Zelf georganiseerde zorg is niet zo maar aftrekbaar

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: de Belastingdienst maakt geen uitzondering voor buddyzorg en klokkenluider.

An heeft Alzheimer. Ze wordt opgenomen in een verpleeghuis en krijgt antipsychotica vanwege ernstige gedragsproblemen, maar daar is haar echtgenoot niet gelukkig mee. Hij doet wat in zijn ogen het verpleeghuis had moeten doen: hij zet een buddyteam op om zijn vrouw te helpen bij een zinvolle dagbesteding. De buddy’s werken dagelijks in drie ploegendiensten van elk twee uur. De medicijnen worden afgebouwd en het leven van An krijgt weer kleur. Ze puzzelt, zingt kinderliedjes en maakt wandelingen – altijd in gezelschap van een buddy.

De man van An wil de kosten van het buddyteam aftrekken van de inkomstenbelasting als specifieke zorgkosten. Het gaat immers om zorg die het verpleeghuis eigenlijk zelf had moeten verlenen, maar waar geen geld voor is. En de buddy’s zijn wel niet medisch geschoold, ze hebben wel een positief medisch effect op het welzijn van zijn vrouw.

De inspecteur weigert. Volgens hem kwalificeert het buddyteam van An niet als ‘geneeskundige hulp’ in de zin van de wet inkomstenbelasting. Ook de rechtbank Zeeland- West-Brabant is niet overtuigd.

De rechter noemt het afgebouwde medicijngebruik en het verbeterde leven van An een mooi resultaat, maar niet genoeg om in aanmerking te komen voor de aftrek. Therapeutische activiteiten kunnen onder specifieke zorgkosten vallen, maar dan moet er wel een ‘voorschrift van een arts’ zijn. De echtgenoot van An heeft de buddy’s op eigen initiatief ingeschakeld. De buddy’s zijn wel door het verpleeghuis in het zorgplan van An opgenomen, maar nu het voorschrift van een arts ontbreekt, kan hij de aftrek wel vergeten.