Als je deze week op kantoor bent, ben je een winnaar

Foto: NRC

Ik weet niet hoe het met jullie is, maar voor mij komt de dreun elk jaar toch weer onverwacht: de duisternis, de regen, de Elfstedentocht die niet doorgaat – de onverbiddelijkheid van de winter. Fiets je de ene dag nog fluitend in je bikini naar kantoor, ineens moet je een jas aan en wordt het nooit meer licht.

Ik zie mijn collega’s worstelen met het kille duister. Witte gezichten, natte regenpakken. De kantoorjungle ligt er stilletjes bij – de lethargie als een deken over de printers. Een groepje pinguïns kan een ommetje maken bij de koffieautomaat zonder dat iemand het merkt, ergens wordt hardop verlangd naar een dekbed – je hebt geen weerstand. Het enige wat het leven nog waard maakt geleefd te worden is klagen op de NS die gelukkig elke dag verzaakt.

Ik ken mensen die in de winter het werk een paar maanden stil willen leggen voor een gezamenlijke winterslaap. Ik begrijp hen. En toch ga ik een lans breken voor de storm, de vrieskou, de natte ellende en de ontbering. Want juist de winter toont wie de doorzetters zijn op kantoor.

Neem deze week, de week voor Kerst. De dagen dat er niemand maar dan ook echt NIEMAND op kantoor is. Want te koud, want te nat, want ‘lekker alvast vrij voor Kerst’, want ‘wat moet je op kantoor als er toch niemand is’, want lamlendig, want ik zit even met mijn neus in het decolleté van die dirndl op de après-ski. Of nog erger: verplicht vrij. Er is ook vast niemand die deze column leest.

Behalve wij dus.

Jongens. Nu we toch even onder elkaar zijn: wat een losers, die thuisblijvers. Hoorde je óns klagen toen we ons vanochtend uit de warme, zure lappen wurmden terwijl de strooiwagen langsreed? Toen we met blote voeten op de ijsvloer gingen staan? Toen de sneeuwstormen ons in het gezicht joegen?

Nee. Juist nú gingen we naar kantoor. Om onze plicht te doen, om de zaak te redden, om ons mannetje te staan, om de schouders er samen onder te zetten en het paard achter de wagen te spannen.

241214x_japke_kerst_02

Als je deze week op kantoor bent, heb je het begrepen. Je bent een winnaar. Als je nú niet in een depressie schiet, gaat het nooit meer gebeuren. Je bent een rasoptimist. Je trakteert op champagne en cognac. De NS, het Midden-Oosten, het nakende kerstdiner met je schoonmoeder: niets krijgt je klein. Deze week is de mooiste week van het hele jaar om te werken op kantoor.

De lege treinen, de lege kantine, ga lekker zitten achter het bureau van je baas. Hoezo is er niks te doen op kantoor? Er is altijd wat te doen op kantoor. Als ik leidinggevende was, zou ik juist vandaag een kijkje komen nemen. Vergeet de mensen met de geinige manchetknopen en de flitsende PowerPoints die voor de Kerst zo liepen te shinen. Met de mensen die er vandaag zitten, kan je de wereld aan.

Ik zou zeggen: sterker nog. We vergeten die hele Kerst thuis en we werken met deze kanjers gewoon lekker door – we rollen de slaapzakken uit op kantoor. We hoeven geen boodschappen meer te doen, geen kerstdiner meer te maken, we hoeven het gourmetstel op zolder niet meer te zoeken. Toedeledokie familieruzies en bergen afwas. We vieren Kerst met de collega’s en we helpen elkaar het nieuwe jaar in.

Met mensen die zich aan het duister weten te ontworstelen ben je altijd op weg naar het licht.

(Deze column verscheen eerder in nrc.next)