Kleiner deel koeien graasde in 2014 in de wei

De totale koeienpopulatie groeide echter wel, wat betekent dat meer melkvee op stal blijft.

Op een eerste lentedag in Westzaan mogen de koeien voor het eerst na lange tijd weer naar buiten. Foto Remko de Waal/ANP

Nederlandse boeren laten een steeds groter deel van hun koeien op stal staan. De afgelopen tien jaar nam het percentage melkkoeien dat mag grazen op de wei af van 85 procent in 2004 tot 69 procent in 2014, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Hoewel het percentage koeien in de totale populatie dat buiten mag grazen afnam, betekent dat niet dat er minder koeien in de wei te zien waren. De totale populatie groeide namelijk, waardoor er in absolute aantallen meer koeien in de wei stonden. De populatie groeide met 50.000 dieren waarvan er 10.000 koeien naar buiten mochten.

De toename in het totaal aantal koeien bij melkveebedrijven volgt een trend die in de loop van dit millennium is ingezet. Sinds in 2008 duidelijk werd dat de afschaffing van het melkquotum aanstaande was, stijgt het aantal melkkoeien weer geleidelijk, tot 1,6 miljoen afgelopen jaar.

Afschaffing melkquotum

Het melkquotum werd dit jaar afgeschaft. In de 31 jaar dat de maatregel gold slonk de totale melkveepopulatie van ruim 2,5 miljoen koeien naar een aantal van 1,4 miljoen in 2000.

Door de afschaffing van het quotum zijn boeren in principe weer vrij om zoveel melk te produceren als mogelijk. Nederland overschreed het melkquotum in 2014 met 475 miljoen kilo melk. Daarvoor moest in totaal een superheffing van 132 miljoen euro worden betaald.

Grootte van het bedrijf

Uit de woensdag door het CBS gepubliceerde cijfers blijkt tevens dat de grootte van een bedrijf een rol speelt bij de keuze om de koeien naar buiten te laten gaan. Op boerderijen waar minder dan 40 koeien worden gehouden, koos 94 procent van de agrariërs voor weidgang. Bij bedrijven met 160 melkkoeien of meer is dat percentage 49 procent.

Wie graag nog veel melkkoeien in de graslanden wil zien staan, kan volgens het CBS - dat de bewering niet met cijfers onderbouwt - het beste naar de veenweidegebieden in het westen van Nederland trekken. Daar lopen relatief het meeste koeien rond in de wei. Wanneer de grond meer geschikt is voor akkerbouw, lopen er minder koeien rond in de wei. Dat geldt voor de noordelijke provincies en Gelderland.