Column

De GVA

Zaterdag wandelde ik door Antwerpen, een stad die haar naam schijnt te danken aan het afhakken van lichaamsdelen (hand-werpen). Toch voelde ik me oké. Het was alleen zo druk dat de stad uit gezichten leek te bestaan in plaats van baksteen en patatten.

Bij enorme drukte ga ik altijd aanhangen. Ik zoek dan in de menigte een grote man uit die 1. een wandeltempo heeft dat me bevalt en 2. ongeveer in de richting gaat waar ik heen moet. Iedereen maakt ruimte voor een kleerkast. Het is bovendien interessant hoe tegenliggers reageren op zo’n berg van een mens. Toen ik in Amsterdam eens achter een hoogblonde bodybuilder aanliep, ging iedereen vol ontzag aan de kant. Als we een medebreedgeschouderde tegenkwamen, knipoogden zij, zo van hey gast, als ik niet zwaar in de kast zat, zou ik dingen met je doen die ik heel verwerpelijk vind.

Mijn keuze viel zaterdag op een enorme Arabier in Adidas-trainingspak en een tasje van de ICI Paris. Handen als dienbladen. Hij liep tegen de massa in. De massa had geen keuze: opzij gaan of onder de voet (maat 74) worden gelopen. De reacties op deze man waren enigszins voorspelbaar. In België is er nog steeds terreurniveau nummer drie, wat inhoudt dat er overal paramilitairen rondlopen en men doodsbang is voor donkere mensen. Een groep Fransen stoof aan de kant toen mijn Arabier de hoek om sloeg. Maar – en dat had ik niet aan zien komen – hij had hetzelfde effect op moslims. Mannen in djellaba, oudere dames met hoofddoek, jongens met beginnend vlasbaardje en zo’n gebreid dophoedje: zij keken nog veel angstiger naar hem dan de Fransen en paramilitairen deden.

Mijn schild sloeg af bij de Groenplaats. Ik moest de andere kant op en bereikte al slalommend op eigen kracht de Grote Markt. Daar staat de Brabofontein. Lang geleden werd Antwerpen niet door IS bedreigd maar door een reus die van de schippers tol eiste. Betaalde men niet, dan hakte hij hun hand eraf. De Romeinse vechtsportexpert Silvius Brabo vond dat stom, sloeg de reus knock-out, hakte diens hand af en smeet hem in de Schelde. De fontein toont Brabo die op het punt staat de reuzenhand weg te slingeren.

Misschien kwam het door het aanhaken en de reacties van Fransen, soldaten en moslims op mijn Grote Vriendelijke Arabier, maar ik moest denken aan die schildering in de Sixtijnse kapel, waarop God en Adam elkaar aanraken met hun wijsvingers, zoals in E.T. Opeens leek het even alsof Brabo niet een stuk reus wegsmeet, maar de hand van God. Steeds meer mensen, donker en licht, verzamelden zich op het plein. De meesten leken in kerststemming, lachten.