Corruptieonderzoek flopte totaal

Waarom stopte het smeergeldonderzoek op Bonaire naar twee politici en KLM zo snel?

Foto Frans Lemmens/Hollandse Hoogte

Goed beschouwd was het geen verrassing dat in de ochtend van 9 september 2009 rechercheurs huiszoeking deden in de woningen van twee prominente politici op Bonaire. De geur van corruptie omringde het Antilliaanse eiland al jaren.

In 2009 opende het Openbaar Ministerie (OM) een onderzoek naar partijleider Ramonsito Booi van de Union Patriotiko Boneriano (UPB) en zijn rechterhand Burney El Hage. Ze zouden zich hebben verrijkt en hebben laten omkopen in ruil voor vergunningen, gronden en opdrachten. Zambezi heette het onderzoek. De rijksrecherche werd ervoor vanuit Nederland ingevlogen.

Zambezi liep op niets uit. Voor fraude en witwassen (bij een hypotheekaanvraag en een grondtransactie) werden Booi en El Hage vrijgesproken. Tot een rechtszaak over de andere verdenking, corruptie, is het om procedurele redenen nooit gekomen. Dat kan ook niet meer na een arrest van de Hoge Raad op 3 november dit jaar, waarin het verzoek van het OM om alsnog corruptie te mogen vervolgen werd afgewezen.

Booi en El Hage zijn opgelucht. Ze zijn van alle blaam gezuiverd, vinden ze. Het duo zegt slachtoffer te zijn van een heksenjacht die veel te lang geduurd heeft, gebaseerd op valse beschuldigingen van politieke tegenstanders. El Hage: „Het was buiten alle proporties om een simpele burger en zijn aantoonbare en bewijsbaar keurige familie van een klein eiland [...] jarenlang met alle geweld van het OM te onderzoeken.”

Beiden willen nu een schadevergoeding van de Nederlandse Staat, en hun leven weer oppakken. El Hage: „Wij hebben moeilijke tijden overleefd en zullen er alles aan doen om een normaal leven, en een leven naar tevredenheid van onszelf en onze maatschappij, te leiden.”

De politieke tegenstanders op het eiland, zoals de Partido Demokrátiko Boneriano (PDB), vinden het moeilijk verteerbaar dat er nooit een rechtszitting is geweest over de corruptieverdenking. Oud-PDB-leider Jopie Abraham: „Hierdoor kan niet gesproken worden van ‘vrijspraak’. Maar ik kan mij wel iets voorstellen bij de gemoedstoestand van de verdachten en hun gezinnen na al die jaren. Wat mij betreft moet er dan ook een punt achter gezet worden. Ze zijn genoeg gestraft. Ik vermoed dat dit de opvatting van de meeste Bonairianen is.”

Vriendjespolitiek

Al jaren vóór de huiszoekingen in november 2009 bereikten Nederland signalen dat het mis was met de bestuurlijke integriteit op Bonaire en andere Antilliaanse eilanden. Op Curaçao werden politici, onder wie Anthony Godett, aangehouden en veroordeeld voor corruptie. Integriteitsonderzoeken lieten zien dat op Sint Maarten criminele organisaties geïnfiltreerd zijn in het openbaar bestuur.

Op Bonaire hield de inlichtingendienst AIVD Ramonsito Booi en Burney El Hage in de gaten, ontdekte NRC in 2013. En de Algemene Rekenkamer Nederlandse Antillen oordeelde in mei 2009 dat het UPB-college op Bonaire de schijn van vriendjespolitiek en belangenverstrengeling wekte, en handelde „in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur”.

Booi en El Hage konden rekenen op steun vanuit zusterpartij CDA. Ex-minister Hans Hillen was politiek adviseur van Booi. Samen met de CDA’er Wilbert Stolte, rijksvertegenwoordiger voor Caribisch Nederland, trad hij op als pleitbezorger voor de UPB.

In september 2013 riep minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, PvdA) Stolte terug. Dat gebeurde na berichten dat Stolte zich had bemoeid met het justitiële onderzoek tegen Booi en El Hage. Later bleek hij ook dubbel gedeclareerd te hebben.

Zwakke plekken in onderzoek

Dat de kwestie zo is afgelopen, danken Booi en El Hage vooral aan hun advocaat Geert-Jan Knoops. Hij wist feilloos de zwakke plekken in het onderzoek van het OM te vinden. Zo ontbrak het de rechercheurs aan specifieke financiële deskundigheid. Volgens Knoops toont de Zambezi-zaak aan dat de kwaliteit van de rechtspraak in Caribisch Nederland moet worden verbeterd. Feit is dat het toenmalige OM van de Nederlandse Antillen onderbezet was. De officier van justitie die Zambezi leidde, deed er nog twee megazaken bij.

Justitie maakt op haar beurt het gerecht op Bonaire verwijten. Volgens de officier van justitie is het corruptieonderzoek „getorpedeerd” door toenmalig rechter-commissaris Frans Veenhof. Hij nam op 8 juni 2010 het, volgens de officier, „hoogst merkwaardige” besluit dat de rechercheurs binnen vijf maanden klaar moesten zijn.

Nooit eerder werd in Nederland of op de Antillen een corruptieonderzoek, dat doorgaans jaren duurt, zó in tijd beperkt. Het onderzoek tegen de van corruptie verdachte VVD’er Jos van Rey duurt al drie jaar. De Noord-Hollandse gedeputeerde Ton Hooijmaijers wachtte bijna vier jaar.

Veenhof, tot 2014 vicepresident van de rechtbank Haarlem, was in 2009 één jaar gestationeerd op Bonaire. Hij vond dat het onderzoek naar Booi en El Hage „onwenselijk lang” duurde. Ook had het OM, volgens hem, beiden onvoldoende geïnformeerd over de voortgang en waren ze al getroffen door „uitgebreide media-aandacht”.

Plank misgeslagen

Het besluit van Veenhof wekte bevreemding. Het was de eerste (en voor zover bekend enige) keer dat een rechter-commissaris een verzoek van advocaten honoreerde om een strafonderzoek al na korte tijd stil te leggen op basis van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen. Onder oud-collega’s van Veenhof heerst de opvatting dat hij als civilist, vooral vertrouwd met het burgerlijk recht, de plank heeft misgeslagen in deze strafrechtelijke procedure.

Het had grote gevolgen. Door de tijdsdruk die Veenhof de rechercheurs oplegde, kon het smeergeldonderzoek niet worden afgemaakt. Het OM zag zich genoodzaakt een aantal dossiers tegen beide verdachten te sluiten.

Eén van die dossiers die niet zijn ‘uitgerechercheerd’, betreft een onderzoek naar mogelijke smeergeldbetalingen door KLM aan politicus Booi. De luchtvaartmaatschappij zat, dankzij een lobby van Hans Hillen in Den Haag en de invloed van politicus Booi op Bonaire, op rozen, met lage kerosinebelasting en een overheid die miljoenen in de luchthaven stopte.

Veenhof had een belangenconflict toen hij het corruptieonderzoek liet stoppen. Zijn oudste zoon was als piloot in dienst van KLM. Zijn jongste zoon stond – na een opleiding aan de KLM Flight Academy – bij de luchtvaartmaatschappij op de wachtlijst. Het waren moeilijke tijden voor piloten. In april 2013 zou ook de jongste zoon door KLM als piloot in dienst worden genomen.

Had Veenhof wel mogen optreden in een zaak waarbij KLM betrokken was? De Gedragscode Rechtspraak zegt dat „medewerkers voorkomen dat een ongewenste vermenging van werk en privé ontstaat”. En de Leidraad onpartijdigheid van rechters van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) legt beperkingen op aan rechters die zaken behandelen waarbij bloedverwanten in het spel zijn: „Een (neven)functie van een ex-partner, -echtgeno(o)t(e) of nauwe verwant kan de partijdigheid van de rechter beïnvloeden. Dat kan het nodig maken dat deze rechter een zaak niet behandelt.” Dat geldt volgens de Leidraad ook als een van de partijen de werkgever is van iemand met wie de rechter een (bloed)band heeft.

Rosa Jansen, voorzitter van de NVvR: „Een relatie met bloedverwanten in een dossier kan de onpartijdigheid beïnvloeden en kan een rechter noodzaken een zaak niet te behandelen. De rechter heeft zelf de plicht die afweging te maken.”

Veenhof wil niet reageren. Aan de telefoon zegt hij: „U kunt praten wat u wilt. Ik ga er niet verder op in. Ik wil ook niet dat u mij opbelt.”