Labbekakken en terror-oehoe. Dit zijn de politieke woorden van 2015

Veel parlementair gesomber dit jaar – maar het kabinet zit er nog. Vallen en opstaan in dertien kernbegrippen.

Illustratie Hajo

Aan parlementair drama geen gebrek in 2015. De Tweede Kamervoorzitter stapte op. Twee fractieleiders – Bram van Ojik (GroenLinks) en Arie Slob (ChristenUnie) – kregen een opvolger. Een wet uit 1855 werd afgestoft om te onderzoeken wie gelekt heeft uit de ‘commissie-stiekem’. En er verdwenen twaalf Kamerleden – vanwege gesjoemel, een ministerschap, een baan in de farmaceutische industrie of omdat het forenzen „te zwaar” werd.  

Allerwegen gesomber dus bij de sluiting van dit parlementaire kalenderjaar – dinsdagavond ging na de Tweede ook de Eerste Kamer met kerstreces. Maar hoe zat het, voorbij alle ophef over personeelszaken, eigenlijk met de daadkracht en effectiviteit van het parlement? Lang niet slecht.   

Beweeg over de stippen voor de politieke woorden van het jaar 2015:

Dit was het jaar waarin Rutte II definitief veranderde in een minderheidskabinet, maar gewoon bleef functioneren. En dat is best een bemoedigende constatering in een verkruimelend politiek landschap, waarin straks misschien vier partijen nodig zijn voor een meerderheidskabinet.

Bij de Provinciale Statenverkiezingen in maart gebeurde wat iedereen had zien aankomen: regeringspartijen VVD en PvdA kregen stevig klop. In de Eerste Kamer konden Rutte II en de gedoogpartijen D66, ChristenUnie en SGP niet langer rekenen op een meerderheid. De ‘C3’ was dood, het kabinet stond er alleen voor.

Dus ging Rutte II op zoek naar nieuwe partners, voor wisselende contacten. Die tactiek slaagde. De meeste begrotingen en wetten kwamen zonder noemenswaardige problemen door beide Kamers. Dreigde verzet, zoals bij de begroting van Veiligheid en Justitie, dan werden concessies gedaan aan de oppositie. Een enkele wet werd in de senaat ingetrokken (verhoging van griffierechten, bezuiniging op rechtshulp). En dinsdagavond wees de Eerste Kamer de Stroomwet van minister Kamp (Economische Zaken, VVD) af, die onder meer de bouw van windparken op zee regelt.  " 

Het pièce de résistance was de belastingverlaging van 5 miljard euro. Ook die kwam er, met steun van het CDA. Dat ging omslachtig, aangezien de christen-democraten niet in achterkamertjes gesignaleerd willen worden. Tegelijkertijd moest de steun van D66 dan wel ChristenUnie-SGP behouden blijven. Fraai was al dat gemanoeuvreer niet. De onderhandelende partijen verkochten elkaar flinke schoppen. Maar de deals kwamen er. 

Eerder werkte Rutte II al samen met oppositiepartij GroenLinks. De enige partijen waarmee het kabinet nu nog geen zaken heeft gedaan, zijn SP en PVV – samen goed voor nog geen vijfde van de parlementszetels. Je kunt dat de dood in de pot voor het dualisme noemen, maar het laat wel zien: een minderheidskabinet kán. 

Opmerkelijk genoeg trekken ze op het Binnenhof precies de omgekeerde conclusie. Geen partij die er nog aan denkt om na de volgende verkiezingen in een coalitie te stappen zonder meerderheid in beide Kamers. Het devies voor na komend jaar: gewoon weer lekker de boel dichttimmeren.