Na de koopmarkt gaat Blok nu ook de huurmarkt hervormen

Huurders van corporatiewoningen moeten sneller verhuizen, krijgen meer keuze, en gaan meer betalen. Minister Blok maakt werk van zijn tweede grote hervorming op de woningmarkt.

Het is de laatste grote hervorming op de lijst van minister Stef Blok (Wonen, VVD): de huurwoningmarkt opschudden. De doorstroming moet beter, het aanbod moet groter en scheefwoners moeten naar duurdere woonruimte, die bij hun inkomen past. Dinsdag is een wetsvoorstel daarvoor naar de Tweede Kamer gestuurd.

Scheefwonen is „een enorm probleem”, zegt Blok aan de telefoon. In dan 500.000 huurwoningen in de sociale sector wonen mensen die te veel verdienen voor de hoogte van de huur. Sowieso kent de huursector, vergeleken met de gehele woningmarkt, nu „de grootste onevenwichtigheden”, aldus Blok.

Eerder deze week werd bekend dat de huizenprijzen in november het hardst zijn gestegen sinds de crisis uitbrak. Op de koopwoningmarkt zijn de problemen voorbij, volgens Blok. De „enorme kredietluchtbel is op een nette manier leeggelopen”. De regels voor het verstrekken en aflossen van een hypotheek zijn strenger geworden en de hypotheekrenteaftrek is beperkt. En er is, zegt hij, „een einde gemaakt aan de wilde avonturen van de woningcorporaties”. Die moeten terug naar hun kerntaak: zorgen voor betaalbare huurwoningen voor mensen met een laag inkomen.

Blok wil twee grote veranderingen doorvoeren. De eerste is het aanbod vergroten en daar efficiënter gebruik van maken met tijdelijke contracten. Nederlandse huurders zijn extreem goed beschermd: de meeste contracten zijn voor onbepaalde tijd. En ook als dat niet zo is, krijgt de huurder vaak gelijk van de rechter als hij het huis weigert te verlaten.

Contracten voor grote gezinnen

Dat weerhoudt een grote groep mensen die woonruimte te verhuren hebben, denkt de minister. „Particulieren die het griezelig vinden om een huis te verhuren, trek ik over de streep met de invoering van tijdelijke contracten van maximaal een jaar.” Bijvoorbeeld voor expats, stellen in scheiding of mensen die een half jaar in een andere stad werken. Nu is het door de jarenlange wachtlijsten moeilijk om tijdelijke woonruimte te vinden.

Ook wordt het aantal ‘doelgroepencontracten’ uitgebreid. Die zijn er voor studenten, ouderen en gehandicapten en hoort iemand niet meer tot de doelgroep, dan kan het huurcontract worden opgezegd. In het wetsvoorstel komen er ook contracten voor jongeren, promovendi en gezinnen met meer dan zes kinderen. De bedoeling is dat huurwoningen zo efficiënter gebruikt worden. Zijn die zes kinderen bijvoorbeeld het huis uit, dan blijven de ouders achter in huis dat beter bewoond kan worden door een ander groot gezin.

Naast deze maatregelen wil het kabinet scheefwonen afstraffen en ook op andere manieren de doorstroming op de huurmarkt op gang helpen.

Verhogingen van de huurprijs zijn sinds 2013 inkomensafhankelijk. Hoe meer een huurder verdient, hoe meer de huur jaarlijks mag stijgen. Met het wetsvoorstel verandert dat in een zogenaamde ‘huursombenadering’, iets waar corporatiekoepel Aedes al langer voor ijvert. De huurverhoging wordt vanaf volgend jaar aangepast aan de kwaliteit van de woning.

Zo werkt de huursombenadering:

Verhuurders mogen de huren jaarlijks verhogen met de inflatie plus gemiddeld 1 procent. Afhankelijk van de kwaliteit van de woning kan dat minder zijn, of hooguit 2,5 procent – zolang de gemiddelde huurstijging van de huizen van een corporatie maar uitkomt op die 1 procent. Hierdoor wordt de huurstijging van nieuw vrijkomende woningen beperkt – verhuurders verhogen de huur dan vaak extra omdat die van zittende huurders maar beperkt mag stijgen. Blok hoopt dat het zo aantrekkelijker wordt voor huurders om door te stromen.

Huurders die meer verdienen dan de socialehuurgrens van 38.950 euro, kunnen nog wél een inkomensafhankelijke huurstijging krijgen van inflatie plus 4 procent. Dat moet mensen die te veel verdienen voor een sociale huurwoning stimuleren om naar duurdere woonruimte te verkassen. Het zal wel even duren voordat dat tot verbetering zal leiden; Blok snapt „dat wie voor 500 euro per maand in de Amsterdamse Jordaan woont, niet gaat verhuizen voor een huurstijging van 4 procent”. De huurmarkt heeft meer tijd nodig om uit de problemen te komen dan de zo veelbesproken koopmarkt.