Waar ligt de grens van suggestief monteren en stiekem filmen?

Volgens de rechter mag omroep PowNed een Syriër niet heimelijk filmen en verknipt citeren. Wat betekent dat voor de pers?

De Syrische vluchteling voor de Amsterdamse rechtbank. Hij won vorige week een rechtszaak tegen PowNed.Foto NOVUM/ REIN VAN ZANEN.

De Amsterdamse rechtbank sprak vorige week een vernietigend oordeel uit over een item over een Syrische vluchteling in Studio PowNed. Het is niet de eerste keer dat PowNed op de vingers wordt getikt. Ook de Raad voor de Journalistiek heeft al eens een klacht tegen de omroep gegrond verklaard. Wat zijn de juridische en ethische grenzen van PowNed, en: maakt zo’n veroordeling iets uit?

1 Wat heeft PowNed nu weer misdaan?

PowNed heeft volgens de rechter de journalistieke richtlijnen in de wind geslagen en heeft met de commentaren van presentator Rutger Castricum en het online plaatsen van een filmpje onder de titel ‘Vluchteling: mijn ballen zijn heel groot’ de vluchteling stereotiep neergezet. „Stuitend”, noemde hoofdredacteur Dominique Weesie die uitspraak. „Hiermee gaat de rechter op de stoel van de redactie zitten.”

Met de uitspraak maakt de rechter korte metten met PowNeds werkwijze en bewegingsvrijheid. Het beeld dat ze van de Syrische man neerzetten, is volgens haar uit het verband gerukt: „Het staat de journalist niet vrij beelden zodanig te knippen en plakken dat een ander beeld ontstaat dan het ruwe materiaal rechtvaardigt”. Dat is een uitspraak die raakt aan het werk van menig journalist. Of een uitspraak uit zijn verband is gerukt, is geregeld onderwerp van debat.

2 Waar draait het in deze zaak precies om?

Afgezien van het aantasten van iemands eer en goede naam, is het ook een onrechtmatige daad om inbreuk te maken op iemands persoonlijke levenssfeer. Ook oordeelt de rechter dat journalisten zich dienen te houden aan ‘verantwoorde journalistiek’, waarbij zij integer moeten handelen en accurate en betrouwbare informatie dienen te verschaffen.

3 Wat mag een tv-programma eigenlijk wel, en wat niet?

De aantasting van privacy en reputatie wordt door de rechter afgewogen tegen de vrijheid van meningsuiting en het maatschappelijk belang van een journalistieke productie. Doorgaans laat de rechter het tweede zwaarder wegen, omdat anders de persvrijheid in gevaar zou komen. Een publiek figuur geniet in deze ook veel minder bescherming dan een gewone burger.

Maar niet alle middelen heiligen het doel. Het met een verborgen camera, of onder valse voorwendselen filmen van burgers mag niet – alleen in uitzonderlijke gevallen, als er een maatschappelijke misstand mee wordt onthuld. Jens van den Brink, advocaat van PowNed en gespecialiseerd in Mediarecht, vindt ‘een maatschappelijke misstand’ te nauw geformuleerd. Hij spreekt liever van ‘een bijdrage aan het publieke belang’ – in dit geval het debat over vluchtelingen.

Volgens de rechter zijn ook de journalistieke regels overtreden. Die staan niet in het wetboek, ze zijn opgesteld door de branche zelf, door de Raad voor de Journalistiek en het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren. Dat die regels toch door een rechter worden gebruikt, noemt Folkert Jensma, ad interim voorzitter van de Raad, „heel plezierig”. „Beter dan dat een rechter zelf gaat formuleren hoe een journalist journalistieke normen zou moeten toepassen.”

4 Verandert er nu iets voor journalisten?

Wouter Hins, hoogleraar mediarecht in Leiden en Amsterdam kan zich wel vinden in het vonnis. „In zaken bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zie je dat de rechter de ene keer het recht op privacy voorrang verleent, de andere keer het recht op vrijheid van meningsuiting.” Volgens Hins blijft voorop staan of een journalist de journalistieke ethiek heeft gerespecteerd, en of het behaalde doel ook met minder vergaande middelen zou kunnen worden behaald. „Journalisten mogen soms iets minder zorgvuldig zijn dan wetenschappers, maar als de context uit het oog wordt verloren zijn er wel degelijk grenzen aan de journalistieke vrijheid.”