Eerste Kamer bewijst het klimaat een slechte dienst

Om meerdere redenen is het betreurenswaardig dat de Eerste Kamer dinsdagavond de Elektriciteits- en Gaswet (de ‘wet Stroom’) heeft verworpen. De belangrijkste is wel dat de senaat het klimaat een slechte dienst bewees, in dezelfde maand waarin in Parijs een als ‘historisch’ aangeduid wereldwijd verdrag werd aangenomen waarin verregaande afspraken werden gemaakt. Bijvoorbeeld om het verstoken van fossiele brandstoffen zoveel mogelijk terug te dringen ten faveure van duurzame energie, om zo de opwarming van de aarde te temperen.

Nederland loopt in vergelijking met vrijwel alle landen in de Europese Unie achter met de invoering van niet-fossiele energie. En het loopt ook achter op zijn eigen voornemen om het aandeel daarvan in 2020 op 14 procent te brengen en in 2013 op 16 procent. Zo is dat in 2013 vastgelegd in het Energieakkoord tussen de overheid en meer dan veertig partijen, van werkgevers- tot milieuorganisaties. Dat dreigt niet te gaan lukken.

Met één stem verschil – doorslaggevend was die van de provinciale belangenpartij OSF – verwierp de Eerste Kamer het wetsvoorstel van minister Kamp (Economische Zaken, VVD). Consequentie hiervan is, zo hield Kamp de senatoren voor, dat de geplande bouw van windmolens op zee vertraging oploopt.

En dat terwijl de bezwaren van de meerderheid in de Eerste Kamer zich niet tegen die windmolens richtten, maar tegen een ander deel van de wet: de splitsing tussen de exploitatie van energie enerzijds en het beheer van het net anderzijds, dat in handen blijft van provincies en gemeenten.

Twee energiebedrijven, Delta en Eneco, hebben zich tot aan de Hoge Raad tevergeefs tegen de splitsing verzet, maar boekten dinsdagavond in de Eerste Kamer alsnog succes, althans ogenschijnlijk. De Kamer nam een motie aan waarvan uitstel van de splitsing de strekking was. Minister Kamp liet weten die motie niet te zullen uitvoeren en dat was voor de kleinst mogelijke meerderheid reden om tegen de hele wet te stemmen. Terwijl er voor overheidsbeheer van het energienet een belangrijk argument is: de zekerheid dat het op die manier deugdelijk wordt onderhouden en er dus ongestoorde levering van elektriciteit aan burgers en bedrijven mag worden verwacht.

D e ironie wil dat de splitsing desondanks doorgaat, zo maakte de minister duidelijk, omdat die ook al in een eerdere, door beide Kamers aangenomen wet was geregeld. Blijft de vraag wat bijvoorbeeld een milieubewuste fractie als die van de Partij voor de Dieren nu eigenlijk denkt te hebben bereikt, anders dan dat de achterstand van Nederland met ‘groene energie’ nog verder oploopt, nu de windmolenparken voor de kust – met staatsbedrijf Tennet als beoogde netbeheerder – vertraging oplopen.

Toch komt de nederlaag die het kabinet-Rutte (VVD/PvdA) leed in de Eerste Kamer niet onverwacht. De partijen die nu tegen het wetsvoorstel stemden – CDA, PVV, SP, ChristenUnie, PvdD en 50Plus – deden dat in oktober ook in de Tweede Kamer. Alleen beschikten ze nu met behulp van de OSF over een meerderheid. De voorstanders – VVD, D66, PvdA, GroenLinks en SGP – hadden die meerderheid eerder, tot ze haar bij de Provinciale Statenverkiezingen van dit jaar verloren. Het tekent weer eens de kwetsbare positie van Rutte II in de Eerste Kamer en de bovenmatige macht van deze indirect gekozen parlementariërs.