Druk op play voor dit concert

Elektronica en computers spelen een steeds grotere rol tijdens concerten. Artiesten draaien soms zelfs alleen nog voor de show aan knoppen. De unieke ervaring van een liveconcert verandert hierdoor. 

Afgelopen juni had stermuzikant Avicii een ereplaats op Pinkpop, als afsluiter op het hoofdpodium. De dj/producer stond in zijn eentje achter een tafel met apparatuur, omringd door spuitende vuurstralen, rookwolken en neonlicht. Het ritme knalde, bekende nummers als ‘Levels’ en ‘Waiting for love’ loeiden over het veld. Vanachter zijn tafel lachte en zwaaide Avicii naar het publiek. Zijn handen draaiden niet aan knoppen, beroerden geen toetsen, en hoewel er stemmen te horen waren, zong hij niet. Avicii maakte op het toneel van Landgraaf geen muziek.

‘Optreden zonder te creëren’ is inmiddels een veelvoorkomend verschijnsel in de popmuziek. Elektronische muziek is de laatste jaren populair, ook als live-act; ’s nachts in clubs én op reguliere concerttijden in popzalen. De grote namen uit het genre treden op in concerthallen en op festivals. Zelfs bij een festival als Lowlands, ooit vooral een rockfestijn, vormen elektronica-acts als Major Lazer, Disclosure, Chet Faker of Flume het merendeel van het aanbod.

En niet alleen in dance is de elektronica aan de macht. Er is bijna geen genre meer te vinden waarin samplers, sequencers en synthesizers niet worden gebruikt. Van grote popsterren als Katy Perry en Taylor Swift tot hardrock, rap, jazz, psychedelica, Björk of een gitaarband, voor allemaal geldt: naast akoestische instrumenten gebruiken muzikanten ook elektronica om hun ideeën vorm te geven.

Die toename is het gevolg van de digitale revolutie; dure elektronische apparaten zijn goeddeels vervangen door de betaalbare computer. Een laptop is genoeg om muziek te kunnen maken.

Nu zo veel elektronica-acts in de popzalen te zien zijn, kun je je afvragen wat ze op het podium doen. En óf ze iets doen. Vaak is het podium gevuld met een opstelling van kastjes, apparaten, laptops en mengpanelen, met daarachter een muzikant die aan knoppen draait, schuiven openzet, kabels plugt, laptops bespeelt. Wordt daar gecreëerd?

Dj/producer Deadmau5, een grootheid in de Amerikaanse dance, gaf al in 2012 een kijkje in de keuken, met de opmerking „We all press play”, oftewel: we klikken allemaal alleen op ‘aan’. Zijn commentaar sloeg op superster-dj’s als David Guetta en Avicii die niet ter plekke de platen mixen, maar een dj-set kant-en-klaar op een usb-stick aanleveren.

De elektronica-acts die concerten geven, haastten zich om Deadmau5 tegen te spreken. Want muzikanten wekken graag de indruk dat ze ‘echt’ spelen. Maar de essentie van elektronische muziek is dat het geprogrammeerd wordt. Programmeren – het plannen van een reeks instructies – is een uitvoerig en minutieus proces van instellen, afmeten, bewerken en synchroniseren. Het op een podium opnieuw reguleren van al die filters en parameters kost meer handen dan een artiest beschikbaar heeft.

Dus als een muzikant zegt dat hij ‘live speelt’, wil dat zeggen dat hij een deel live speelt. De basis – ritme en melodie – is voorgeprogrammeerd, ter plekke worden effecten toegevoegd of bewerkingen uitgevoerd – een pauze of versnelling, een extra vervorming of gierende uithaal. Het verschilt per artiest; de één speelt meer live dan de ander.

Minder risico voor muzikanten

Technicus Rory van der Oest, die in Paradiso het geluid doet voor veel elektronische acts, noemt het voorbeeld van het Britse duo AlunaGeorge. Voor de hit ‘Your drums, your love’ waren fragmenten van Aluna Francis’ zangstem gesampled. Tijdens het optreden werden de samples via toetsen bespeeld, in het gewenste ritme en de juiste toonhoogte. „Een deel van de partijen was voorgeprogrammeerd, maar er was ook een deel dat ter plekke werd geprogrammeerd. Dat kun je live noemen, de stukjes van haar stem waren op dat moment het instrument.”

Anders dan AlunaGeorge kiezen veel performers de makkelijke weg, zegt Van der Oest. „Dan hoor je voornamelijk de harddisk.” Niet alleen omdat het makkelijker is, maar ook uit oogpunt van risicobeperking. De constellatie van kabels, apparaten en software is zo complex dat een hapering, zoals een vastgelopen computer, voor de hand ligt. En zo’n defect is veel moeilijker te lokaliseren dan een gesprongen snaar of kapotte versterker.

Zo kun je zeggen dat het driftig draaien aan knoppen op het podium bij live-optredens (vaak) goeddeels nep is. De muziek ligt immers al vast. Zo verdwijnt het onderscheid tussen studio en podium.

Van oudsher maakte een artiest een album in de studio. Het publiek luisterde naar de muziek en werd erdoor geraakt. Bij liveconcerten hoorde het publiek een goed gelijkende maar nieuwe interpretatie van de nummers. Bij veel elektronica-acts geldt nu: live is geen herinterpretatie, live is een herhaling.

Elke vernieuwing leidt tot wrijving

Op meerdere momenten in de geschiedenis raakte het publiek verrast over technologische ontwikkelingen. Dat begon met de uitvinding, in 1906, om muziek elektronisch te versterken. Wie gewend was de liedjes rechtstreeks uit een gitaar of iemands mond te horen, moest wennen aan het systeem – en volume! – van microfoons en versterkers.

Bob Dylans aanhang kwam in opstand toen hij in 1965 overstapte van akoestische op elektrische gitaar. Toen elektronicapionier Klaus Schulze begin jaren zeventig aan het eind van zijn optreden het podium afliep terwijl de muziek doorspeelde, was het publiek razend vanwege zijn ‘robot’-aanpak. Eind jaren zeventig shockeerden hiphopartiesten de zalen door live op te treden met dj’s: de muziek kwam niet van instrumenten maar van lp’s. De leden van synthesizergroepen als Depeche Mode en Human League stonden in de jaren tachtig naast elkaar op een rij, ieder achter zijn eigen tafel met keyboard of knoppenkast – ook toen was onduidelijk wat ze deden. In de jaren negentig werden dj’s de sterren van de house, ze zongen niet en bespeelden geen instrumenten; ze gebruikten andermans platen om een ‘set’ op te bouwen.

Elke vernieuwing leidde tot wrijving tussen muzikant en luisteraar. Hoe ondoorgrondelijker de techniek, hoe groter de angst bij het publiek voor ‘ontmenselijking’.

Blijft de vraag wat we tegenwoordig verwachten van een liveconcert. Sinds de cd-markt is ingestort, bloeit de livebranche. Volgens een veelgegeven verklaring bezoekt het publiek graag concerten om de unieke ervaring en de authenticiteit – als tegenwicht aan de digitale vluchtigheid die ons omringt. Juist die uniciteit is nu in het geding. Bij het soort performances waarbij de muziek vastligt en de artiest op safe speelt, verloopt iedere avond hetzelfde.

Er zijn ook optredens waarbij iets op het spel staat. Het idee dat een concert precies die avond uitzonderlijk goed kan zijn, of juist kan mislukken, is een wezenlijke factor bij de appreciatie van het publiek. Alleen al door er te staan, neemt de livespelende muzikant een risico, wat de situatie spannend en persoonlijk maakt. Je leeft mee met Adele omdat je weet dat ze zenuwachtig is over haar vocale prestatie. En de 22 seconden durende vocale uithaal van zangeres Cato van Dijck van de Nederlandse band My Baby is niet alleen indrukwekkend, haar prestatie is ook exclusief voor Lowlands 2015.

Dat is anders dan luisteren naar de opname van de stem van zangeres Romy Madley-Croft bij het optreden van elektronicamagiër Jamie xx, afgelopen oktober. Crofts bijdrage klonk sensueel, daar in Paradiso, Amsterdam, maar identiek aan de concerten in Londen, Berlijn of Brussel.

Geen verrassing meer in shows

Deze zomer speelde het Britse duo The Chemical Brothers op Lowlands. Alom werd uitgekeken naar de hernieuwde kennismaking met Tom Rowlands en Ed Simons, in de jaren negentig befaamd om hun ruige dancesound. Bij hun show puilde de tent uit, laserstralen flitsten, rookwolken dampten, de muziek was oorverdovend. Achteraf bleek dat slechts één broer op het toneel had gestaan. Ed Simons heeft geen zin meer in toeren, een videotechnicus nam zijn plaats in. Niemand had het gemerkt.

Een voorgeprogrammeerd optreden is in tegenspraak met een van de uitzonderlijkste eigenschappen van popmuziek: de mogelijkheid om actueel te zijn. Een popmuzikant kan op het podium nieuwe inzichten, ideeën en ervaringen delen. In nieuwe liedjes, teksten, en de manier van zingen. Zo wordt de avond gekleurd door persoonlijke omstandigheden, of dat nu liefdesverdriet is of een verkoudheid.

Toekomst: meer show of meer live?

De vraag is hoelang het publiek geïnteresseerd blijft in de voorgespeelde muziek. Ook de elektronicamuzikant lijkt zich dat inmiddels af te vragen. Dat leidt tot twee scholen: die van meer show, en die van meer live-instrumenten. Zo spelen verscheidene dj/producers tegenwoordig met een liveband. Dancegrootheid Hudson Mohawke heeft onlangs besloten dat hij alleen nog optreedt met muzikanten. Bij zijn optreden onlangs in de Melkweg in Amsterdam, werd hij bijgestaan door een drummer en keyboardspeler. Ook de Britse acts SBTRKT, op Lowlands, en Leftfield, deze maand in Paradiso, maakten hun livepresentatie dynamischer met livedrummers.

Aan de andere kant van het spectrum staan artiesten die de aantrekkelijkheid vergroten met visuele middelen: meer laserstralen, meer lichteffecten, meer vuurwerk, meer ledschermen, meer rookmachines, meer danseressen op het podium. Vooral festivaloptredens worden spektakelstukken: bij de show op Lowlands heeft publiekslieveling Major Lazer het vuurwerk, de ledschermen, de danseressen en lichteffecten én dj Diplo, die in een grote plastic bol over de hoofden van het publiek stuitert.

Wat zal de toekomst brengen? Zullen elektronicamuzikanten meer live-instrumenten gebruiken om hun muziek heet van de naald te houden?

Of wint het showelement? In dat geval krijgt het concept van ‘authenticiteit’ weer een nieuwe draai. Want in het geheel van visuele bombardementen zal steeds minder uitmaken wie achter de knoppen staan, zodat we van een incident als met The Chemical Brothers niet meer opkijken. Dan staat de sterren straks niets in de weg om meerdere versies van zichzelf op tournee te sturen. Major Lazer en z’n opblaasbal zullen triomferen op verscheidene continenten tegelijk – als een Cirque du Soleil van de popmuziek.