Noodopvang in de Droomgaard: ‘Zijn ze er al?’, vraagt een vrouw

Kaatsheuvel is niet tegen vluchtelingen, zegt men er. Het is de onzekerheid over hun komst die bewoners dwarszit.

De burgemeester van Kaatsheuvel geeft uitleg over de komst van asielzoekers in zijn gemeente. Foto Merlin Daleman

In vakantiepark Droomgaard komen „in de week voor de kerstdagen” twaalfhonderd asielzoekers in een tijdelijke noodopvang wonen. Volgens de gemeente blijven ze er tot april, als het seizoen begint en de chalets, stacaravans en vouwwagens weer worden bewoond door vakantiegangers. „Maar het ís de week voor Kerst. Zijn ze er al?” vraagt een mevrouw aan een politieagent. Hij weet het niet zeker. De vluchtelingen komen „waarschijnlijk” de avond voor Kerstavond, zegt burgemeester Wim Luijendijk van gemeente Loon op Zand (waartoe Kaatsheuvel behoort). Het illustreert de frustraties tijdens de inloopavond in het gemeentehuis in Kaatsheuvel: de onzekerheid en de onduidelijkheid. Gemeente Loon op Zand heeft ingestemd met de noodopvang omdat „de nood op dit moment heel hoog is”.

De inloopavond is nadrukkelijk geen inspraakavond, de beslissing is vrijdag al gevallen. Er is geen toespraak voor een zaal met publiek vanavond – misschien is van de rellen in Geldermalsen geleerd dat zo’n opzet het wij-zij-gevoel versterkt.

Vertegenwoordigers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) , de politie, de gemeente en vluchtelingenwerk praten in kleine groepjes met bewoners, een strategie die bij dit soort bijeenkomsten vaker wordt toegepast. Het lijkt daardoor wel wat op een kerstborrel. Geanimeerde gesprekken, een koffiebar versierd met kersttakken. Er zijn zeker honderd mensen. De extra zaal die voor de zekerheid met statafels is ingericht, blijft leeg. Buiten staan groepjes jonge mensen. Er is één spandoek. „Eigen volk eerst.”

Later is het binnen minder gezellig, als burgemeester Wim Luijendijk (PvdA) het vuur na aan de schenen wordt gelegd en vooral een meneer opvalt die steeds luider praat. „Als er iets in Kaatsheuvel gebeurt, is dat jouw schuld. Alleen van jou.” Er wordt geklapt en gejoeld. De burgemeester blijft zeggen dat er wordt ingegrepen als het misgaat. Het lukt hem maar niet om de gemoederen te sussen, zelf weet hij ook niet hoe het straks precies zal gaan. „In principe” blijven deze mensen tot april, zegt hij steeds. „Dit contract loopt tot 1 april.”

‘Polen drinken meer’

De inwoners van Kaatsheuvel geven een extra reden voor hun zorg. In Droomgaard wonen sinds tien jaar ook – voornamelijk Poolse – arbeidsmigranten. Inmiddels zijn het er ongeveer achthonderd. Inwoner Deboya van de Ven zet de politiewoordvoerder Willem van Hooijdonk op zijn plek: „U kunt wel zeggen dat u het aankunt, maar we hebben last van die Polen. Daar lukt het jullie ook niet.”

Willem van Hooijdonk: „Onder Poolse mensen wordt veel gedronken. Deze mensen drinken misschien minder. Je kunt vluchtelingen en Poolse arbeidsmigranten niet met elkaar vergelijken.” Van de Ven vertelt dat haar buren twee Poolse inbrekers hebben betrapt. Ze benadrukt dat ze niet tégen vluchtelingen is, maar dat ze niet denkt dat de situatie goed wordt overzien. Veel mensen zijn welwillend maar vooral vol van het besef dat niemand de toekomst kan voorspellen.

Via de gemeente is het COA, dat locaties voor opvang zoekt, uitgekomen op Droomgaard als mogelijke optie, eigendom van de Oostappen Groep die in Nederland acht vakantieparken heeft. In twee daarvan, in Terneuzen en Valkenburg, wonen Polen samen met vluchtelingen. Directielid Jos Mennen zegt dat het daar goed gaat. Hoeveel ze eraan verdienen wil hij niet zeggen, het COA ook niet.

Pal tegen Droomgaard aan ligt een ander vakantiepark, Duinlust. De eigenaar van dat vakantiepark, Steef Blok, heeft misschien wel de meeste reden tot zorgen. Hij is niet naar de inloopavond gekomen, omdat hij niet geassocieerd wilde worden met de relschoppers voor wie werd gevreesd. De Duinlaan, een gemeentelijke weg waarover mensen Droomgaard kunnen bereiken, splijt vakantiepark Duinlust in twee delen. „Daar is een paar jaar geleden een taxichauffeur vermoord door Polen.”

Wie gaat er nog een bungalow kopen?

Blok deed naar eigen zeggen 277 keer aangifte van inbraken, die volgens hem voor het grootste deel door de arbeidsmigranten werden gepleegd. Televisies en andere spullen werden uit zijn chalets gepikt. Vorige week is zijn vrouw bedreigd met een mes. Blok vertelt dat in zijn hoofd ratio en emotie met elkaar vechten. Hij weet dat vluchtelingen geen Poolse arbeidsmigranten zijn. En hij weet dat niet alle Polen slecht zijn. Maar hij weet niet wie die twaalfhonderd mensen die straks zijn buren worden, dan wel zijn. „Rationeel heb ik niets tegen vluchtelingen. Maar de emotie die ik voel is: en de terreurdreiging dan? En het geweld in azc’s?”

Blok heeft ook een andere vrees, die steeds reëler wordt: dat hij zijn familiebedrijf verliest. Sinds hem vrijdagochtend – geheel onverwacht – door de gemeente werd gemeld dat hij nieuwe buren zou krijgen, hebben zeventig seizoenskampeerders afgezegd. In totaal heeft hij plek voor driehonderd seizoenskampeerders.

Dit jaar worden bovendien nieuwe bungalows opgeleverd, daar heeft de familie dertig miljoen in geïnvesteerd. „Maar wie wil hier nu nog een bungalow kopen van twee tot vier ton”, vraagt zoon Robert Blok zich af. Hij voert de dagelijkse leiding. Steef Blok: „Ik ben ongelooflijk verdrietig. Moet u zich voorstellen dat we een prachtig bedrijf hebben waarin we heel veel hebben geïnvesteerd. En dat ik nu met mijn schoonzoon en zoon ’s nachts patrouilleer.”

Buiten praten mensen na in de wind en de motregen. Er breken geen rellen uit. Er wordt één aanhouding verricht, omdat iemand niet wegging toen hem dat werd gevraagd. De onvrede en de onzekerheid zijn niet afgenomen. „Ik vind het jammer dat mensen het niet begrijpen”, zegt de burgemeester.