Gure stemmen over krassende strijkers

Gesualdo, de Napolitaanse prins die zijn vrouw en haar minnaar vermoordde en bloedstollende muziek naliet, is vier eeuwen na zijn dood nog altijd een bron van inspiratie. Dit album brengt strijkersarrangementen van twee van zijn madrigalen samen met hedendaagse spin-offs uit Estland en Australië. Eén daarvan is geweldig. Brett Dean begint Carlo (1997) vanuit Gesualdo’s beroemde Moro, lasso, maar geeft de bitterzoete koormelodieën een gure schaduw door de stemmen te dubbelen met krassende strijkers. Die lijken op te bloeien uit de zangkelen en nemen geleidelijk de overhand, tot de stemmen alleen nog unheimisch fluisteren. De uitvoering door het Ests Filharmonisch Kamerkoor en Tallinn Kamerorkest is een voltreffer. Erkki-Sven Tüür, die ooit in een progrockband zat en stoeide met computergestuurde atonale muziek, deed een minder enerverende poging; in Psalmody heeft hij een nogal saaie minimal-variant ontwikkeld.