Recht & Onrecht

De Togacolumn: Kloof tussen rechters en verandermanagers groeit steeds verder

Tussen rechters en hun eigen bestuur loopt de spanning steeds verder op. In de Togacolumn beschrijft rechter Matthieu Verhoeven de onvrede van binnenuit. En de behoefte aan ‘bestuurders van statuur’.

Als het tumult rond het Meerjarenplan Rechtspraak 2015-2020 iets duidelijk heeft gemaakt, is het de kloof die in enkele jaren tussen de Raad voor de rechtspraak en gerechtsbestuurders enerzijds en (in ieder geval een groot aantal) rechters en ondersteunend personeel anderzijds is ontstaan.

Een eerder signaal was het zogenoemde Leeuwarder Manifest eind 2012. Dat werd vooral afgedaan als geklaag over te hoge werkdruk, maar een minstens zo belangrijk onderdeel was de groeiende afstand tussen rechters en de Raad en de manier waarop gerechtsbestuurders werden benoemd. Dit signaal is niet serieus genomen. Afgezien van een zogeheten “roadshow”, waarmee de raad langs de gerechten ging, is er niets veranderd.

In een nog niet zo heel grijs verleden waren presidenten/bestuurders figuren die gezag hadden bij “hun” rechters en de maatschappelijke omgeving. Dat is in hoog tempo veranderd: de president en de bestuurders, die iedere zes jaar voor herbenoeming van de Raad voor rechtspraak – een orgaan met macht maar met weinig gezag - afhankelijk zijn, zijn verworden tot raadsdienaren en verandermanagers. Zij vormen een binnen de gerechten weinig zichtbaar gezelschap dat rondreizend vergadert. Zo’n structuur leidt niet tot krachtige tegenspraak van de herbenoembaren tegen hun benoemers, dat moge duidelijk zijn. En dat in een organisatie waar de ene fusie wordt opgevolgd door de andere reorganisatie en peperdure ict-mislukkingen voortdurend op de loer liggen.

Indien vervolgens een meerjarenplan wordt gemaakt dat van willekeurig gekozen aannames aan elkaar hangt en zeer ingrijpende gevolgen heeft voor diverse landstreken, met name buiten de Randstad gelegen, leidt dat begrijpelijkerwijs tot verzet. Een uniek fenomeen: rechters, al dan niet in toga, en gerechtsambtenaren die protesteerden en de straat op gingen, advocaten die acties gingen voeren voor “hun” rechtbanken, lokale en provinciale bestuurders die stevig op de trom sloegen.

Daar ook geen enkele andere maatschappelijk relevante partij was geraadpleegd, bleven de protesten niet alleen tot deze groepen beperkt. Een inderhaast van definitief naar voorgenomen gewijzigd besluit waarbij bredere raadpleging gedurende de uiterst riante termijn van één week mogelijk was, maakte het niet veel beter. Massaal maatschappelijk en gemotiveerd bezwaar vermocht geen syllabe wijziging teweegbrengen, Raad en presidenten bleven bij hun plannen.

Het meerjarenplan is niet op enige feitelijk juiste leest geschoeid (de enige cijfermatige onderbouwing bleek op onjuiste aannames gebaseerd, waarbij onwelgevallige cijfers werden weggemoffeld.

Niet alleen ontbrak een behoorlijke onderbouwing, er was zelfs geen sprake van een feitelijk juiste weergave van zaken. Zo werd ten onrechte verteld dat zo’n 75% van de rechtspraak lokaal voorhanden blijft (daartoe worden bijvoorbeeld de kantonverstekzaken, die volledig schriftelijk en zonder zitting worden behandeld meegeteld). Nota bene: waar zaken worden behandeld is een bevoegdheid van het gerechtsbestuur, maar die bevoegdheid is kennelijk uit handen gegeven aan een juridisch niet bestaand orgaan, de vergadercombinatie presidenten-Raad.

Helaas wordt bij de Raad voorlichting en uitleg vaak vervangen door propaganda en slogans. De door de Raad gebezigde oneliner “we investeren niet in stenen maar in mensen” echode eindeloos door de media en de gerechten.

Terzijde, ook die slogan is niet juist: in het primaire proces is, in tegenstelling tot de overhead, materieel al jaren een vacaturestop en bij het hyperambitieuze en honderden miljoenen budgetoverschrijdende ict-project KEI wordt gejubeld dat het 44% aan griffiepersoneel en 18% aan juridisch medewerkers gaat schelen.

Gelukkig lijkt “de politiek” op haar post en gaat zij niet akkoord met de in het meerjarenplan voorziene afbraak. Het is dan wel zaak de eventuele extra gelden heel duidelijk en voor een reeks van jaren te oormerken voor handhaving van de rechtspraak op de diverse locaties omdat er anders snel andere bestemmingen voor worden gevonden.

Intussen is de kloof tussen Raad en (het merendeel van) de gerechtsbestuurders enerzijds en rechters en ondersteuning anderzijds alleen maar groter geworden.

De rechtspraak dient zich te realiseren dat zij een van de drie staatsmachten is, met een eigen verantwoordelijkheid om behoorlijk te functioneren.

Wat is daarvoor nodig? Onder meer een geloofwaardige, integere Raad voor de rechtspraak die doet wat zij moet doen, niet minder maar ook vooral niet meer. Daarnaast bestuurders van statuur, die niet hun oren laten hangen naar hen die (her)benoemen, maar die de werkelijke (maatschappelijke) belangen van de rechtspraak en hun gerechten vooropstellen. En rechters en ondersteuning die als professionals hun werk (kunnen) doen.

Hopelijk hoeft het niet te wachten tot na een parlementaire enquête voor het zo ver is.

De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een rechter, een officier en een advocaat. Deze week Matthieu Verhoeven, insolventie- en kort gedingrechter in de rechtbank Overijssel te Almelo. 

 

 

Blogger

matthieuverhoeven

Matthieu Verhoeven studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij ruim tien jaar als advocaat. Hij is sinds 1994 rechter, in diverse functies, van kantonrechter tot sectorvoorzitter, vooral werkzaam in de civiele sector van de rechtbank in Almelo. Op dit moment doet hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen.