Buitenkansje

We hadden het openbaar vervoer een kans gegeven, maar nadat we met kinderwagen en baby klem hadden gestaan op het balkon van een intercity, besloot de vriendin dat we een auto gingen kopen. „Nog voor Kerst.”

Ik was altijd tegen de aanschaf van een auto geweest, zogenaamd vanwege het milieu, maar eigenlijk had ik vooral geen rijbewijs. Dat moest ik dan maar snel gaan halen, vond de vriendin, want bij een baby hoorde een gezinsauto. Ze somde al haar vriendinnen met kinderen op die inderdaad allemaal een auto hebben. Ik kon daar slechts één gezin tegenover zetten, maar dat was er eentje uit de categorie ‘laat maar’.

Het was toch al een hamerstuk: er kwam een gezinsauto. Omdat ik van niets wist – ik vind Duitse auto’s mooi – werd er door haar druk getelefoneerd met mensen die wel verstand van zaken hebben, waarmee ze het ene na het andere Trojaanse paard in ons leven liet. Mensen die graag en veel over auto’s praten hebben, behalve dat ze verstand van auto’s hebben, niet zo veel om trots op te zijn. Tegelijkertijd hebben ze wel alle tijd om te helpen zoeken en te adviseren.

De auto, ‘het buitenkansje’, stond nooit eens bij ons om de hoek, maar per definitie vlak bij het huis van de deskundige. Wat volgde, waren vernederende testritten die begonnen met een sleutel die voor mijn hoofd werd gehouden.

„Meneer heeft nog geen rijbewijs”, zei de vriendin dan iets te enthousiast. Mevrouw nam plaats achter het stuur, de deskundige kroop ernaast en ik zat op de achterbank. Voor de gemiddelde autoverkoper ben je dan af.

Raymond, Fred en eentje met een sleutelbos aan de riem spraken en onderhandelden mede namens mij. Er werd verschillende keren een paar honderd euro van zo’n Opel Astra of Volkswagen Passat afgeluld, bedragen die de verkoper er onder de noemer ‘rijklaar maken’ daarna weer vrolijk bij optelde.

Thuis maakte de euforie over de bijna-aanschaf snel plaats voor twijfel als een andere deskundige zich over de prijs, kilometerstand en het bouwjaar boog, waarna de boel toch maar weer werd afgeblazen.

Het patroon werd doorbroken met een etentje bij vrienden van wie we de auto voor weinig zo mochten meenemen. De volgende dag stond er een BMW voor onze deur. Buiten stond een buurman met verstand van zaken de pret te bederven, want het is zo’n buurt waar een nieuwe aanschaf niet onopgemerkt blijft.

De ongevraagde inspectie eindigde met de constatering dat er condens in een van de lampen zat. Zelf reed hij in een Hyundai Atos uit 2001. Mochten we ooit een botsing krijgen, dan het liefst met hem. Vervangen we meteen die lamp.