De verzorgingsstaat is nu lokaal hoor

Gemeentelijke schatkistjes vergroten de ongelijkheid, schreef Wim Derksen hier maandag. Hij heeft zeker iets gemist, schrijven Klaartje Peters en Kirsten Veldhuijzen.

Veel mensen, en blijkbaar ook bestuurskundige Wim Derksen, realiseren zich niet dat de Nederlandse verzorgingsstaat fundamenteel is veranderd de afgelopen jaren. Landelijke rechten op zorg en hulp zijn ingeruild voor voorzieningen bepaald door de gemeente. De lokale verzorgingsstaat is daarmee een feit. Of je het nu fijn vindt of niet, de gemeente beslist over de hulp aan je kind, thuiszorg voor je oude vader en wat je moet doen voor een bijstandsuitkering. De gemeenteraad bepaalt het beleid, en met klachten zul je ook op lokaal niveau moeten aankloppen.

Het knelt daarom steeds meer dat gemeenten financieel bijna volledig afhankelijk zijn van de rijksoverheid. De financiële risico’s voor gemeenten zijn groot, maar mogelijkheden om die risico’s af te dekken ontbreken. Het is alsof je voortaan kleedgeld krijgt van je ouders, maar veel minder dan nodig. En je mag er geen baantje bij zoeken. Dat leidt tot problemen. En dat zien we ook in het lokaal bestuur. Uit angst om in de rode cijfers te komen doen gemeenten er alles aan om het beroep op voorzieningen te beperken. Inwoners worden daarvan de dupe en het trekt een zware wissel op de nieuw op te bouwen relatie tussen gemeenten en hun inwoners.

Die volledige afhankelijkheid is ook principieel onjuist: bij het overdragen van verantwoordelijkheid hoort zeggenschap om middelen te verwerven en die te besteden naar eigen inzicht. Een zeker evenwicht tussen bepalen en betalen is nodig voor een gezonde democratie. De afweging tussen meer jeugdhulp en verkeersdrempels is lastig, maar voor gemeenten een realiteit. Meer lokale belastingheffing maakt het mogelijk om te kiezen voor beide, als inwoners dat willen. Uit onderzoek weten we bovendien dat gemeenten verstandiger met hun eigen geld omgaan dan met rijksgeld. Dat verbaast de ouder die kleedgeld geeft natuurlijk niks. Als gemeentebestuurders geld bij hun eigen inwoners moeten ophalen en aan hen verantwoording daarover moeten afleggen, besteden ze het efficiënter. Politici op lokaal niveau halen echt alles uit de kast voordat ze de lokale lasten verhogen.

Onder deskundigen bestaat brede overeenstemming dat de ingrijpend gewijzigde taakverdeling tussen Rijk en gemeenten gepaard moet gaan met meer lokale zeggenschap over geld, zonder dat de totale belastingdruk toeneemt. Beweren dat het kabinet dit onder druk van D66 heeft besloten – zoals Wim Derksen doet – is iets teveel eer voor Pechtold: het is gewoon een verstandig besluit. En beweren dat mensen in Wassenaar daardoor straks beter af zijn dan in Spijkenisse is onzin. Grote verschillen tussen arme en rijke gemeenten worden in Nederland gecompenseerd, en dat blijft zo als gemeenten meer belasting mogen heffen. In veel andere landen waar gemeenten een deel van de inkomstenbelasting heffen is dit een gebruikelijke systematiek.

Tot slot: dat de problemen in Spijkenisse anders zijn dan in Wassenaar, is bij uitstek een reden om de mensen in beide gemeenten te laten meebeslissen over de vraag wat je over hebt voor goede voorzieningen, en of dit ten koste mag gaan van bijvoorbeeld cultuur of hockeyveldenonderhoud. Dat leidt misschien niet altijd tot beslissingen die Derksen of wij zouden willen, maar dat is het idee van democratie. Lokale democratie dus, voor alle duidelijkheid.