NRC Code

 

Deze NRC-Code gaat over ons doen en laten als journalistieke medewerker van NRC Media, als verslaggever, eindredacteur, fotoredacteur, vormgever, chef of in enige andere functie. De NRC Code wil ook het karakter en de kernwaarden van NRC-journalistiek vastleggen voor redacteuren, medewerkers, abonnees en lezers. Daarnaast kan de code dienen als grondstof voor het journalistieke gesprek op de redactie en daarbuiten.

We hebben de code opgesplitst in twee ‘niveaus’: teksten die de regels geven (A), naast korte toelichtingen (B). Nadere uitwerkingen van deze ‘printversie’ en voorbeeldsituaties (C) kunnen worden toegevoegd op Luxnet.

De regels vervat in deze code gelden voor redacteuren in voltijd en deeltijd, en ook voor freelance medewerkers – tenzij anders vermeld (bijvoorbeeld bij nevenactiviteiten).

De regels gelden voor alle NRC-journalistiek die wij publiceren, in de gedrukte kranten, op de website of in apps.

Inhoud

  1. Inleiding
  2. Wie wij zijn. Onze beginselen
  3. Hoe wij ons gedragen
  4. Hoe wij werken
  5. Wat wij publiceren
  6. Tot slot: onze stijl en smaak
  7. Bijlage: onze beginselen

2. Onze beginselen

’NRC-publicaties worden geredigeerd vanuit een liberale geesteshouding met eerbied voor het individu en de beginselen van verdraagzaamheid, redelijkheid en openheid.’

Deze zin uit het NRC-redactiestatuut raakt de kern van ons werk. Het is de kortst mogelijke weergave van ‘Onze beginselen’, die zijn vastgelegd in het allereerste nummer van NRC Handelsblad (1 oktober 1970, zie bijlage 1). Ze zijn moderner verwoord in de eerste editie van nrc.next (15 maart 2006, zie bijlage 2).

De begrippen ‘rede’ en ‘vrijheid’ zijn bepalend voor NRC-journalistiek. Ons devies is sinds 1970: Lux et Libertas, Licht en Vrijheid. Licht als in: de Verlichting, Verlichtingsdenken – waarin redelijkheid staat tegenover irrationalisme, scepsis tegenover dogma en empirisch onderzoek (feiten) tegenover loze speculatie.

De term ‘liberaal’ is hier gebruikt in de negentiende-eeuwse betekenis: ‘liberalen’ keerden zich destijds tegen de traditionele macht van adel en kerk, streden voor burgerrechten en vrijhandel, vastgelegd in grondwetten, met grondrechten. Voor de NRC-journalistiek betekent dit:

  • Onze journalistiek draait om waarheidsvinding en, op basis daarvan, meningsvorming (nieuws en opinie) voor burgers in een democratische samenleving.
  • Wij hanteren een scheiding tussen feiten en commentaar (facts are sacred, comment is free). In de berichtgeving staan feiten centraal (en de context daarvan in duiding en analyse), niet de mening of persoonlijke voorkeur van de auteur. In opinies gaat het om persoonlijke standpunten.
  • NRC-journalistiek is feitelijk, zakelijk en objectief, maar niet maatschappelijk neutraal. Wij staan in een liberale traditie. Die komt tot uiting in de keuze van onderwerpen en accenten (berichtgeving) en expliciet in het dagelijks Commentaar (opinie).
  • Het doorslaggevende criterium bij de afweging van nieuws en opinie is voor ons de vraag naar het publieke belang ervan. Het privéleven van bekende personen is, bijvoorbeeld, alleen relevant voor zover het raakt aan een maatschappelijke kwestie of het publiek functioneren van betrokkenen.
  • Als liberaal medium maken wij ons sterk voor grondrechten en burgerrechten: vrijheid van meningsuiting, van vereniging en vergadering en van godsdienst, en voor het anti-discriminatiebeginsel (Grondwet, artikel 1).
  • Daarbij hoort dat individuen en organisaties verantwoording dienen af te leggen aan diegenen over en/of namens wie zij besturen. Met onze berichtgeving en meningsvorming willen we ook daar aan bijdragen.

Voor het dagelijks handelen van NRC-redacteuren/-medewerkers zijn deze beginselen te formuleren in vier kernwaarden:

  • Onafhankelijkheid. Wij laten ons leiden door waarheidsvinding, niet door politieke, economische of maatschappelijke deelbelangen.
  • Integriteit. Wij doen ons werk eerlijk, open en zorgvuldig, met inachtneming van de regels van deze Code.
  • Transparantie. Wij zijn bereid en in staat te verantwoorden hoe en waarom wij ons werk doen of hebben gedaan.
  • Eigen verantwoordelijkheid. NRC Media is aansprakelijk voor publicaties van zijn kranten en sites. Journalistieke publicaties zijn het product van een collectief: auteurs, eindredacteuren, chefs en hoofdredactie. In het Redactiestatuut is daarnaast vastgelegd dat redacteuren, in journalistiek-ethische zin, ook individueel verantwoordelijk zijn voor hun werk (12.1-12.3). Een auteur kan op grond van die bepaling eisen dat zijn naam wordt verwijderd als hij zich niet met een publicatie kan verenigen, ook al heeft hij die (deels) zelf geschreven.

Over het journalistieke werk wordt kritisch en constructief gesproken; een redactie is een ambachtelijke gemeenschap, waarin het journalistieke gesprek permanent en indringend moet worden gevoerd.

3. Hoe we ons gedragen

Aandelenbezit

A:
Redacteuren mogen aandelen bezitten.

Redacteuren mogen niet als privépersoon aandelen bezitten in bedrijven en/of activiteiten waarover zij schrijven.

Redacteuren kunnen in overleg maximaal één aandeel kopen van een bedrijf waarover zij schrijven, om toegang te krijgen tot de aandeelhoudersvergadering. De kosten en opbrengst van het aandeel komen op conto van NRC Media.

Redacteuren melden hun aandelenbezit bij de compliance officer van NRC Media.

B:
Wij zijn gehouden aan de regels van de Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM). Sinds 1 oktober 2005 gelden regels voor de manier waarop beursgenoteerde bedrijven cruciale informatie aan het beleggende publiek moeten melden. In dat kader heeft de AFM algemene voorschriften opgesteld waaraan journalisten zich dienen te houden.

Volgens deze regels moeten media intern maatregelen nemen om te voorkomen dat journalisten misbruik maken van de wetenschap van gevoelige, nog niet gepubliceerde informatie door deze kennis te gebruiken bij het handelen in effecten op de beurs. Deze beleggingscode, die sinds 1 mei 2009 in werking is getreden, komt tegemoet aan de AFM-voorschriften en moet redacteuren en medewerkers van NRC én de organisatie zelf bescherming bieden tegen misstappen.

Voor de AFM-code: zie www.afm.nl

NB Dit lemma is in bewerking: we zijn in gesprek over vernieuwde regels voor aandelenbezit.

Afspraken

Wij houden ons aan onze (mondelinge en schriftelijke) afspraken:

  • Als we dit toezeggen, dan laten we interviews/kopij vooraf lezen aan onze bronnen.
  • Als we tijdstippen afspreken voor ontmoetingen/contact, dan komen wij die afspraken na.
  • Hebben we afgesproken dat we documenten of producten (recensie-exemplaren) hebben geleend, dan retourneren we deze.

Over sommige aspecten van ons werk maken wij géén afspraken. We garanderen nooit dat een productie (artikel, foto, infographic) op een bepaalde dag, op een bepaalde plek zal worden gepubliceerd. Er kunnen altijd redenen zijn (ander nieuws, een interview dat tegenvalt) waardoor we die belofte niet kunnen nakomen.

Zie ook: 4, inzage

Geschenken of andere materiële gunsten accepteren wij niet, omdat die kunnen leiden tot (de schijn van) beïnvloeding en belangenverstrengeling.

Het is aanvaardbaar kleine attenties aan te nemen (een pr-boekje, een pen of blocnote), tot een redelijke waarde, die niet de bedoeling suggereert van omkoping (bijvoorbeeld een fles wijn van circa 15 euro, niet een van 300 euro).

Bij elk spoor van twijfel over de intentie van een geschenk of over de indruk die het aannemen ervan op derden kan maken, geldt: niet accepteren, en duidelijk maken waarom niet.

Recensenten mogen voor een bespreking toegangskaarten, boeken en cd’s aannemen. Dit gaat om algemene cultuurproducten, waarbij de bespreker zonder onderscheid hetzelfde product te zien/lezen/horen krijgt als betalende klanten.

Voor het bezoek aan restaurants en andere etablissementen met als doel erover te schrijven vragen we een rekening.

Het gaat in laatstgenoemde gevallen om grotere bedragen dan bij boeken en dvd’s. Maar vooral: dit betreft persoonlijke dienstverlening, waarbij juist wel onderscheid wordt gemaakt, al naar gelang de wensen van de consument. Niet betalen kan leiden tot/ de indruk wekken van voorkeursbehandeling of belangenverstrengeling.

Zie ook: reizen

Commercie en redactie

Wij hanteren een heldere scheiding tussen journalistiek (waarheidsvinding) en commercie (reclame maken; promotie; prioriteiten van adverteerders).

NRC-medewerkers van redacties en commerciële afdelingen werken gescheiden van elkaar, in journalistieke én commerciële onafhankelijkheid.

Overleg tussen redactionele en commerciële leiding is nodig en ook wenselijk, maar met respect voor elkaars onderscheiden taken en verantwoordelijkheden. Redacteuren kunnen de commerciële afdeling laten weten dat er, bijvoorbeeld, een speciale bijlage aankomt die mogelijk interessant is voor adverteerders. Maar niet: een stuk over een bepaald onderwerp schrijven omdat adverteerders daar via de commerciële afdeling om vragen.

Commerciële activiteiten van NRC, inclusief advertenties en aanbiedingen, horen te passen bij het karakter van NRC en dat niet aan te tasten of te ondermijnen.

De advertentieafdeling van NRC Media kan adverteerders zoeken bij speciale producties (bijlages, online producties) die een initiatief zijn van de redactie.
Voor sponsors/adverteerders kan NRC Media aparte servicebijlagen maken, los van de redactie. Expliciet en duidelijk staat op deze specials vermeld in wiens opdracht ze zijn gemaakt en dat zij vallen buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

NRC Media maakt ook eigen commerciële bijlagen (bijvoorbeeld van de webwinkel). Ook daarop staat het karakter van de bijlage duidelijk vermeld.

Redacteuren werken alleen met toestemming van de hoofdredactie mee aan niet-redactionele producties van het bedrijf, zoals een cultuurreis van NRC Media. Uit recensies kan, met toestemming van de hoofdredactie en met bronvermelding, worden geput voor een bijlage of productie van de webwinkel.

Zie ook: gesponsorde journalistiek

Bij gesprekken en interviews in cafés en restaurants betalen wij de rekening voor de consumpties.
Het accepteren van consumpties (o.a. lunches en diners) is alleen toegestaan wanneer het onpraktisch, onbeleefd of onmogelijk zou zijn zelf te betalen (bijvoorbeeld in geval van een interview bij een iemand thuis, of op diens werkplek, of bij een ‘AKO-diner’, e.d.).

Zie ook: cadeaus

Gesponsorde journalistiek

De redactie bepaalt de selectie, aard en inhoud van NRC-producties en -publicaties. De redactie zoekt geen sponsors om artikelen of bijlagen te laten betalen.

De advertentieafdeling van NRC Media zoekt adverteerders voor bijlagen die een initiatief zijn van de redactie.

Eigen bijlagen van adverteerders worden geworven en verzorgd door de commerciële afdeling van NRC Media. Redacteuren werken hieraan niet mee. Medewerkers werken er alleen aan mee na overleg met leidinggevenden.
Commerciële bijlagen/producties verschijnen buiten verantwoordelijkheid van de redactie. De hoofdredactie krijgt vooraf informatie over verschijningsdata en geeft deze zo nodig door aan redacties.

Er is een (voor lezers) duidelijk verschil in vormgeving tussen redactionele en commerciële bijlagen.
Deelname aan (betaalde) persreizen is in bepaalde gevallen en alleen na overleg met leidinggevenden toegestaan. De sponsor dient duidelijk bij het artikel te worden vermeld.

Adverteerders willen steeds vaker ‘native advertising’ (advertenties die lijken op redactionele artikelen), of ‘sponsored content’ (redactionele producties met sponsors).

Bij zulke advertentievormen wordt altijd duidelijk vermeld dat het om advertenties gaat.

Bij extra bijlagen wordt altijd duidelijk vermeld of het gaat om een een commerciële bijlage van een adverteerder, of om een niet-redactionele bijlage van NRC Media.

Criteria voor het onderscheid tussen redactionele en commerciële producties zijn te vinden op nrc.nl

Zie ook: commercie en redactie, reizen

Interne informatie

A:
Intern overleg in NRC-verband is vertrouwelijk. Dit geldt voor journalistiek en commercieel overleg, dus ook voor: interne e-mails, nabesprekingen, werkoverleg met collega’s.

We verslaan nieuws over de eigen onderneming volgens gangbare journalistieke regels. De hoofdredactie ziet daarop toe, maar betracht hierbij terughoudendheid.

Producties uit de eigen media worden niet vóór publicatie ter inzage verstrekt aan derden bij andere media, tenzij met toestemming van de hoofdredactie.

B:
De CAO voor de Dagbladjournalistiek (artikel 4.1 lid 2 sub o) heeft over interne informatie bepaald: ‘Dat door de journalist geen gegevens - de dagbladonderneming of de door haar uitgegeven dagbladen betreffende of betrekking hebbende op enig ander onderwerp waarvan hij kan begrijpen dat geheimhouding is gewenst - aan derden zullen worden verstrekt, dan met toestemming van de directie.’

Bij berichtgeving over interne informatie in de eigen kranten en websites geldt in principe een verschil tussen journalistieke en andere medewerkers van NRC Media: journalisten kunnen omwille van waarheidsvinding in uitzonderlijke situaties gehouden zijn aan het publiceren van interne informatie. Dan moet het wel gaan om informatie die van publiek belang is.

Deze regel geldt ook voor contractanten en stagiairs.

Zie ook: sociale media

NRC-redacteuren nemen in de regel geen zitting in jury’s als het gaat om onderwerpen of terreinen waarover zij als verslaggever berichten. Dit om de schijn van belangenverstrengeling of bevooroordeeldheid te vermijden.

Uitzonderingen zijn alleen mogelijk met toestemming van de hoofdredactie. Doorgaans zal het dan gaan om jury’s in de kunst- of boekensector (AKO, Libris). NRC neemt geen zitting in branchejury’s voor ‘het beste bedrijf’ of ‘de beste keurslager’ van Nederland.

De voor- en nadelen van deelname aan een jury worden door chefs en hoofdredactie per verzoek tegen elkaar afgewogen, in overleg met chefs en redacteuren.
Voordelen zijn: promotie van NRC Media, versterking van het gezag, aanzien en netwerk van een redacteur.
Nadelen zijn: de schijn van belangenverstrengeling en bevooroordeeldheid, verlies van onafhankelijkheid ten opzichte van de branche in kwestie.

Deelname aan journalistieke vakjury’s (Loep, Tegel) is in de regel geen probleem.

Zie ook: nevenactiviteiten en -functies

Nevenactiviteiten en -functies

A:
NRC-redacteuren werken niet (ook) voor concurrerende media. Dit geldt niet of minder voor freelance journalisten en medewerkers.
Incidentele nevenactiviteiten die verband houden met het werk (een eenmalig artikel in een niet-concurrerende publicatie; lezingen; deelname aan fora of debatten) zijn in principe toegestaan, zolang deze het NRC-belang niet schaden.
Niet-journalistieke nevenactiviteiten en -functies in de privésfeer, zoals lidmaatschap van het bestuur van een vereniging, sportclub of school, staan redacteuren vrij, zolang deze niet botsen met de journalistieke belangen van NRC Media.

NRC-redacteuren doen geen betaald (advies-)werk voor overheden, bedrijven of andere instanties waarover wij als NRC-redacteur publiceren.

NRC-redacteuren adviseren politieke partijen, bedrijven en andere instanties niet over hun mediastrategie.

NRC-redacteuren verbinden hun naam niet aan actiegroepen, reclamecampagnes of inzamelingsacties.

NRC-redacteuren onthouden zich van politieke nevenfuncties of-activiteiten. Zoals elke burger kunnen zij wel lid zijn van een politieke partij.

B:
Wij melden nevenactiviteiten en -functies die verband houden met het werk aan chef en hoofdredactie. Toestemming is nodig voor optredens in andere media en bij organisaties (lezingen, cursussen) namens NRC.

Chefs en hoofdredactie kunnen redacteuren aanspreken op alle nevenactiviteiten wanneer deze volgens hen ten koste gaan van het werk voor NRC Media.

Het leveren van een (eenmalige) bijdrage aan wél concurrerende Nederlandse media (met name dagbladen) is alleen toegestaan met toestemming van de hoofdredactie (bijvoorbeeld: een gastcolumn, of bijdrage aan een discussie).

NRC Media kan de naam van het bedrijf incidenteel verbinden aan een maatschappelijk doel (Charity Awards, kerstinzameling), maar bewaakt daarbij streng de scheiding tussen commerciële en redactionele taken.

Zie ook: jureren

Optreden buiten NRC

Zie: nevenfuncties

Plagiaat

A:
Plagiaat is: andermans werk overschrijven om het, zonder deugdelijke bronvermelding, als eigen werk te presenteren. Dit is een ernstig journalistiek vergrijp, dat kan leiden tot ontslag of beëindiging van de samenwerking met NRC (in het geval van freelancers).
Wij interpreteren het (morele) begrip ‘plagiaat’ in ruime zin, breder dan het (juridische) begrip ‘schending van auteursrecht’. Overschrijven zonder bronvermelding is ook niet toegestaan bij teksten waarop geen auteursrecht (meer) rust.

B:
Gebruik en vermelding van bronnen zijn dusdanig dat chefs of hoofdredactie antwoord kunnen krijgen op vragen over de herkomst van citaten en feiten. Goede en volledige aantekeningen (of, bij interviews, opnames) zijn daarvoor essentieel.

Chefs en hoofdredactie kunnen redacteuren voor en na publicatie vragen om anonieme bronnen vertrouwelijk bij hen te identificeren.

Zie ook: 4, (anonieme) bronnen; 5, bronvermelding

Politieke activiteiten

Wij vervullen geen politieke nevenfuncties. Zoals elke burger kunnen wij wel lid zijn van een politieke partij.
Lezingen over het eigen werk of incidentele deelname aan fora van politieke partijen zijn in principe toegestaan, met toestemming van de hoofdredactie.

Wij adviseren politieke partijen niet over media-strategieën, inclusief die ten opzichte van NRC Media.

Zie ook: nevenfuncties

Privacy

Journalisten van NRC Media respecteren de scheiding van de publieke ruimte, waarin personen aanspreekbaar zijn op hun gedrag en opvattingen, en de privésfeer.

Gegevens uit de privésfeer zijn geen journalistiek doel voor ons. Ze kunnen nuttig zijn in sommige stukken, zoals persoonlijke portretten of interviews.

Problemen in de privésfeer van publieke personen (dat wil zeggen functionarissen, niet: Bekende Nederlanders) kan voor NRC relevant worden wanneer ze een rol spelen in hun publieke functioneren, niet als op zichzelf staand nieuws.

Voor verdachten en daders geldt in principe de regel dat wij hun achternaam afkorten tot een initiaal. Daarop zijn tal van uitzonderingen, afhankelijk van afstand (in tijd en ruimte), maatschappelijke positie en publieke bekendheid van betrokkene.

Voor slachtoffers van misdrijven en ongevallen geldt dat wij hun privacy respecteren als zij ons niet te woord willen staan.

We noemen (meerderjarige) slachtoffers bij hun naam als wij hen citeren of portretteren met hun medeweten. Uitzonderingen zijn soms mogelijk als hun relaas anders niet te krijgen is en de betrouwbaarheid ervan elders kan worden geverifieerd.

Zie ook: 5, foto’s, initialen, kinderen, namen

Recensie-exemplaren
Zie: cadeaus

Reizen

A:
Wij aanvaarden als regel geen aanbiedingen van belanghebbenden voor gratis reizen, verblijf en/of overnachtingen.

Deelname aan georganiseerde persreizen is alleen toegestaan na toestemming van chef of hoofdredactie.

Bij publicaties die voortvloeien uit persreizen, wordt duidelijk vermeld welke instantie(s) de reis (mede-)gefinancierd hebben.

Bij reisjournalistiek (recenseren van vakantiereizen of -bestemmingen) betalen wij de kosten zelf. Het doel, een oordeel vormen over de reis, moet in onafhankelijkheid tot stand komen.

Voor de afweging rond met maken van betaalde reizen is van belang of het gaat om ‘meereizen’ (met dienstauto, regeringsvliegtuig, militair transport boven oorlogsgebied) of om ‘je reis laten betalen’ door derden terwijl we dat in principe zelf zouden kunnen doen (lijnvluchten, hotelkosten).

Het eerste, meereizen, is doorgaans geen probleem (en soms onvermijdelijk), het tweede betekent dat NRC (de keus van) publicaties laat bepalen en betalen door belanghebbende sponsors, en is dus onwenselijk.

Bij deelname aan persreizen is het criterium of het een journalistiek relevant programma betreft waaraan wij anders niet kunnen deelnemen (zoals: een wetenschappelijke expeditie naar het poolgebied). We bieden zoveel mogelijk aan de kosten zelf te betalen.

Onder journalistieke reisverslagen die (deels) zijn betaald door de organisatoren hanteren we doorgaans de volgende formulering: “De totstandkoming van dit verhaal is (deels) gefinancierd door (naam).” Waar nodig specificeren we dat: “Het betreft (vlucht, hotel of andere kosten).”

Zie ook: cadeaus, consumpties, gesponsorde journalistiek

Sociale media

Wij maken gebruik van sociale media (Facebook, Twitter, LinkedIn) om bronnen aan te boren, feiten te checken, lezers bij NRC te betrekken, en ons werk onder de aandacht te brengen en toe te lichten.

Wij hanteren hiervoor de journalistieke regels uit deze code en algemene fatsoensnormen: de toon mag op sociale media informeel zijn, maar nooit beledigend, hatelijk of grof.

Wij kunnen lezers via Twitter of Facebook ook ‘een blik achter de schermen bieden’, uitleg geven over ons werk, in tekst en beeld.
Intern gevoelige informatie geven we niet prijs. We publiceren geen concurrentiegevoelige informatie over artikelen of onderwerpen.

We zijn terughoudend met publiceren over privé-informatie (hobby’s, voorkeuren) op openbare sociale media. Het kan leiden tot vervelende situaties en kwetsbaar of zelfs chantabel maken.
Luisteren en lezen op sociale media kan tot op zekere hoogte (dat wil zeggen zonder een complete valse identiteit te bouwen en exploiteren) onder pseudoniem. Actief deelnemen aan gesprekken of uitspraken ontlokken dient te gebeuren onder eigen naam. Uitspraken ontlokken met het doel om die (mogelijk) te publiceren mag alleen nadat we ons bekend hebben gemaakt als journalist.

Populariteit van een onderwerp op Twitter of andere sociale media kan een nieuwsfactor zijn , maar is niet per se een argument om een verhaal te publiceren.

Zie ook: 4, checken, open vizier

Alle bepalingen uit deze code gelden ook voor stagiairs, met uitzonderingen waar vermeld (bijvoorbeeld bij nevenfuncties).
Bij het begin van een stage wijst de stagecoördinator op het bestaan van deze code en op de plek waar deze te raadplegen is (Luxnet), met de aanbeveling de code zorgvuldig te lezen vóór aanvang van de werkzaamheden.
Stagebegeleiders (chefs e.a.) schatten in of de handelwijze van stagiairs op gespannen voet kan komen te staan met de bepalingen uit deze code. Zij zijn beschikbaar voor overleg en waarschuwen tijdig.

4. Hoe we werken

Bronnen

  1. Algemeen

    Journalistieke verhalen hebben (harde) onderbouwing nodig. Feitelijke beweringen zonder deugdelijke onderbouwing staan haaks op waarheidsvinding.

    Als bronnen kunnen dienen: eigen observaties van de journalist, uitspraken van personen, documenten, databestanden.

    Correct gebruik (en vermelding) van bronnen hoort bij betrouwbare journalistiek. Het maakt informatie transparant, herleidbaar en dus controleerbaar.

    Bij twijfel vermelden we liever een bron te veel dan een te weinig.

    Zie ook: checken; 5, bronvermelding

  2. Openbare bronnen

    In onze berichtgeving raadplegen wij altijd (ook) de beschikbare openbare bronnen.

    Er is (en komt) veel meer openbaar dan journalisten soms denken. We gaan altijd na of meer openbare bronnen beschikbaar zijn dan eerder beschreven.

    Evident openbare bronnen zijn: wet- en regelgeving, Handelingen van het parlement, gemeenteraden en Provinciale Staten, vergunningen, vonnissen, inspectierapporten, kadaster, Kamer van Koophandel (jaarrekeningen, jaarverslagen).

    Ook: wetenschappelijke publicaties (soms tegen betaling), aandelentransacties, krantenarchieven, zoekmachines (Google). CBS StatLine biedt geografisch en chronologisch gedetailleerde cijfers over vrijwel alles in Nederland.

  3. Online bronnen
    A:
    Steeds meer documenten zijn beschikbaar op internet, al dan niet tegen betaling.

    Wij zijn ons bewust van de rijkdom maar ook van de mogelijke onbetrouwbaarheid van bronnen op internet. Wij zijn in staat zelf inschattingen te maken voor de kwaliteit en verdere verificatie van deze bronnen.

    B:
    Wij checken de identiteit van personen die zich online melden als bron, of bijvoorbeeld een opiniestuk aanbieden ter publicatie.

    Identiteit nagaan doen wij op basis van contactgegevens (adres, telefoonnummer, referenties); wij vragen in de regel geen kopieën van identiteitspapieren op.

  4. On/off the record

    Wij schrijven informatie en beweringen zoveel mogelijk toe aan ‘on the record’-bronnen. Dat vergroot de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van ons werk.

    ‘On the record’ zijn alle openbare bronnen die wij gebruiken, evenals alle informatie die wij verkrijgen van personen, waarbij zij weten dat wij de verstrekte informatie kunnen publiceren, mét bronvermelding.

    ’Off the record’ houdt in dat de verkregen informatie wel kan worden gebruikt (om te publiceren of nader te checken), maar zonder dat deze aan de bron wordt toegeschreven. Ook wel bekend als “Chatham House Rules”.

    Gesprekken met bronnen voor een publicatie zijn als regel ‘on the record’, tenzij tevoren anders is afgesproken.

    Informatie die een bron ‘off the record’ heeft verstrekt, kan met toestemming van de bron alsnog ‘on the record’ worden.

    Informatie die een bron ‘on the record’ heeft verstrekt, kan niet achteraf eenzijdig door de bron als ‘off the record’ worden bestempeld.
    Soms spreekt een bron van ‘off the record’ bij informatie die helemaal niet mag worden gepubliceerd, ook niet zonder toeschrijving. Zorg er dus voor dat de status van de informatie duidelijk is in het contact met de bron. Uitgangspunt: informatie, ‘off the record’ verkregen, mag altijd worden gebruikt.

  5. Anonieme bronnen en citaten

    Anonieme bronnen zijn soms onontkoombaar (bijvoorbeeld in politieke berichtgeving of gevoelige juridische dossiers). Cruciaal is of informatie die zo is verkregen, voor publicatie kan worden gecheckt of kan worden ondersteund met ‘on the record’-bronnen.

    Wij zijn zeer terughoudend met anonieme citaten. Bij uitspraken die letterlijk worden geciteerd, hoort in principe een naam. Alleen in uitzonderlijke gevallen (risico van persoonlijke of professionele schade) en als het belang van de informatie groot genoeg is, gebruiken wij anonieme citaten.

    Anonieme citaten mogen niet dienen als vrijbrief voor laster of smaad, beledigingen of niet onderbouwde beschuldigingen.

    Feitelijke beweringen van anonieme bronnen kunnen vaak worden geparafraseerd (“Na de schorsing liep de zaak uit de hand, aldus een betrokkene.”), of nemen wij voor eigen rekening nadat ze zijn gecheckt (“Na de schorsing liep de zaak uit de hand.”).

    Meningen of interpretaties van anonieme bronnen (“Het is haar schuld dat het na de schorsing uit de hand liep”) geven we zoveel mogelijk in eigen woorden weer (“Volgens een aanwezige was het de schuld van de voorzitter dat het na de schorsing uit de hand liep.”), waar nodig met weerwoord.

    Feitelijke beschuldigingen (“De voorzitter ging er na de schorsing met de kas vandoor”) verplichten tot wederhoor en citeren we alleen met een ‘on the record’ toeschrijving.

    Chefs en hoofdredactie kunnen redacteuren voor en na publicatie vragen anonieme bronnen vertrouwelijk bij hen te identificeren.

    Zie ook: 5, citeren, bronvermelding, wederhoor

  6. Persberichten

    A:
    ‘Persberichten overschrijven’ is taboe; wij bezondigen ons niet aan deze gemakzuchtige vorm van journalistiek.
    Wanneer wij persberichten als bron gebruiken, vragen we waar nodig nader commentaar of wederhoor bij een woordvoerder van de betrokken organisatie.

    Dat geldt met name voor persberichten over wetenschappelijk onderzoek. We vragen zoveel mogelijk het onderliggende onderzoek op, alvorens te publiceren.

    Bij een onbekende pr-firma, of twijfel aan de echtheid van een persbericht, checken we bij de organisatie zelf of het bericht terecht in haar naam is verstuurd.

    Zie ook: checken (hoaxes)

  7. Documenten/vertrouwelijke stukken

    Documenten kunnen een harde onderbouwing bieden voor feitelijke beweringen. Wij zoeken, naast persoonlijke bronnen, ook altijd documentatie.

    Overheden, bedrijven en andere instanties hebben het recht interne documenten als ‘vertrouwelijk’ aan te merken.

    Wanneer wij hierop de hand op weet te leggen, betekent dat niet automatisch dat we ook publiceren; criterium is het publieke belang van de informatie.

    Niet alles wat vertrouwelijk is, hoeft in een parkeergarage te worden overhandigd. NRC Media maakt gebruik van de (beperkte) mogelijkheden van de Wet openbaarheid Bestuur (WOB). Verzoeken moeten worden aangemeld bij chefs of hoofdredactie.

    Vóór het publiceren van (delen van) vertrouwelijke stukken moet altijd met rubriekschef en/of hoofdredactie worden overlegd. De normale regels voor checken, hoor en wederhoor blijven daarbij van kracht.

  8. Familieleden en vrienden

    Tips van familieleden, partners en vrienden kunnen dienen als bron voor artikelen, net zo goed als tips van buitenstaanders, lezers en anderen.

    Als wij familieleden of andere naasten willen gebruiken als bron voor een eigen artikel, melden wij dit aan onze chef. Deze kan ons opdragen het onderwerp over te dragen aan een collega, om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen.

    Als wij familieleden of naasten als persoon in een eigen artikel willen opvoeren, moeten we dit vooraf melden aan onze chef. Als deze toestemt, moet onze persoonlijke relatie met betrokkene in het artikel duidelijk worden gemaakt.

    Het gebruik van familieleden en andere naasten als bron voor of in een artikel heeft deze waarborgen nodig, omdat een risico is dat we hun informatie of rol in het verhaal niet zakelijk genoeg kunnen beoordelen.

    Dit geldt ook voor vrienden en goede kennisssen. Het kan zijn dat we te veel geloof hechten aan hun informatie of interpretaties en hen niet willen tegenspreken.

    Een redacteur die een meer dan zakelijke of zelfs intieme relatie ontwikkelt met een bron op het terrein waarover hij of zij schrijft, meldt dit aan rubriekschef en hoofdredactie. Bij een loyaliteits- en/of geloofwaardigheidsconflict kan deze de redacteur overplaatsten naar een andere redactie, of een andere portefeuille geven.

Checken (hoaxes)

Feitelijke informatie die niet ‘on the record’ is, staven wij zoveel mogelijk met een tweede of derde, schriftelijke of mondelinge bron.

Wij gaan ervan uit dat mensen in de regel de waarheid (zouden) willen vertellen, maar houden altijd rekening met vertekening van informatie en leugens. Daaronder vallen ook: propaganda, desinformatie, spin en contraspin.

Sommige organisaties, actiegroepen en personen maken zich schuldig aan weloverwogen bedrog inclusief valse gegevens en identiteiten (hoaxes).

Indicaties van een hoax zijn: nieuws met het karakter van een stunt; woordvoerders of bedrijven die onbekend zijn (en naar elkaar verwijzen); gebrek aan documentatie.

Bij twijfel aan de geloofwaardigheid van een initiatief of actie voeren we extra checks uit, zoals het opvragen (en laten beoordelen) van nadere documentatie. Zorgvuldigheid gaat – zeker bij twijfelachtige verhalen – boven snelheid.

Populariteit van een onderwerp op sociale media kan een nieuwsfactor zijn, maar is geen vervanging voor eigen waarheidsvinding met de gebruikelijke checks.

Zie ook: bronnen, hoor en wederhoor, persberichten

Wij tekenen geen contracten die ons algemene beperkingen opleggen in onze vrijheid om informatie te publiceren.

We kunnen wel afspraken maken om toegang te verkrijgen tot speciale plekken, zoals ziekenhuizen of embedded journalism in oorlogssituaties. Daarbij moet duidelijk zijn welk type informatie niet mag worden gepubliceerd (namen van patiënten, militair gevoelige informatie). Dit moet duidelijk bij het artikel worden vermeld.

Zie ook: inzage, embargo’s

Embargo’s

Een embargo is een (mondelinge of schriftelijke) overeenkomst tussen twee partijen om bepaalde informatie pas na een afgesproken tijdstip openbaar te maken.

In ruil voor deze belofte krijgen wij vroegtijdig inzage in de informatie. Dat kan de kwaliteit van berichtgeving ten goede komen.
Embargo’s staan in het algemeen haaks op de vrije nieuwsgaring die wij nastreven. We zijn er daarom zeer terughoudend mee.

We zijn niet gehouden aan embargo’s die een bron (uitgever, overheid) eenzijdig oplegt bij het verstrekken van informatie (drukproeven, bijvoorbeeld).

Een embargo is niet meer van kracht zodra het is geschonden of zodra het nieuws uit een andere bron bekend is geworden.

In embargo-afspraken wordt hooguit de vroegste publicatiedatum van een productie vastgelegd, nooit enige andere bepaling, zoals de beoogde auteur, de plaats die het in onze media krijgt, e.d. We maken geen afspraken met derden over dergelijke redactionele keuzes en prioriteiten.

Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren hanteert een vergelijkbare Embargoregeling. Zie: www.genootschapvanhoofdredacteuren.nl

Zie ook: 3, contracten

Freelancers (werken met)

Voor freelancers hanteren wij dezelfde journalistieke regels als voor redacteuren. Hun werk en werkwijze moeten voldoen aan de criteria van NRC Media.
Werk van nieuwe freelancers wordt altijd geredigeerd door een ervaren eindredacteur, die het toetst aan de kwaliteitsregels van NRC Media.

Nieuws (primeurs) dat door freelancers wordt aangeboden, wordt beoordeeld door een rubriekschef of een lid van de hoofdredactie, en, indien zij dat nodig vinden, voor publicatie door een redacteur van NRC Media geverifieerd.

Hoor en wederhoor

Wederhoor is het vragen van commentaar op een bewering bij de persoon of instantie over wie de bewering is gedaan.

Wederhoor is niet altijd nodig, maar is absoluut verplicht bij feitelijke beschuldigingen aan het adres van een persoon of instantie.

Daarnaast dient wederhoor het verkrijgen van een evenwichtig beeld van gebeurtenissen, door meer betrokkenen de kans te geven hun verhaal te doen.

Wederhoor is geen formaliteit na het verzamelen van informatie, maar maakt deel uit van het journalistieke onderzoek.

Wederhoor ontslaat ons niet van de plicht om met nader onderzoek (aanvullende bronnen, documentatie) een eigen oordeel te vormen over de feitelijke juistheid of aannemelijkheid van beweringen over een persoon of instantie.

Wij verlenen wederhoor tijdig, dat wil zeggen zo vroeg mogelijk. Ten minste 24 uur voor publicatie is in de regel een redelijke termijn, al zijn uitzonderingen mogelijk (bij het risico op het verspelen van een primeur, bijvoorbeeld).

Wederhoor is niet altijd nodig bij persoonlijke beweringen of indrukken. Als een bij naam genoemd Tweede Kamerlid zegt dat haar fractievoorzitter “een matige leider” is, dan is dat een mening die (met bronvermelding) gepubliceerd kan worden. Wanneer het Kamerlid zegt dat de fractievoorzitter er met de kas vandoor is gegaan, dan is dat een ernstige beschuldiging waarbij wederhoor voor publicatie vereist is.

Als we iemand niet tijdig kunnen bereiken, of betrokkene geen commentaar wil geven, dan vermelden wij dit expliciet in onze publicatie.

Voordelen van vroeg wederhoor: beschuldigde kan adequaat reageren, nadere informatie leveren, relatie met betrokkene blijft zo correct mogelijk. Nadeel: betrokkene kan preventieve actie ondernemen en, bijvoorbeeld, het verhaal laten uitlekken.

Nadelen van laat wederhoor: beschuldigde heeft geen tijd adequaat te reageren, verhaal blijft incompleet, relatie met betrokkene wordt beschadigd.

Zie ook: checken

Inzage geven

Inzage in een artikel vóór publicatie (print of online) wordt niet standaard aangeboden, maar kan desgevraagd worden verleend.

Inzage dient in de eerste plaats het voorkomen van feitelijke onjuistheden in de tekst.

Het kan ook dienen om onduidelijkheden of vergissingen te corrigeren, maar niet om meningen te veranderen, of relevante feiten achterwege te laten.

Inzage is geen excuus voor fouten van de auteur; we behoren ons werk grondig en correct te doen. Het resultaat blijft voor eigen rekening van de auteur/NRC Media.
Inzage verlenen is iets anders dan een productie laten ‘fiatteren’ of ‘autoriseren’. Alleen NRC Media ‘autoriseert’ een NRC-publicatie. Wij werken niet mee aan producties waarbij bronnen ‘autorisatie’ als voorwaarde stellen. Dat geldt ook voor foto’s.

Bronnen dienen bij elke voorgestelde wijziging in de tekst van een productie duidelijk te maken waarom die aangebracht zou moeten worden.

De redacteur beslist of de voorgestelde wijzigingen worden aangebracht. Bij twijfel wordt de eindredactie, chef of hoofdredactie geraadpleegd.

Voor politici, bestuurders van bedrijven of anderen met media-ervaring gelden bij het voorstellen van wijzigingen of corrigeren van vergissingen strengere eisen dan voor mensen die geen of weinig media-ervaring hebben.

Om toegang te krijgen tot bijzondere locaties (een kerncentrale, ziekenhuis, laboratorium, oorlogsgebied) kunnen wij tevoren afspreken dat we inzage geven – mits vooraf duidelijk is afgesproken welke informatie niet in aanmerking komt voor publicatie en waarom niet (namen van patiënten, informatie over veiligheid).

Als we bepaalde informatie niet mogen opnemen (bijvoorbeeld bij embedded journalism in oorlogssituaties), dan vermelden wij dit in of onder de productie.

Zulke afspraken worden overlegd met chef of hoofdredactie. Als de voorwaarden voor publicatie in hun ogen te strikt zijn, zien wij van het verhaal af.

Koppen, onderkoppen, streamers, intro’s en bijschriften worden nooit ter inzage gegeven.

Zie ook: 3, contracten; 5, citaten aanpassen, feitelijke onjuistheden

Open/gesloten vizier

Journalisten dienen de openbaarheid; daarbij past dat zij zelf ook een zo groot mogelijke openheid bieden over hun werk.

Bij contact met bronnen met de bedoeling hun uitspraken te publiceren, maken wij ons vooraf bekend als journalist en vermelden we het doel van dit contact.

Openbare bijeenkomsten (vergaderingen, demonstraties) bijwonen kan zonder je bekend te maken als journalist; dat doen wij weer wél wanneer we andere bezoekers spreken met de bedoeling hun uitspraken (mogelijk) te publiceren. Dat geldt ook voor andere openbare gelegenheden en contacten.

Bij het professioneel toetsen van dienstverlening (restaurants, reizen) maken wij ons in de regel juist niet bekend als journalist, om te voorkomen dat wij een (voorkeurs)behandeling krijgen die waarheidsvinding belemmert.

Zie ook: undercover, sociale media

Opinieartikelen van redacteuren/vaste medewerkers

We zijn terughoudend met het publiceren van stukken door eigen redacteuren op de opiniepagina.

De expertise van redacteuren is ook daar bij gelegenheid welkom, maar publicatie mag de onafhankelijkheid en het gezag van de berichtgeving niet ondermijnen.

Dat betekent dat redacteuren hoe dan ook geen opiniestukken schrijven over een zaak waarover zij op dat moment als verslaggever berichten.

Freelancers staat het vrij elders opiniestukken te publiceren; hun wordt gevraagd die wel eerst aan NRC Media aan te bieden.

Opnemen (van telefoongesprekken)

Journalisten mogen, zoals alle burgers, hun eigen (telefoon)gesprekken opnemen, ook zonder hun gesprekspartners daarvan op de hoogte te stellen.

Opnames van zulke gesprekken mogen in het algemeen echter niet worden uitgezonden zonder medeweten of toestemming van betrokkenen. Consumentenprogramma’s doen dit veelvuldig wél, met een beroep op het algemeen belang.

Voor NRC-journalisten geldt: opnames van (telefoon)gesprekken mogen worden gebruikt om gemaakte aantekeningen te controleren, vóór publicatie citaten te checken, of als bewijs in mogelijke geschillen of procedures over een publicatie.
Onze gesprekspartners (bronnen, voorlichters etc.) staat het ook vrij om op hun beurt gesprekken met ons op te nemen.

Zie hierover ook de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, paragraaf 2.1.7.

Wij verrichten als regel geen ‘undercover journalistiek werk’.

Alleen indien de informatie op geen enkele andere manier kan worden verkregen en er een zwaarwegend publiek belang mee is gediend, kan de hoofdredactie daarop, na overleg vooraf, een uitzondering maken.

Wij gebruiken op sociale media onze eigen naam als wij deelnemen aan discussies met de bedoeling anderen uitspraken te ontlokken en die te publiceren. Dat geldt ook voor besloten sites, groepen of fora. Meekijken mag onder pseudoniem, meedoen met de bedoeling om te publiceren alleen als NRC-journalist.

Zie ook: open vizier; 3, sociale media

5. Wat we publiceren

Bronvermelding

We schrijven uitspraken toe aan bronnen, zoveel mogelijk met naam genoemd. Dat hoort bij de transparantie en controleerbaarheid van de informatie.

Nieuws van anonieme bronnen brengen we alleen als de informatie zeer relevant is, betrouwbaar en niet langs andere weg, ‘on the record’, is te verkrijgen.

Algemeen bekende feiten hoeven niet te worden toegeschreven aan een bron; bij feiten en cijfers die worden betwist, is bronvermelding nodig.

Toeschrijving van uitspraken aan bronnen gebeurt door vermelding van hun naam, hun functie of positie in een organisatie en, waar nodig, hun leeftijd of woonplaats.

Anonieme bron(nen) omschrijven we zo goed mogelijk (functie, rang, expertise) zonder hun anonimiteit in gevaar te brengen.

Een correspondent of verslaggever in het buitenland zal bij gebruik van lokale media niet altijd de bron van een feit of citaat hoeven vermelden, maar mag nooit ten onrechte de indruk wekken zelf ergens bij aanwezig te zijn geweest, of een uitspraak uit de eerste hand te hebben gehoord.

Bij het overnemen van, of voortgaan op, primeurs uit andere media wordt altijd de bron vermeld.

Zie ook: 4, bronnen

Citeren

Wij geven in citaten (tussen dubbele aanhalingstekens) de woorden van de geïnterviewde zo letterlijk mogelijk weer.

Spreektaal mag licht worden aangepast (‘eh’ en ‘uh’), niemand spreekt in perfecte zinnen. Maar zonder de woordkeus van de spreker te veranderen.

Dit geldt ook voor citaten in koppen (tussen enkele aanhalingstekens). Een citaat geeft iemands woorden weer, niet iemands bedoeling.

Wij gebruiken zo min mogelijk anonieme citaten; soms kan het niet anders, maar in de regel hoort bij een geciteerde uitspraak de naam of een herkenbare omschrijving van de spreker. We gebruiken liever één ‘on the record’-citaat dat door anonieme bronnen wordt bevestigd, dan louter anonieme citaten.

We corrigeren in principe geen taalfouten in geschreven teksten die wij citeren. Dat geldt ook voor sociale media. We gebruiken slecht Nederlands echter niet om schrijvers te ridiculiseren; parafraseren is ook altijd mogelijk.

Uitspraken die vóór publicatie worden voorgelegd, kunnen alleen worden gewijzigd wanneer het citaat feitelijk onjuist blijkt te zijn (op basis van aantekeningen of opname), de spreker zich aantoonbaar heeft vergist (over een feit van ondergeschikt belang) of het citaat verduidelijking behoeft.

Zie ook: citaten aanpassen; 4, inzage, (anonieme) bronnen

Citaten aanpassen

ij kunnen citaten voor een interview of reportage voor publicatie aanpassen, wanneer de bron duidelijk kan maken waarom dit nodig is. Maar: de redacteur beslist, niet de bron.

Documentatie (opnamen, goede aantekeningen) is van cruciaal belang om te kunnen beslissen of de bron een punt heeft.

Hieronder volgen situaties waarmee wij te maken kunnen krijgen, met suggesties hoe daarmee om te gaan.

  • “Dit is feitelijk onjuist.” Louter die mededeling is onvoldoende, de bron moet duidelijk maken waar de onjuistheid uit blijkt, en hoe het wel zit.
  • “Dit heb ik niet gezegd.” Dit geschil is te voorkomen door gesprekken op te nemen of secuur aantekeningen te maken.
  • “Dit heb ik niet zo bedoeld.” Dat kan, ook journalisten begrijpen dingen verkeerd. Maar hoe bedoelde u het dan wél? En: wil de spreker iets beter uitleggen of op zijn woorden terugkomen? Over het tweede valt doorgaans niet te praten.
  • “Dit heb ik wel gezegd, maar ik heb me vergist.” Dat kan gebeuren. Het maakt wel uit of het gaat om een feit of om een opvatting (en of het gaat om een ondergeschikt of juist belangrijk feit).
  • “Dit heb ik wel gezegd, maar ik krijg grote problemen als dit wordt gepubliceerd.” Hier is ook van belang wie het zegt: een politicus of topbestuurder moet weten wat hij doet in gesprek met een journalist. Dat ligt anders voor mensen in een ondergeschikte positie zonder media-ervaring. Dan kan het te rechtvaardigen zijn hun een zekere bescherming te bieden.
  • “Als je dit publiceert, dan kom je er nooit meer in.” Hoezo? Klopt er iets niet, of bedoelt u iets anders? Als de spreker niet duidelijk kan maken wat er mis is, dan publiceren wij zonder aanpassingen (en maken dat ook duidelijk).

Zie ook: citeren; 4, inzage

Commentaar

Onze NRC-beginselen komen expliciet tot uitdrukking in de commentaren (hoofdartikelen) in NRC Handelsblad.

Het Commentaar is het resultaat van gedachtenvorming onder commentatoren, leden van de hoofdredactie en soms vakredacteuren. Het vertolkt niet de geaggregeerde mening van (enkele of alle) individuele redacteuren en medewerkers van NRC Media.

Het Commentaar dient als toetsing van de actualiteit aan de beginselen van de krant, met name aan liberale uitgangspunten als burgerrechten, rechtsstatelijkheid en democratisch, legitiem en transparant uitgeoefend bestuur.

Correcties en Aanvullingen

We corrigeren fouten en vullen onvolledige informatie ruimhartig aan. Dat kan gebeuren in vervolgberichtgeving maar ook in correcties in de krant of online.

Feitelijke onjuistheden (cijfers, jaartallen, namen, leeftijden) of onvolledige citaten worden in de krant rechtgezet in de rubriek Correcties & Aanvullingen, online door een correctie aan een artikel te hechten.

Ook kleine onjuistheden (een onjuist gespelde naam, een jaartal) behoeven correctie.

De rubriek Correcties & Aanvullingen is niet bedoeld voor discussies over de strekking of interpretatie van een artikel (zie ingezonden brieven).

Bij opmerkelijke of bizarre correcties (zoals een dood verklaard individu dat nog in leven blijkt) vermelden we bondig hoe de fout in de krant kon terechtkomen.

Redacteuren worden ingelicht en geraadpleegd over mogelijke correcties en aanvullingen die hun artikelen betreffen.

Wij plaatsen in de regel geen naschriften bij een ingezonden brief. Naschriften kunnen uitleg geven van de redactie, maar zijn geen correctie, en kunnen evenmin dienen als substituut daarvoor.

Zie ook: ingezonden brief, ontpubliceren

Etnische afkomst

We benaderen burgers als individuen en vermelden niet standaard de etnische afkomst of huidskleur van personen. Dat geldt ook voor korte politieberichten.

Vermelding van etnische afkomst kan relevant zijn in verhalen over bepaalde onderwerpen (werkgelegenheid, criminaliteit, cultuur, et cetera). In het artikel moet dan zoveel mogelijk duidelijk worden gemaakt waarom (vermelding van) afkomst relevant kan zijn.

Ook in meer persoonlijke stukken, zoals portretten en interviews, kan vermelding van iemands etnische afkomst nuttig zijn.

Wij schrijven over Nederlandse burgers dan, bijvoorbeeld, als “Marokkaanse (Surinaamse, Turkse etc. ) Nederlander” of “Nederlander van Marokkaanse (etc.) afkomst”. Wat ook kan: personen “met een Marokkaanse (etc.) achtergrond”, of “van Marokkaanse (etc.) komaf”.

We vermijden de termen “allochtoon” en “autochtoon”, dit zijn sociaalwetenschappelijke containerbegrippen die vage spreektaal zijn geworden. Uiteraard kunnen ze voorkomen in citaten (van sprekers of uit documenten) en soms wanneer ze expliciet van toepassing zijn (bijvoorbeeld in stukken over bevolkingsonderzoek). Bij beschrijvingen van individuen of groepen in eigen berichtgeving geven wij er echter de voorkeur aan om concreter te zijn en – indien relevant – te spreken van “Marokkaanse (Turkse, Surinaamse, etc.) Nederlanders” of mensen van “Marokkaanse (Turkse, Surinaamse, etc.) afkomst”.

Feitelijke onjuistheden

Onder feitelijke onjuistheden vallen in de eerste plaats harde gegevens. Denk aan: spelling van namen, jaartallen, cijfers, plaatsaanduidingen, chronologieën.

Onder feitelijke onjuistheden valt uitdrukkelijk niet: de interpretatie of context van een betoog of gebeurtenis. Deze komt voor onze rekening en kan bij twijfel vóór publicatie op basis van argumenten nog eens met bron(nen) worden besproken.

Zie ook: 4, inzage; correcties en aanvullingen

Fotobewerking

Fotobewerking is toegestaan, maar mag net zomin als tekstbewerking leiden tot een misleidende voorstelling van de werkelijkheid.

De marge voor beeldbewerking is bij illustratieve foto’s ruimer dan bij nieuwsfoto’s.

Wanneer een foto door de redactie inhoudelijk is bewerkt, vermelden wij dat in het bijschrift.

Foto’s zijn geen mechanische reproducties van de werkelijkheid, maar kunnen op vele manieren worden gebruikt: als nieuws, illustratief, of als commentaar.

Daarbij dient waarheidsgetrouwheid voorop te staan. Voorbeeld: op een foto van een persconferentie van de premier is zijn woordvoerder in de hoek van de zaal weggesneden om de foto staand te maken. Dat is toegestaan, tenzij de krant of site met opzet de indruk wil wekken dat de woordvoerder niet aanwezig was.

In hoeverre bewerking toegestaan is, hangt dus ook af van de context van plaatsing.

Onder technisch retoucheren valt bijvoorbeeld het aansnijden van een foto om die passend te maken, of het bijstellen van de kleur (contrast, helderheid).

Onder cosmetisch retoucheren valt het verwijderen van vlekken of beschadigingen op een foto, het herhalen van een foto die als achtergrond wordt gebruikt bij tekst, of het plaatsen van nadere informatie (grafieken, tekst) in een illustratieve foto.

Onder manipuleren valt het met opzet misleidend verwijderen, toevoegen of aanpassen van objecten of personen in een foto, om een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid te geven. Ook het ‘spiegelen’ van foto’s valt daaronder.

Zie ook: fotobijschriften

Fotobijschriften/infographics

Wij vermelden in het bijschrift bij foto’s en infographics de bron (fotograaf, persbureau of agentschap, een ander medium) correct en volledig.

Bij foto’s of andere illustraties die door de redactie of door de leverancier zijn bewerkt, vermelden wij dit in het bijschrift.

Bij een ‘illustratieve’ foto (een niet per se actuele foto die, vaak uit voorraad, wordt geplaatst bij een artikel) vermelden wij wanneer die is genomen.

Zie ook: fotobewerking

Foto’s, anonimiteit op ..

We houden ons aan de regels van het portretrecht en aan jurisprudentie over privacy, tenzij er zwaarwegende redenen (van publiek belang) zijn hiervan af te wijken.

Fotograferen in de publieke ruimte is toegestaan, maar portretrecht stelt grenzen aan het gebruik van foto’s van willekeurige, herkenbare personen.

Bij artikelen over controversiële onderwerpen plaatsen we om die reden geen foto’s van herkenbare (Nederlandse) personen die niet in het artikel voorkomen. Het gebruik van foto’s van buitenlandse bureau’s is over het algemeen minder bezwaarlijk (de kans dat personen daar hinder of schade van ondervinden is geringer), maar kan dat ook wél zijn.

Onder foto’s bij artikelen over al dan niet controversiële onderwerpen vermelden wij of de afgebeelde personen in het artikel voorkomen. Dat geldt ook voor foto’s van buitenlandse bureau’s.

Zie ook: privacy

Gefingeerde namen, schuilnamen

A:
Wij gebruiken géén gefingeerde namen. Journalistiek staat of valt met de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van informatie; daar hoort het noemen van namen bij.

Als het noodzakelijk is de identiteit van een bron of persoon te beschermen, dan doen we dat in de regel door zijn of haar (achter)naam weg te laten.

B:
Het gebruik van gefingeerde (volledige) namen maakt journalistiek onbetrouwbaar, maar is ook gevaarlijk: er is vaak een andere, niet-betrokkene die écht zo heet.

Als de veiligheid of het leven van een bron wordt bedreigd en het publieke belang van zijn of haar verhaal groot genoeg is (denk aan een interview met een overgelopen spion of informant uit het criminele milieu), dan geven we betrokkene geen andere voor- of achternaam, maar gebruiken wij een omschrijving of een aanduiding als ‘X’.

Bij het verhaal moet, in een aparte uitleg, duidelijk worden vermeld waarom wij de naam van betrokkene niet noemen.

Zie ook: bronvermelding, namen

Geruchten

NRC brengt geen geruchten als feiten. Geruchten kunnen nieuwswaarde hebben, maar dienen als zodanig te worden benoemd.

Het moet dan gaan om geruchten die relevant zijn voor het publieke debat of om het handelen van functionarissen te begrijpen (politiek, bedrijven).

Geruchten die mogelijk belastend, schadelijk of defamerend zijn voor personen, publiceren wij niet zonder wederhoor.

Geruchten (over een vermeend feit) zijn iets anders dan speculaties (verwachtingen op basis van argumenten). De vraag wie minister wordt in een nieuw kabinet, of de volgende directeur van een museum, kan in publicaties voorwerp zijn van speculatie. Daarbij hoort dan wel: checken of een reactie vragen bij de betrokkene(n).

In online live blogs over groot nieuws dat zich snel ontwikkelt, kan het voorkomen dat ook ongeverifieerde berichten worden vermeld. Dan dient altijd ook de bron te worden vermeld en de informatie zo snel mogelijk te worden geverifieerd en geactualiseerd.

Zie ook: wederhoor

Ik-journalistiek

Journalisten schrijven over anderen, niet over zichzelf. Redacteuren van NRC laten zichzelf dus in de regel buiten het verhaal.

Soms kan een artikel in de ik-vorm worden geschreven om lezers dichtbij een ervaring of gebeurtenis te brengen. Wij zijn daar terughoudend in.

Columnisten en opinie-auteurs kunnen zichzelf en hun ervaringen in de regel wel betrekken in hun artikelen; zij beoefenen een per definitie persoonlijk genre.

Wij zijn terughoudend met het gebruik van ik-journalistiek omdat die lezers de indruk kan geven van ijdelheid en kan afleiden van het onderwerp.

Bij uitzondering kan de ik-vorm worden gebruikt wanneer het gaat om het beschrijven van een ervaring of gebeurtenis die voor de lezer onbekend en uniek is (bijvoorbeeld onder vuur komen in een oorlogssituatie), of die juist bekend en exemplarisch is (bijvoorbeeld een school kiezen, verblijf in een ziekenhuis).

Ook in zulke uitzonderlijke verhalen geldt dat de persoon van de journalist ondergeschikt moet blijven aan het verhaal.

Ingezonden brieven / reageren online

Ingezonden brieven zijn het middel bij uitstek om lezers aan het woord te laten. Zij kunnen daarin publicaties van NRC Media aanvullen, ondersteunen of bekritiseren.

De redactie maakt een strenge selectie uit de ingezonden brieven, op basis van kwaliteit, originaliteit en urgentie.

Online kunnen bezoekers reageren op (sommige) artikelen en deelnemen aan discussies. De spelregels daarvoor zijn te vinden op: www.nrc.nl/spelregels/

Ingezonden brieven zijn geen verkapte rectificaties. Correcties worden gepubliceerd in de rubriek Correcties en Aanvullingen of online onder een artikel.

Zie ook: correcties en aanvullingen

Initialen (verdachten, daders en slachtoffers)

NRC Media volgt traditioneel een ‘initialenregel’ bij het noemen van verdachten en daders van strafbare feiten (voornaam en eerste letter van de achternaam).

Dat is geen wettelijk voorschrift, maar een journalistieke afspraak. Het is géén dogma. Namen noemen hoort bij de journalistiek, en van de initialenregel kan in bepaalde gevallen dan ook worden afgeweken.

Dat kan het geval zijn bij hooggeplaatste publieke functionarissen (politici, rechters, topambtenaren, artsen, hoogleraren, openbaar bestuurders, topbestuurders in het bedrijfsleven). Argument: NRC richt zich op de publieke zaak.

Het gebruik van initialen is potsierlijk bij personen die al algemeen bekend waren vóórdat zij verdacht werden (bijvoorbeeld ‘Patrick Kluivert’ en niet ‘Patrick K.´). De bescherming van hun identiteit die de regel moet dienen, speelt dan geen rol meer.

Behalve het argument van ‘potsierlijkheid’ voor publieke personen, gelden de volgende uitzonderingen op de initialenregel:

  • Bij verdachten en daders in het buitenland (we schrijven ‘Marc Dutroux’ en niet ‘Marc D.’). Argument: de afstand tot het Nederlandse lezerspubliek.
  • Bij verdachten of daders die NRC-journalisten wederhoor hebben verleend en die er geen bezwaar tegen maken hun naam te noemen. Argument: vrije keus.
  • Slachtoffers van misdrijven of rampen worden niet aangeduid met initialen, omdat dit hen criminaliseert; zij worden omschreven of bij naam genoemd.

Over de initialenregel is veel discussie in de journalistiek.

Argumenten voor de regel zijn: 1) verdachten vinden de staatsmacht tegenover zich, NRC is daar geen verlengstuk van; 2) verdachten zijn onschuldig tot het tegendeel is bewezen; 3) namen noemen van daders is een extra straf.

Argumenten ertegen zijn: 1) journalistiek dient burgers ook in te lichten over de vraag wie waarvan wordt verdacht; 2) door verdachten initialen te geven laten we de journalistiek juist wél als verlengstuk van Justitie fungeren; initialen stigmatiseren; en 3) in de journalistiek gaat het om de vraag of iemand iets heeft gedaan, niet alleen om juridische schuld.

Voor kleinere vergrijpen die voor lezers van NRC Media niet relevant zijn, is het noemen van initialen of namen van verdachten hoe dan ook niet nodig.

Zie ook: 3, privacy

Kinderen

NRC houdt in de berichtgeving extra rekening met de belangen van minderjarigen, in het bijzonder kinderen. Dit geldt ook voor volwassenen die verminderd toerekeningsvatbaar zijn (psychiatrische patiënten, verslaafden, etc.)

We citeren kinderen alleen als zij zijn gesproken in het bijzijn en met medeweten van een ouder of andere bevoegde volwassene, zoals (op school) een leraar.

We zijn terughoudend met het plaatsen van foto’s met (herkenbare) kinderen bij controversiële onderwerpen, ook als daarvoor toestemming is verleend.

We zijn terughoudend met het vermelden van achternamen van kinderen, zeker bij controversiële onderwerpen (criminaliteit, rechtspraak, gezondheidszorg).

Leeftijd, vermelding van ..

Leeftijd hoort, net als naamsvermelding, bij de journalistieke identificatie van personen die een dominante of grote rol spelen in een verhaal.

We vermelden leeftijd standaard in portretten en interviews, ook in reportages waarin personen uitgebreid aan het woord komen.

Ook in andere stukken kan het vermelden van de leeftijd van bronnen relevant zijn (artikelen over jeugdcriminaliteit, ouderenzorg, et cetera).

We vermelden leeftijd niet om te suggereren dat een persoon te jong of te oud is in de context waarin wij hem of haar opvoeren. Die suggestie moet dan in het artikel expliciet worden beargumenteerd.

Namen, vermelding van ..

Journalistiek draait om ‘wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe’. Bij het ‘wie’ hoort het vermelden van namen.

Uitgangspunt is met andere woorden dat de krant namen altijd vermeldt. Er moeten goede argumenten zijn om een naam niet te noemen.

Een naam wordt vermeld op basis van een ‘on the record’-bron. Als die niet beschikbaar is zijn ten minste twee ‘off the record’-bronnen nodig.

Argument om een naam dan alsnog niet te noemen, kan zijn dat de naam voor een landelijk medium als NRC niet relevant is (de naam van een inbreker, ontslagen arts of ambtenaar in Heerlen kan relevant zijn voor De Limburger, maar is dat minder/niet voor NRC).

Voor verdachten en daders van strafbare feiten geldt een initialenregel. Daarop zijn tal van uitzonderingen, zoals de ‘potsierlijkheidsregel’ (voor bekende publieke personen).

Bij minderjarigen of verminderd toerekeningsvatbare personen (psychiatrische patiënten, verslaafden) kan het raadzaam zijn de achternaam weg te laten.

Bij ernstige (feitelijke) beschuldigingen waarbij een naam wordt genoemd, is wederhoor verplicht. Als dat niet mogelijk blijkt, dient duidelijk te worden vermeld hoe is geprobeerd wederhoor toe te passen en waarom dat niet is gelukt.

Zie ook: initialen, gefingeerde namen, kinderen

Ontpubliceren / Archiefbeheer online

De integriteit van het archief staat voorop. Dat betekent dat verzoeken om er wijzigingen in aan te brengen, in de regel niet worden gehonoreerd.

Een uitzondering kan alleen worden gemaakt met toestemming van de hoofdredactie en na overleg met de auteur van het artikel en diens chef.

Verreweg de meeste verzoeken die NRC Media bereiken, betreffen het weglaten van een naam omdat een bron spijt heeft van een uitspraak, aan het solliciteren is of zijn reputatie wil beschermen. Op dergelijke verzoeken gaan wij niet in.

Een (achter)naam verwijderen in het online archief wordt alleen overwogen in extreme situaties, zoals verminderde toerekeningsvatbaarheid (kinderen, psychiatrische patiënten).

Altijd moet worden vermeld wat er is verwijderd (bijvoorbeeld een naam), en waarom.

Fouten in het archief worden hersteld. Dat gebeurt niet door het artikel te bewerken, maar door een correctie onderaan het betreffende stuk te hechten.

Zie ook: correcties en aanvullingen

Politiefoto’s

We plaatsen in de regel geen politiefoto’s van verdachten of voortvluchtige misdadigers; NRC is geen verlengstuk van Justitie.

Zulke foto’s kunnen relevant zijn in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld omdat de politie het tonen van de foto zelf tot een nieuwsevenement maakt (zoals in het geval van Robert M.)

Zie ook: foto’s/graphics.

Taalgebruik

We schrijven helder, concreet Nederlands. Journalistiek is niet gebaat bij vaag, wollig of abstract taalgebruik.

We gebruiken geen scheldwoorden, schuttingtaal of plat Nederlands om stoer te doen of, anderzijds, om bronnen neer te zetten als onontwikkeld.

In citaten kan zulke taal wel voorkomen, met mate en afhankelijk van de relevantie voor het onderwerp/artikel.

Zie ook 6, stijl en smaak

Terrorisme

Wanneer spreken we van een ,,terreur’’ of ,,terrorisme’’? Wanneer is een pleger van geweld een ,,terrorist’’? Op die vragen worden uiteenlopende antwoorden gegeven. De EU definieert terrorisme bijvoorbeeld als geweldsmisdaden ,,met het oogmerk een bevolking of een regering te intimideren’’ of de maatschappelijke orde te ,,destabiliseren. Maar onder de Argentijnse dictatuur (1976-1983) was een terrorist ook al iemand die ,,ideeën verspreidt die zijn gericht tegen het christendom’’. Nelson Mandela, een bekend voorbeeld, was volgens de Zuid-Afrikaanse autoriteiten een terrorist. De Israëlische premiers Shamir en Begin golden voor het Britse gezag in Palestina als terroristen, zoals Arafat later voor Israël.

Het begrip terrorisme (en terrorist) is dus sterk politiek beladen en hangt vaak af van het perspectief van overheden of organisaties. Denk aan de slagzin: one man’s terrorist is another man’s freedom fighter.

Veel internationale media zijn de termen daarom gaan mijden. De BBC en Reuters gebruiken ,,terrorisme’’ of ,,terrorist’’ bij concrete aanslagen en personen alleen in citaten. Zij geven de voorkeur aan concretere beschrijvende termen als ,,bomaanslag’’, ,,schutter’’, ,,kaper’’ of ,,militant’’. In Nederland schreef de ombudsvrouw van de Volkskrant dat ,,het niet aan de krant [is] om te bepalen we het label terrorist verdient’’.

Voor NRC geldt:

  • We prefereren concrete, feitelijke, beschrijvende termen in de dagelijkse berichtgeving, zeker wanneer nog maar weinig bekend is over achtergronden of motieven van een aanslag. Dan spreken we van ,,dader’’, ,,schutter’’, ,,bommengooier’’, et cetera. We volgen het adagium: hoe concreter, hoe beter.
  • ‘indien vaststaat dat het gaat om een aanslag met jihadistisch motieven hebben we het bijvoorbeeld over ‘islamitische’ terreur. We proberen dit waar kan liefst te vervangen door een meer concrete beschrijving: (bv: “de 19-jarige moslim uit Birmingham die geïnspireerd werd door een radicale imam”)
  • Hoewel termen als ,,terrorisme’’ en ,,terrorist’’ terughoudend moeten worden gebruikt, is er geen reden ze volledig te mijden, buiten citaten. Ook ,,terrorisme;’’ en ,,terrorist’’ kunnen toepasselijke, beschrijvende termen zijn, los van de politieke of juridische context. Voorwaarde is dan wel een zo helder mogelijke eigen definitie.

Voor NRC zou die definitie inhouden:

Het moet gaan om een geweldsdaad tegen (willekeurige of concrete) personen door particulieren, groepen of organisaties, met het doel angst te zaaien onder (een deel van) de bevolking of/en een beleidswijziging af te dwingen bij een bedrijf of overheid.

Dit is een ruime definitie, waar bijvoorbeeld ook geweld van staten onder kan vallen (denk aan ,,terreurbombardementen’’ in een oorlog). Belangrijk is te onthouden dat terrorisme een middel is, niet voorbehouden aan één groep of beweging, poltiek of ideologisch doel.

Als aan deze voorwaarden is voldaan, is er niets op tegen om te spreken van een ,,terreurdaad’’ of ,,terrorisme’’. Met die kanttekening dat zeker in de eerste berichtgeving, wanneer nog naar informatie wordt gezocht, andere beschrijvende termen de voorkeur verdienen.

Zelfmoord, vermelding van ..

We vermelden zelfmoord (of ‘zelfdoding’) als doodsoorzaak, maar zijn terughoudend met het geven van details over omstandigheden en methode. Wij romantiseren zelfmoord niet als een oplossing voor levensproblemen.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat grote en gedetailleerde media-aandacht voor (methoden van) zelfmoord kopieergedrag kan bevorderen. Zie hierover ook de richtlijn voor journalisten van de Ivonne van de Ven Stichting voor preventie van suïcide of de mediacode van de Wereldgezondheidsorganisatie.

In het kort komen deze richtlijnen hierop neer: geef geen details van methode of middel (bijvoorbeeld exacte dosering van middelen); niet romantiseren (bijvoorbeeld door uitgebreid te citeren uit dagboeken of afscheidsbrief); vermeld eventueel het nummer van de hulplijn 113 online. Uit onderzoek blijkt dat dit helpt.

6. Stijl en smaak

Redacteuren van NRC Media werken én schrijven vanuit de liberale geesteshouding die in hoofdstuk 2 is beschreven.

Dat heeft ook gevolgen voor de stijl die de krant hanteert. Journalistieke producties van NRC Media worden gesteld in helder, hedendaags en toegankelijk Nederlands.

Bijlage 1. ONZE BEGINSELEN [1]

Uit: NRC Handelsblad, jaargang 1, nr. 1 (1-10-1970)

“Een begin vraagt om een beginselverklaring. De krant waarvan de lezer vandaag het eerste nummer in handen krijgt, is ontstaan uit het samengaan van twee kranten – de een in Amsterdam, de ander in Rotterdam uitgegeven – die in wezen dezelfde beginselen beleden. Die overeenstemming maakte, na een onafhankelijk bestaan van resp. 142 en 126 jaar, hun samengaan in laatste aanleg mogelijk; zij betekent ook dat de lezer niet behoeft te verwachten – of te vrezen – dat die nieuwe krant nu andere beginselen zal zijn toegedaan. Maar het ogenblik is aangewezen om die beginselen opnieuw te bepalen. De lezer heeft er recht op.

Liberaal zijn de Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Algemeen Handelsblad genoemd. Het is niet een naam waarvoor de nieuwe krant zich geneert. Want in dit woord ligt het vrijheidsbeginsel besloten, dat ons vóór alles dierbaar is. Dat is gemakkelijk gezegd, en velen die zich niet liberaal noemen zeggen ons het met evenveel recht na. Een nadere definitie is dus nodig.

De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag. Dat betekent een niet aflatende waakzaamheid, voortdurend onderzoek. Ook waakzaamheid jegens onszelf, ook zelfonderzoek, want de mens is een gewenningsdier, dat moeilijk afstand doet van vertrouwde gewoontes en denkpatronen – en niets menselijks is ons vreemd. De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, betekent ook verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden, want de vrijheid die wij voor onszelf opeisen, kunnen wij, krachtens die gedachte, anderen niet ontzeggen. De grens van die verdraagzaamheid ligt evenwel daar waar anderen onze vrijheid dreigen aan te tasten.

Nog steeds zien wij in de vrije ontplooiing van de gaven die in de individuele mens verborgen liggen, het hoogst bereikbare ideaal. Alles wat die vrije ontplooiing remt of verkrampt, stuit op ons wantrouwen. Zeker wordt die ontplooiing bevorderd door een harmonieus gemeenschapsleven, maar we hebben deze eeuw gezien – en zien nog steeds – tot welke waanzin de mens als onderdeel van een collectiviteit kan komen. Daarom geldt ons wantrouwen in beginsel iedere collectiviteit: hetzij staat, partij of voetbalclub.

Het zou in strijd zijn met de vrijheidsgedachte indien wij haar tot dogma zouden verheffen. De tegenwoordige maatschappij kan niet zonder talloze collectieve voorzieningen; de economie niet zonder een uiterst verfijnd en daarom uitgebreid besturingsapparaat. Deze noodzaak te aanvaarden betekent echter niet haar tot ideaal te verheffen. In iedere machts-concentratie zit een mogelijk gevaar – ook in die concentraties die welvaart en welzijn van de mens beogen. Als niet langer aanvaard wordt dat de mens geacht moet worden zelf te weten wat het beste voor hem is, zijn wij op het hellend vlak. Ook het paternalisme zal in deze krant een kritische volger hebben.

Noemt men dit modern liberalisme – het is ons wel. Het zijn niet wij die dit mooie woord schuwen. En modern is het liberalisme, zoals wij dit opvatten, per definitie: steeds bereid tot vernieuwing, open voor de geest der eeuw. Dit behoedt ons voor verstarring; dit belet ons ook ons te binden aan enigerlei partij of fractie.

Deze krant wordt in Nederland uitgegeven, wordt door Nederlanders geschreven, die zich in het Nederlands – en goed Nederlands, hopen we – tot Nederlanders richten. Nationalisme is ons vreemd, maar evenmin maken we onszelf wijs dat wij ons ontworsteld hebben aan de eigenschappen van ons Nederlanderschap. Voor zover dit goede eigenschappen zijn, is er geen reden om zich ervoor te schamen. In elk geval is het onvermijdelijk dat ons oordeel vaak gegeven zal worden vanuit een Nederlandse gezichtshoek.

Daarbij zal evenwel zin voor betrekkelijkheid ons niet in de steek laten. Wat Nederland in de wereld wil bereiken, kan het eerder via de internationale samenwerkingsverbanden, waartoe het behoort, dan alléén. Niemand zal Nederland om zijn mooie ogen volgen. Vandaar het nut van die samenwerkingsverbanden, zolang zij zich tenminste niet van de rest van de wereld gaan afzonderen en een eigen nationalisme kweken.

Ook zal de veiligheid van de wereld niet bevorderd worden door een Nederlands neutralisme. Vandaar dat wij de grondslag van het Atlantisch bondgenootschap aanvaarden – niet om ideologische redenen, maar omdat vrede en veiligheid in Europa, bij gebreke van een betrouwbaar veiligheidsstelsel, niet gediend zijn met het ontstaan van machtsvacua.

Het niet-ideologisch buitenlands beleid dat wij voorstaan, houdt de bereidheid in, contacten op allerlei gebied met andersdenkenden te onderhouden en, zo mogelijk, te verstevigen. Ter wille van de vrede, maar ook in de hoop dat de onvrijheid die in vele landen heerst, er geleidelijk door zal worden verzacht. Ook hier verloochenen wij het vrijheidsbeginsel niet.

Wat stijl en inhoud van deze krant betreft: wij komen er eerlijk voor uit dat wij ons richten tot een publiek dat bereid is na te denken. Wij weten dat wij daardoor, vooral in een tijd waarin de aandacht van de lezer toch al door zoveel zaken in beslag wordt genomen, onszelf beperkingen qua lezerstal opleggen. Maar het is ons streven niet om aan een populariteitswedstrijd mee te doen.

Bovendien: wij respecteren onze lezers te zeer dan dat wij hen als onvolwassenen willen behandelen. Daarom zullen wij hun ook geen meningen opdringen. Het is ons doel hun in de eerste plaats de ruimst mogelijke informatie te geven, op grond waarvan zij dan zelf hun eigen mening kunnen vormen. Willen zij daarnaast nog kennis nemen van onze mening, die gescheiden van die informatie gegeven wordt, dan is dat meegenomen. En zelfs dan zullen wij hen weleens met wat vraagtekens confronteren, die hen, hopen we, tot nadenken zullen prikkelen. Want op alwetendheid maken wij geen aanspraak.

Uit de eerbied die wij jegens onze lezers koesteren, vloeit de plicht voort hun de informatie zo onversneden mogelijk te geven. Dat wil zeggen: niet-partijdig, niet met een of andere ideologische opzet. Maar het betekent ook dat wij hen zullen laten kennismaken met maatschappelijke stromingen en gebeurtenissen waarmee zij – of wijzelf – het misschien helemaal niet eens zijn. Wij voelen ons echter niet geroepen om onze lezers hetzij te indoctrineren, hetzij te helpen de ogen gesloten te houden. Wie dat niet zint, neme een andere krant.

Wie zich richt tot een publiek dat bereid is na te denken, doet een beroep op de rede, die hijzelf ook hanteert. In een tijd dat allerlei irrationele verschijnselen weer de kop opsteken en vaak op modieus applaus kunnen rekenen, menen wij hiermee een functie te verrichten die nog zin heeft. Het antwoord is evenwel aan de lezer.”

Bijlage 2. ONZE BEGINSELEN [2]

Uit: nrc.next, jaargang 1, nr. 1 (15-3-2006)

“De krant waarvan de lezer vandaag nummer 1 in handen houdt, is ontstaan uit NRC Handelsblad. nrc.next staat in dezelfde liberale traditie als NRC Handelsblad. Het is een genuanceerde krant die opkomt voor de democratische rechtsstaat en de ontplooiingskansen van het individu.

Deze krant hanteert het verantwoordelijke burgerschap als maatstaf. Ze verdedigt de democratische samenleving, waarin rechten en plichten met elkaar in evenwicht zijn. nrc.next komt op voor vrijheid: het recht ongemoeid te worden gelaten, onbelemmerd te kunnen spreken, denken en geloven, te kunnen gaan en staan waar de vrije burger wil.

(..) nrc.next onderschrijft de beginselen van NRC Handelsblad die in 1970, bij het samengaan van de Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Algemeen Handelsblad, zijn geformuleerd. “De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag”, zo schreven wij toen. Deze beginselen gelden in deze nieuwe krant evenzeer. nrc.next wil onderzoek doen, gaat niet bij voorbaat uit van vertrouwde gewoonten of gegroeide opvattingen en staat kritisch tegenover de macht.

Onze journalistiek wil de lezer dienen door te informeren, te duiden waar nuttig en te onthullen waar nodig. Dit zal steeds zo objectief en zo volledig mogelijk worden gedaan. De rede is hierbij het uitgangspunt.

Wij nemen onze taak in de democratie serieus. In een tijd waarin grenzen vervagen, moet de blik naar buiten zijn gericht. De verantwoordelijkheden van overheden en bedrijven zijn niet meer tot het eigen taal- of afzetgebied beperkt. Internationale spanningen zijn ook binnenlands-politieke kwesties. Of het nu over sociaal-culturele kwesties in de grote steden gaat, of over internationale missies van Nederlandse troepen: de wereld is als een dorp, waarin iedereen permanent met elkaar in verbinding staat. We leven in een wereld die door beelden wordt geregeerd, en vaak door emoties. Deze krant wil daarin nuchter en redelijk zijn.

Nederland als deel van Europa is in deze krant een terugkerend thema. Integratie met de buurlanden is een onafwendbaar proces, dat tegelijk legitieme vragen oproept over nationale identiteit, verdeling van welvaart en democratische controle. nrc.next is voorstander van een verenigd Europa, van integere transatlantische banden en internationale vrijhandel. Als waarborgen van voorspoed en veiligheid.

Tegelijk stellen we ons teweer tegen een wereld waarin mensenrechten worden geschonden, minderheden niet worden gerespecteerd en natuurlijke hulpbronnen worden uitgeput. Een wereld waarin verdraagzaamheid jegens andersdenkenden niet meer vanzelfsprekend is. Waarin militaire macht belangrijker is dan internationale rechtsorde.

Net als voor NRC Handelsblad zijn ‘licht en vrijheid’, lux et libertas, blijvende waarden voor nrc.next.”