met zijn prijzen. Ik zou later wel een museum in mijn oude buurt in de Bijlmer willen oprichten, maar dan moet je wel wat gewonnen hebben. Je zet geen twee bekers in een museum.”