‘200 burgerdoden in Syrië door Russische bommen’

Bij de Russische bombardementen op Syrië zijn ongeleide clusterbommen gebruikt. Deze wapens verspreiden kleinere explosieven over een breed gebied. Dat zegt mensenrechtenorganisatie Amnesty International na onderzoek van zes luchtaanvallen in Homs, Idlib en Aleppo tussen september en november. Bij deze Russische bombardementen zijn zeker tweehonderd burgers omgekomen. Uit het onderzoek blijkt dat er geen militaire doelwitten of strijders waren op de gebombardeerde locaties. Volgens Amnesty lijken sommige Russische aanvallen direct tegen burgers of burgerdoelen gericht. (NRC)