Column

Politiek correct

Kerstmis nadert, maar met de vrede wil het nog niet helemaal lukken. Zelfs niet in Geldermalsen en Pannerden, twee Gelderse oorden waar ik altijd idyllische beelden bij zag. Fruitboomgaarden, wilgenbosjes, grienden, natte graslanden.

De afgelopen dagen kwamen beide plaatsen in opspraak door xenofobe daden. In Geldermalsen werd het gemeentehuis bestormd door azc-haters, in Pannerden ontploften bij een Somalisch gezin vuurwerkbommen tegen het huis, vergezeld van pamfletjes met een foto van Geert Wilders en de tekst: „Blank is beter, eigen volk eerst!!! Allochtonen moeten weg hier!!” plus het zinnetje: „Dit is pas het begin!!!”

Twee dagen na ‘Pannerden’ bezetten nationalistische activisten in Dordrecht een moskee met de tekst ‘Minder, minder’ op hun spandoeken.

Toch moet Halbe Zijlstra ándere Nederlanders hebben bedoeld toen hij zaterdag in een interview in de Volkskrant zei: „Maar we moeten wel waakzaam zijn voor politieke correctheid, die misschien wel sterker is dan ooit.” Jammer dat hij geen voorbeelden met namen aan zijn waarschuwing toevoegde – dan zouden we weten wie en wat hij precies bedoelde en zijn uitspraak beter kunnen beoordelen.

Hij zal in ieder geval niet de mensen van de AIVD hebben bedoeld, die het OM vorig jaar aanzetten tot het ten onrechte binnenvallen bij een gezin in Huizen, dat aansluiting bij IS zou hebben gezocht. De kinderen werden uit huis geplaatst, de ouders gearresteerd, maar bij nader inzien blijken ze niets met de jihad te maken te hebben; wél een ander gezin, maar zij niet.

Burgemeester Fons Hertog van Huizen vindt het niet op zijn weg liggen de ouders publiekelijk te rehabiliteren, liet hij de Volkskrant weten. Misschien is hij bang voor politiek correct te worden uitgemaakt. Hij is van de partij van Halbe Zijlstra, dus dan moet je daar extra voorzichtig mee zijn.

Wie Zijlstra ook niet bedoeld zal hebben, is Jan Roos, de reporter van GeenStijl. Ik hoorde hem met zijn blonde, welgedane, maar toch altijd enigszins verongelijkte hoofd bij Pauw uitleggen wat we met die verrekte vluchtelingen gewoon moeten doen: die bootjes op zee bij de kust terugduwen. Helemaal niet zo moeilijk, vond Jan, „daar heb je de marine voor”.

Misschien mag hij tegen die tijd als verslaggever meevaren met de marine, fier op de voorplecht, de microfoon in de hand. Daar zijn de bootjes, Jan! De opvarenden zijn uitgeput, de kindertjes uitgedroogd, maar terúg zullen ze – hadden ze maar niet moeten gaan varen.

En als ze dan een paar zeemijltjes zijn teruggeduwd en ze beginnen langzaam, maar zeker duidelijk zichtbaar te verzuipen – wat dan? Zal Jan dat met droge ogen kunnen aanzien en op z’n GeenStijls cynisch roepen: „Bij de marine moet je zijn”? Of zal hij toch een klein beetje sentimenteel en politiek correct worden en de helpende hand proberen te bieden?

Lastige vragen, net als die kwestie of we van Geert Wilders mogen vragen dat hij afstand neemt van het geweld in de Gelderse contreien. Hij zelf vindt die vraag kennelijk zó politiek correct dat de laffe sukkels van politiek en pers „de rambam kunnen krijgen”.

Ik beschouw het eerder als een overbodige vraag. Je stelt hem ook niet aan een pyromaan die naast een brandend huis staat en naar de brandweer roept: „Wat fikt het vandaag weer heerlijk.”