En zo maakte de minister de kloof nog groter

Met rammelend onderzoek ‘bevestigde’ Asscher het vooroordeel dat moslims IS oké vinden. Schandalig, vindt Lamyae Aharouay.

Balen doe je als je te laat bent voor de trein, of als je lasagne aanbrandt. Balen doe je als je natregent op de fiets. Maar als je de reden bent geweest dat een voorbarig, slecht onderbouwd onderzoek met grote gevolgen voor een etnische minderheid werd gepubliceerd, als je die publicatie zelfs op gang bracht terwijl je werd gewaarschuwd het eerst beter te onderzoeken, nee, dan moet je niet balen. Dan is schaamte meer gepast.

Toch zei minister Asscher (Sociale Zaken) vorige week dat hij baalde dat hij een rol had gespeeld in het Motivaction-onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het toenmalige bureau voor multiculturele vraagstukken FORUM. Het deed eerder dit jaar nogal wat stof opwaaien. Het overgrote deel van de Turks-Nederlandse jongeren zou religieus geweld steunen en sympathie hebben voor Syriegangers. Kan niet kloppen, riepen Turkse jongeren. Ook onderzoekers geloofden er niks van. Zelfs Motivaction had vervolgonderzoek geadviseerd voordat de resultaten wereldkundig gemaakt zouden worden. Het was immers alleen een verkennend onderzoek. Maar Asscher wilde niet wachten en bracht de resultaten naar buiten, met zijn reactie eraan vastgeniet. Hij noemde de cijfers verontrustend, maakte zich zorgen, de hele mikmak. Voor bij wie nog geen belletje rinkelt: dit was deels de reden waarom PvdA-Kamerleden Kuzu en Öztürk uit de partij stapten. Asschers werkwijze roept nogal wat vragen op. Argos Medialogica weidde er een volledige uitzending aan. Daarin laat Asschers departement weten dat de minister zijn reactie met het rapport meestuurde omdat hij een hype wilde voorkomen.

De minister bracht dus een onderzoek naar buiten – tegen het advies van de onderzoekers zelf – en zei vervolgens dat hij een hype wilde voorkomen. De minister was zélf aanjager van die hype. Dat is nog niet alles. Fast forward naar juni van dit jaar. Dan noemt Asscher datzelfde onderzoek zelfs onzorgvuldig.

Het vertrouwen in de politiek is er bij de onderzoekers niet bepaald sterker op geworden, zegt Motivaction-directeur Pieter Paul Verheggen daar nu over. Ja, zijn bureau heeft eronder geleden. „Als je naam steeds weer in verband wordt gebracht met slecht onderzoek, zelfs door een minister, dan doet dat weinig goeds voor je naam.” Toen Verheggen de resultaten onder ogen kreeg wist hij: dit is hot stuff. Verheggen blijft erbij dat hij vooraf meermaals waarschuwde dat vervolgonderzoek nodig was. „Daar zijn zelfs mails van, tussen de opdrachtgevers en ons.” Excuses van Asscher heeft hij nooit gehad. Toch is hij niet zuur. „No hard feelings.”

Vorige week ontkrachtte het Sociaal en Cultureel Planbureau definitief de mythe dat het hart van de meeste Turkse Nederlanders sneller klopt door IS. Tachtig procent zou geen begrip hebben voor IS en religieus geweld. Dat onderzoek komt een jaar te laat. Asscher had al meteen moeten en kunnen ingrijpen door dat eerste onderzoek niet te publiceren. „Dat had ellende kunnen voorkomen”, zegt Samet Agca, voorzitter van de National Assembly of Turkish-Dutch Students. De schade is al geleden, zo denkt hij. „Vooroordelen die al bestonden, werden door dat onderzoek van Motivaction voor sommige mensen bevestigd.” Wat de gevolgen zijn geweest is lastig concreet te maken. Kwamen ze lastiger aan een stage, of aan werk? Agca spreekt van incidenten.

Volgens hem is er het afgelopen jaar wel onderling veel gediscussieerd over de vraag of Asscher excuses moet maken voor de gang van zaken. Agca zelf ziet er de noodzaak niet zozeer van in. „Dat moet hij zelf willen, het moet van hem komen.” Hij richt zich op het opruimen van de troep die Asscher achterliet. „Ik voorkom liever dat dit nog een keer gebeurt. En daarvoor is het nodig om samen te werken met het ministerie.”

Dat het beeld na het SCP-onderzoek meer genuanceerd is, betekent niet dat er geen reden tot zorg is. Een op de zeven Turks-Nederlandse jongeren – en een op de negen Marokkaans-Nederlandse jongeren – heeft een beperkte mate van begrip voor het plegen van religieus geweld. Ongeveer de helft van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders voelt zich geen volwaardige Nederlandse burger. Het gevoel buitengesloten te worden is groot. Alsnog reden genoeg dus, voor een minister van Sociale Zaken, om eens echt ergens over te gaan balen.