Column

Laten we links idee nu rechts uitvoeren

Wie de robot heeft, heeft de toekomst. Het geloof in een vrolijke nieuwe wereld waarin robots onze collega’s zijn en niet onze onverslaanbare concurrenten wint steeds meer volgers. Je kunt ook redeneren: de robotvreugde moet ons verlossen van de malaisestemming en het somberen dat zijn stempel drukt op elke economische crisis. De robots komen, maar ze komen nooit allemaal tegelijk, dus de samenleving heeft genoeg kansen om zich op de volgende industriële revolutie in te stellen.

Hopen we.

In de vrolijke-wereld-met-robots-overtuiging zijn de nieuwe machines niet primair een nieuwe verschijningsvorm van arbeid, maar een vorm van kapitaal. Zij kosten geen arbeid, maar zij leveren als vermogen juist kapitaalinkomen op. Robots zijn productiever en dat is goed voor de bedrijfswinst. En in die visie moet de vraag dus gaan over: wie trekt (het meeste van) die opbrengst naar zich toe? De onderneming die eigenaar is van de machine? De baas van die onderneming, die de extra winst omzet in een hogere eigen beloning? Of de aandeelhouder van die onderneming? Of de werknemers? Of alleen die werknemer wiens baan door de indiensttreding van de robot van karakter verandert (of toch gewoon verdwijnt)?

In de recente verkenning De robot de baas van de denktank WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, stellen Robert Went, Monique Kremer en André Knottnerus die verdeling van de baten van de machinerevolutie aan de orde. Ze noemen onder meer het Alaska Permanent Fund, het fonds dat de olieverkopen van de gelijkname Amerikaanse staat belegt. Een van de verrassende aspecten van dit staatsinvesteringsfonds (opgericht: 1976) is een jaarlijkse uitkering aan zijn burgers. Nog leuker is dat Alaska een door en door Republikeinse, beetje vrijgevochten economisch conservatieve staat is. De beroemdste politicus is Sarah Palin, kandidaat voor het vicepresidentschap bij de verkiezing van 2008. De huidige twee senatoren en het ene lid van het Congres namens Alaska zitten in de Republikeinse partij.

Als rechtse Amerikanen aan ‘burgersocialisme’ doen, dan moeten werkgevers toch ook aan werknemerskapitalisme durven denken? Robots op de arbeidsmarkt zijn zomaar de katalysator van een beloningsomwenteling.

Drie opties zijn het overwegen waard. De eerste is het voorbeeld volgen van de entrepreneurs in Silicon Valley: werknemers belonen met aandelen(opties).

De tweede: serieuze winstdeling, gebaseerd op bijvoorbeeld de bonus van de topmanagers of het dividend voor aandeelhouders.

De derde is: vermogensaanwasdeling. Dat is een ouderwets links idee, dat best rechts ingevoerd kan worden. Bedrijven storten een percentage van de winst of een specifiek ‘robotdividend’ in een apart fonds dat per onderneming, bedrijfstak of nationaal georganiseerd kan worden. Dat fonds kan zelf geld als dividend uitkeren, à la dat Alaska Permanent Fund.

De rode draad in deze omwenteling is: het is ook werkgeversbelang als de werknemer royaler deelt in winst en kapitaalinkomen van de onderneming. Dat schept gedeelde belangen. Tussen managers, werknemers, aandeelhouders én robots.

Gezien de krasse hoge huidige winstgevendheid van bedrijven hoeven ze niet te wachten tot de robotrevolutie.