Met zijn vieren in een krappe container

De groep Syrische vluchtelingen met wie correspondent Gert van Langendonck afgelopen zomer door Europa reisde, woont nu verspreid over Duitsland. Hij zocht enkelen op. De een zit nog in een container, de ander heeft al een huis.

Foto Gert van Langendonck

Melad Atfah (30) woont nog altijd in een container. In de piepkleine ruimte is plaats voor vier stapelbedden, een kast en een klein tafeltje. Er is een rooster voor wanneer wie aan het tafeltje kan zitten. Als iemand zich moet omkleden, gaan de anderen even naar buiten. Gelukkig zijn twee kamerbewoners familie: zijn broer Abdallah (34) en zijn neef Kais (43). De vierde bewoner is religieus: hij is tegen drinken en roken.

„We hebben een modus vivendi gevonden: zo lang hij het niet ziet is het goed.”

Broer Abdallah heeft er een jaar en negen maanden over gedaan om Hamburg te bereiken. Hij verloor 5.000 dollar aan de Turks-Koerdische maffia, zat in de gevangenis in Macedonië, Servië, Hongarije. Hij heeft een nieuwe vriendin die hij in dit kamp heeft leren kennen: zij maakte de reis in tien dagen. „Maar zij heeft respect voor mijn parcours.”

Het kamp in Harburg, een buitenwijk van Hamburg, lijkt een nachtmerrie. Maar Melad en de anderen klagen niet. Voor Harburg zaten Melad en Kais in de Hamburgse Messehallen. „Dat was pas erg”, zegt Melad. „We sliepen met 1.500 man in een grote hal. De bedden waren veldbedden. Er was geen privacy. We verlieten ons bed bijna nooit omdat we onze spullen niet alleen konden laten. Er werd voortdurend gevochten.”

Nee, dan is het in Harburg nog zo slecht niet. Aan de overkant van de straat zit de Technische Universität Hamburg-Harburg. Daar krijgen ze drie avonden per week gratis Duitse les van vrijwilligers, bovenop de vier dagen per week op een andere school. Melad:

„Duits leren is alles. Laatst bood een universiteit honderd plaatsen aan. Er waren drieduizend kandidaten. Wij hebben het niet gehaald, omdat ons Duits nog niet goed genoeg was.”

Melad was in Syrië student rechten én kapper. Hij wil op dat laatste inzetten, maar wel met diploma. „Dat maakt het verschil tussen 9 of 13 euro per uur betaald krijgen.” Intussen knipt hij de andere kampbewoners voor drie euro per beurt, wat eigenlijk niet mag. Het geld is voor minder fortuinlijke Syriërs die geen geld hebben om de smokkelaars te betalen. Vanaf volgende maand willen ze elke maand tien euro opsturen naar Syrië.

Van een anti-vluchtelingenklimaat hebben ze hier nog niets gemerkt. „De Duitsers zijn allemaal heel vriendelijk.” Wel is er de bureaucratie: pas eind oktober hebben ze een voorlopige verblijfsvergunning van drie maanden gekregen. De vergunning van drie jaar laat op zich wachten. Kais: „Als ze ons zeggen dat we zoveel maanden geduld moeten hebben: geen probleem. Maar tegelijk zien we dat mensen die lang na ons zijn aangekomen in twee weken hun papieren voor drie jaar krijgen.” „Er is geen systeem”, zegt Abdallah. „Het is een loterij.”

Lees alle verhalen: Aangekomen in Europa