Column

Een iPhone in het zicht van de dood

Mijn vader (86) staat met één been in zijn graf en daarom wil hij met de dominee praten over zijn uitvaart. Of ik de afspraak voor hem kan regelen. „Daarna”, zegt hij, „wil ik naar de Apple Store voor een nieuwe iPhone. Ik wil er zo eentje waar je tegen kunt praten. Dan kan ik nog eens wat opzoeken op internet.” Hij is bijna blind.

„Goed idee, vader”, zeg ik. „Leuke volgorde ook.”

„Ja toch?” Hij lacht.

Maar een dag later heeft hij zich bedacht. Die iPhone, dat wordt natuurlijk niks. Hij moet er knoppen voor kunnen indrukken, en dat lukt hem niet meer. Geen gevoel meer in zijn vingers. En de dominee – misschien toch beter als ik alleen ga.

„Goed, vader”, zeg ik. „Wat moet ik tegen hem zeggen?”

„Welke psalmen we gaan zingen.”

„We?”

„Jullie.” Hij lacht weer. Hij zal ons hebben, zijn zes kinderen die lang niet allemaal meer geloven.

De zondag daarop komt hij eten, met mijn moeder. In het mandje van zijn scootmobiel – lopen kan hij ook niet meer – heeft hij al zijn bijbels meegenomen, in een plastic Albert Heijntas. Bij de koffie schuift hij ze naar me toe en begint zacht te zingen. „Prijs den HEER met blijde galmen; Gij, mijn ziel, hebt rijke stof. Psalm 146. Klopt dat?”

Ik tik de tekst in op Google.

„Wat doe jij nou? Kijk nou gewoon even in een van mijn bijbels.”

„Dit gaat sneller, vader.” Ik klik een muziekbestandje aan, orgelgalmen vullen het huis. Mijn vader neuriet mee. „Deze zongen we bij de doop van je broer Jan en bij ons trouwen.”

„Hè?” zegt mijn moeder.

„Ja, Renske”, zegt mijn vader. „Bij ons trouwen.”

„Oh”, zegt mijn moeder. „Daar weet ik niks meer van.”

Dan begint hij over de bijbeltekst waar de dominee over moet preken. Ik denk: dit is de man die me een paar jaar geleden heeft verteld dat hij op zijn twaalfde al aan zijn geloof twijfelde. Toch is hij zijn leven lang alle zondagen naar de kerk gegaan. Wat wil hij in het zicht van de dood? Dat zijn kinderen bij zijn uitvaart dit te horen krijgen: ‘De vreze des HEREN is het begin der wijsheid, een goed inzicht hebben allen die ze betrachten. Zijn lof houdt eeuwig stand.’

„Goed”, zegt mijn vader als het lijstje klaar is. „Geen kaarsen, geen bloemen, de rest weet je. Wat zullen we na afloop gebruiken? Bitterballen?”

„We, vader?”

Hij lacht. Hij is opgelucht.