Column

De kapot geslagen Haagse kaasstolp

Vijftien jaar later galmt de klap nog steeds na. Forse mokerslagen waarmee Pim Fortuyn de Haagse kaasstolp aan gruzelementen sloeg. Voordien leefde de politiek in een glazen kaasstolp. Je kon vanbuiten wel kijken naar het toneelspel, maar signalen vanbuiten drongen binnen amper door. Ergernis over de multiculturele samenleving, ontwikkelingshulp, immigratie, vriendjespolitiek, de kaasstolp filterde die signalen uit. Die tijd is voorbij. Politici beoefenen hun vak inmiddels tussen de glasscherven. Op kousenvoeten is er niet meer bij. Politici luisteren tegenwoordig massaal naar signalen uit de boze buitenwereld, megafoon in de hand. Ieder signaal wordt onmiddellijk opgepikt en via de megafoon versterkt teruggekaatst.

Wat mij zo verbaast aan deze nieuwe politiek zijn niet de mokerslagen van Fortuyn of de opkomst van Wilders. Zij hebben de boosheid van een grote groep stem gegeven. De opkomst van de PVV is in dat opzicht winst voor de democratie. Wat mij zo verbaast is dat heel Nederland met deze boosheid meedoet. In de analyses over de opkomst van de PVV wordt vaak gewezen op de groep van moderniseringsverliezers aan wie voordelen van de moderne tijd voorbijgaan, de lager opgeleide middenklasse voor wie bestaande zekerheden worden ondergraven. Maar wie het debat volgt krijgt langzamerhand de indruk dat heel Nederland moderniseringsverliezer is. Allemaal zijn we boos en onzeker, en we bevestigen elkaar voortdurend in onze onzekerheid en in ons recht op boosheid.

Inmiddels is over de glasscherven een nieuwe kaasstolp verrezen, van groter formaat: niet louter over Den Haag, maar over heel Nederland. Opnieuw: de buitenwereld kan wel zien wat er binnen gebeurt, maar signalen van buiten dringen binnen nauwelijks door. De akoestiek van de kaasstolp is bovendien niet best. De megafoon van politici galmt eindeloos na. Je weet niet meer wat die megafoon eigenlijk versterkt: zijn het de signalen uit de samenleving, of is het de nagalm van de megafoon? Tekenend was een interview met Gabriël van den Brink door Martin Sommer in de Volkskrant. Van den Brink heeft als hoogleraar bestuurskunde mooi onderzoek gedaan naar wat mensen beweegt. Martin Sommer is een van de columnisten die het burgerrecht op boosheid met verve verdedigt. Sommer: „De lager opgeleiden zeggen twee dingen. We willen geen Europa en we willen geen moslims.” Zie hier Van den Brinks reactie: „Het lijkt me de uitkomst van een gesprek dat nooit werd gevoerd.” De elite van Nederland – wie dat ook mag zijn – resoneert zo aardig mee, dat ze haar belangrijkste taak, het definiëren van het algemeen belang, heeft laten lopen, aldus van Den Brink.

Dringt geen enkel bericht vanbuiten in de kaasstolp door? Soms wel. Door het glas heen zien we hoe Angela Merkel zich opstelt. Anders, voorzichtig, nog wel op kousenvoeten, denkend over de toekomst van Europa, een oplossing zoekend voor het vluchtelingenprobleem, en met een scherp oog voor het Duitse belang. Een groot deel van de Duitsers was direct na de oorlog zelf vluchteling, verjaagd uit Polen, Hongarije en omstreken. Veel Duitsers weten dus uit eigen ervaring wat het is om vluchteling te zijn. Maar het is strijdig met ons ‘wereldbeeld’ van een nauw gedefinieerd rechtschapen nationaal eigenbelang. Al het andere moet daarvoor wijken. Hoe lossen we die strijdigheid op? Door Merkel een Moeder Teresa-syndroom toe te schrijven, zoals Leon de Winter onlangs in de Telegraaf deed. Zo galmt het in de kaasstolp nog een tijdje verder.