‘Verwarde man haal je liever op tijd van straat’

Moet je wachten tot verwarde mensen een delict plegen? Psychiater à Campo bestrijdt dat. Neem de patiënt op voordat hij een crimineel is. Zijn oplossing: de transforensische afdeling.

Onderhandelaars proberen een verwarde man die met zelfmoord dreigt van zijn plan af te brengen. Hij kreeg daarna psychische hulp. Foto Peter Hilz

Een man belt keer op keer 112, zonder reden. Hij lijdt aan diverse psychische stoornissen, en heeft zichzelf niet in de hand. Het alarmnummer is door zijn telefoontjes steeds bezet. Echte spoedmeldingen komen niet door. Dat is strafbaar. Moet deze man opgehaald worden door de politie, of liever door de psychiatrische inrichting?

Psychiater Joost à Campo (1957) zit in zijn kantoor bij Mondriaan, een psychiatrische instelling in Heerlen. Er is een forensische afdeling, waar patiënten opgesloten zitten omdat de strafrechter hen daartoe heeft veroordeeld. Door het raam van het kantoor is een binnenplaats zichtbaar waar deze patiënten kunnen ontspannen; er staan flinke hekken omheen. Op tafel een doosje dunne Hofnar-sigaren. à Campo – kleine à met het juiste leesteken, daar staat hij op – heeft een zacht gezicht met een lange grijze baard.

De man die het alarmnummer steeds belde, is één van de voorbeelden die à Campo haalt uit twintig jaar ervaring op gesloten afdelingen in de reguliere psychiatrie. Patiënten komen daar terecht als ze volgens de civiele rechter niet te handhaven zijn in de samenleving, maar nooit strafrechtelijk zijn veroordeeld. Nu werkt hij op een forensische afdeling, dus met patiënten die daar zitten na veroordeling door de strafrechter.

Woningcorporaties en politie hebben steeds meer last van ‘verwarde personen’ die op straat voor overlast zorgen. Dit jaar kreeg de politie al ruim 80.000 meldingen van overlast door verwarde personen; een derde meer dan vorig jaar. Woningcorporatie Aedes kwam vorige week met een noodkreet over de toename van problemen door verwarde mensen. Die zou veroorzaakt worden door de reductie van ‘bedden’ in de geestelijke gezondheidszorg.

Volgens à Campo deugt de aanpak van ‘verwarde personen’ niet. Hij heeft daarom een nieuwe, ‘transforensische’ afdeling opgericht. Die moet de ernstig verwarde man van de straat houden, en hem een forensische behandeling geven. Zwaarder en langer, net als patiënten die wel door de strafrechter zijn veroordeeld.

Tot zijn verbazing ontdekte à Campo namelijk dat hij in de forensische zorg helemaal geen ‘zwaardere’ patiënten tegenkwam dan in de reguliere zorg. Eigenlijk zag hij – soms letterlijk – precies dezelfde mensen. Een patiënt die ernstig verward zijn eigen huis in brand steekt, komt soms terecht bij de rechter, maar soms ook direct in de reguliere gezondheidszorg.

Psychiater à Campo: „Als de buurman eerst de crisisdienst belt, komt deze patiënt meestal zonder gerechtelijke veroordeling in de reguliere geestelijke gezondheidszorg terecht. Doet die buurman eerst aangifte bij de politie, dan gaat die patiënt vaak een strafrechtelijk traject in. Het is heel arbitrair.”

De politie houdt steeds vaker verwarde personen aan. Wij pakken iemand op als crimineel, maar we zien een patiënt, schreef de politie daarover.

„Daar hebben ze helemaal gelijk in. Er zijn zelfs regionale verschillen. Afhankelijk van de stijl van optreden van de politie in die regio komen patiënten terecht in de cel en daarna op een forensische afdeling, of direct op een gewone ggz-afdeling. Welk delict ze hebben begaan, speelt nauwelijks een rol. Ik heb op de forensische afdeling mensen zien binnenkomen die door de reguliere ggz-instellingen op straat werden gezet: te licht om nog te blijven. Dan pleegden ze op straat een delict en kwamen via de rechter binnen in een forensische setting. Een krankzinnige situatie.”

Waarom kunnen patiënten niet meteen van de reguliere afdeling worden overgeplaatst naar de forensische?

„Dat is onmogelijk als zo’n patiënt niet is veroordeeld door de strafrechter. Wij hadden in de reguliere zorg soms te maken met patiënten die bijvoorbeeld personeel bedreigden. Dan vroegen we aan een forensische instelling of die patiënt bij hen terecht kon, maar dan werd geroepen: jullie moeten eerst aangifte doen en die patiënt moet berecht worden, dan pas nemen we hem. Dat kwam er bijna nooit van.”

Wat is het verschil tussen een gesloten afdeling in de reguliere geestelijke gezondheidszorg en een gesloten forensische afdeling?

„Binnen de reguliere psychiatrie is men niet zo toegerust op zaken als agressiehantering en woedebeheersing. Voor het indammen van potentieel risicogedrag is bovendien weinig tijd.”

Stel, zegt à Campo: een patiënt is drugsverslaafd, paranoïde psychotisch en heeft hallucinaties. „Daardoor kan die persoon systematisch agressief zijn tegenover anderen en mensen steeds aanvallen. Anders dan in de reguliere psychiatrie hebben wij de mogelijkheid zo iemand te plaatsen in een meer beveiligde setting waarin hij niet aan drugs kan komen. Vervolgens behandelen we de psychose. Daarna staan we stil bij de analyse van het probleemgedrag. Bijvoorbeeld: in welke situaties loop je het risico dat hij er weer op los slaat, dat de politie weer moet komen? Zo pak je systematisch alle problemen aan. Daardoor vormt de patiënt, als hij weer op straat terechtkomt, een veel minder groot risico.”

Dat proberen ze op niet-forensische afdelingen toch ook?

„Ja, maar daar is veel te weinig tijd voor intensieve behandeling. Gemiddeld blijven patiënten er vijftien dagen. Wij nemen op de nieuwe afdeling drie tot zes maanden voor een behandeling. Bovendien wil de minister dat patiënten vaker thuis worden behandeld – de ambulantisering in de geestelijke gezondheidszorg. Mensen die in crisis verkeren worden nog steeds opgevangen, maar door de vermindering van het aantal bedden moeten ze weer snel weg. Voor een grote groep mensen werkt dat prachtig, maar er is een categorie patiënten bij wie je langer moet behandelen voor ze weer de straat op kunnen. Wij bieden een forensisch programma zonder dat de strafrechter eraan te pas komt. Dat is compleet nieuw.”

U zegt eigenlijk: een groep patiënten wordt te snel op straat gezet, en dat wordt steeds erger door de reductie van het aantal opvangplekken?

„Ik zie een enorme drift in de reguliere zorg om het aantal bedden te verminderen en mensen te snel weer thuis te laten wonen. Dat werkt niet bij deze groep; er ontstaat dan te veel spanning. Deze mensen worden letterlijk in de armen van politie en justitie gedreven. Dat is het probleem van verwarde mensen op straat.”

U denkt de ‘verwarde man’ te herkennen voordat hij problemen veroorzaakt op straat?

„Jazeker. Het zijn mensen met ernstige waarnemings-, denk- en stemmingsstoornissen, die dat combineren met gedrag waarmee ze anderen tot last zijn. Regelmatig kampen deze mensen met een onverwerkt trauma en kunnen zij hun agressie niet beheersen. Dat zie je vaak al in de kliniek. Het is vrij goed te voorspellen wie buiten voor problemen kunnen zorgen.”

Hoe groot is die groep?

„Wij zullen in de regio Zuid-Limburg jaarlijks ongeveer twaalf patiënten kunnen behandelen. Geen heel grote groep, maar wel één die zeer aanwezig is. Het is ook een groep die je binnen elke regio ziet, al is het moeilijk te zeggen om hoeveel mensen het precies gaat. In totaal zijn er ongeveer 160.000 volwassenen in Nederland met dit soort stoornissen, maar zij vertonen niet allemaal crimineel gedrag.”

Uw aanpak is veel duurder dan de reguliere gezondheidszorg, terwijl er bezuinigd wordt in de geestelijke gezondheidszorg.

„Ja, dat klopt. We krijgen nu een extra toeslag van zorgverzekeraar VGZ. De transforensische afdeling wordt nog niet structureel vergoed, we moeten ons eerst bewijzen de komende jaren.”

Haalt u de verwarde man van de straat?

„Je kunt niet iedereen helpen en lang niet iedereen zal hier op tijd komen. Maar dat we een bijdrage leveren, is zeker. Ik snijd een moeilijk thema aan, dat besef ik wel, maar je kunt het niet negeren.”