In Oost-Turkije is het oorlog

Tienduizenden militairen zijn in het oosten van Turkije ingezet bij een grootschalig offensief. Om de steden „schoon te vegen van terroristen”, zo zegt de premier. Ondertussen loopt het aantal doden op.
Een demonstrant gooit een zelfgemaakt explosief naar de politie tijdens protesten in Istanbul, zondag. Foto Cagdas Erdogan/AFP

Er zijn twee versies van het verhaal van Güler Yanalak (32), een vrouw uit Cizre, een Turkse stad waar hoofdzakelijk Koerden wonen. Yanalak is zeven maanden zwanger. Op zondag werd ze door een kogel in haar buik geraakt tijdens gevechten tussen het Turkse leger en de Koerdische guerrillabeweging PKK. 

In Istanbul kwam het zondag eveneens tot een clash tussen de politie en demonstranten. Foto Sedat Suna/EPA

Volgens de ene versie, onder meer van de Turks-Koerdische nieuwszender IMC, werd ze geraakt door een kogel van speciale eenheden van het Turkse leger. Yanalak wachtte vier uur op een ambulance die niet kwam. Uiteindelijk slaagden familieleden erin haar naar het ziekenhuis te brengen. Yanalak is er slecht aan toe. Sommige kranten voegen eraan toe dat de baby het niet heeft overleefd.

De andere versie van het verhaal komt van het staatspersbureau Anadolu. Daarin werd Yanalak door een kogel uit een PKK-wapen geraakt en is ze door militairen naar het ziekenhuis in Cizre gebracht. Daar is de baby met een keizersnede ter wereld gekomen. Moeder en kind maken het goed.

Hoe het echt met Yanalak is, is zonder haar zelf te spreken, vrijwel niet te verifiëren. Cizre is vorige week zondag door het leger afgegrendeld. Voor burgers geldt sindsdien een uitgaansverbod. Communicatie met mensen in de stad is moeilijk doordat er voortdurend gevochten wordt. Grote delen van de dag is er geen elektriciteit, telefoon en internet. Onafhankelijke nieuwsbronnen zijn er vrijwel niet.

Yanalak is een van de vele slachtoffers  in de strijd tussen het Turkse leger en   de  PKK, die vecht voor zelfbeschikking voor de grote Koerdisch minderheid in Turkije. Vorige week begon het Turkse leger aan een groot offensief met tienduizend militairen. Op de Turkse journaals zijn beelden te zien van tanks in binnensteden en rookpluimen uit woonwijken. 

Met het offensief willen we de steden „schoonvegen van terroristen”, zegt premier Ahmet Davutoglu. „Desnoods gaan we van deur tot deur.” De PKK geldt in Turkije als een gevaarlijke terreurbeweging. Ook in Europa en de VS staat de   groep   op de lijst van terroristische organisaties. Tegelijk is er echter sympathie voor de Koerdische zaak. En omdat de PKK tegen de terreurgroep Islamitische Staat (IS) vecht wordt in Irak en Syrië zelfs indirect met de PKK samengewerkt door Westerse legers. 

Deze zomer kwam een einde aan een ruim twee jaar durende wapenstilstand tussen de PKK en het Turkse leger en aan de onderhandelingen tussen de regering en vertegenwoordigers van de Koerden. Sindsdien wordt weer gevochten. 

Separatisten

Het Turkse leger geeft op zijn website updates van de aantallen doden en gewonden tijdens het offensief dat een week geleden  begon. Inmiddels zijn 110  ‘separatisten’ gedood, een term die aangeeft hoe veel Turken de PKK  zien, namelijk als een organisatie die de eenheid van het land bedreigt. Er zou een militair zijn omgekomen en een gewond geraakt. Over burgerslachtoffers heeft het leger het niet. Volgens mensenrechtenorganisatie IHD zijn sinds de zomer ten minste 130 burgers omgekomen.

In hetzelfde ziekenhuis als waar Yanalak is  opgenomen, is vrijdag Irfan Uysal binnengebracht. Hij werkt voor het waterbedrijf van de gemeente Cizre. Terwijl hij een reparatie uitvoerde werd er geschoten vanuit een legervoertuig. Hij zocht dekking, maar werd door een kogel geraakt in zijn linkerarm. „Misschien een sluipschutter. We weten het niet zeker. De onderste helft van zijn arm is geamputeerd”,   vertelt zijn zus Newroz Uysal (24) telefonisch. 

Newroz Uysal, jurist, woont in Diyarbakir. Het is haar ternauwernood gelukt naar haar broer te komen, die inmiddels naar een ziekenhuis in Sirnak is gebracht. In alle steden in dit verhaal geldt een uitgaansverbod. De straat op gaan is levensgevaarlijk.  

Tienduizenden, mogelijk honderdduizenden mensen zijn  de wijken ontvlucht waar het zwaarst wordt gevochten. Vlak voordat  het leger in de aanval gaat, krijgen burgers kort de tijd de wijk te verlaten. Daarna wordt de wijk voor  onbepaalde tijd   afgegrendeld. Mensen die dan  nog hun huizen uitkomen,  lopen het risico beschoten te worden omdat ze voor terrorist worden aangezien. 

Voorafgaand aan het huidige legeroffensief kregen drieduizend leraren in de steden Cizre en Silopi een sms-bericht van ministerie van Onderwijs met een verkapte opdracht te gaan. Daar gaven ze massaal gehoor aan. In ziekenhuizen is gebrek aan medisch personeel omdat ook artsen en verplegers voor hun eigen veiligheid hebben gekozen. 

Een deel van de burgerslachtoffers is gevallen doordat wijken waar gevochten wordt te gevaarlijk zijn voor ambulances. Uysal: 

,,We krijgen van het ambulancepersoneel instructies om zieken en gewonden naar bepaalde plekken te brengen waar zij ze dan oppikken. Maar het is levensgevaarlijk daar te komen.” 

Dilemma

Het geweld stelt burgers voor enorme dilemma’s. De opstandelingen zijn meestal geradicaliseerde Koerdische jongeren die zich hebben verenigd onder de naam YDG-H. Ze zijn bewapend en hebben delen van steden geclaimd als autonoom gebied. Ze vinden dat de Turkse staat en het leger door decennialange onderdrukking van Koerden hier geen legitimiteit meer hebben. 

In steden als Diyarbakir geldt al een week een avondklok. Foto Sertac Kayar/Reuters

Hoewel veel Koerdische burgers  gewapend  verzet in woonwijken afkeuren, steunen ze het streven naar autonomie voor de Koerden. De vechtende jonge mannen zijn bovendien vaak familie. Vertrekken uit de wijken geeft het leger vrij spel om hen te doden, weten ze. Vanuit de PKK is er druk op mensen   om de opstandelingen niet in de steek te laten en als een soort menselijk schild te dienen. 

Newroz Uysal is furieus op de Turkse staat, omdat die burgers onvoldoende spaart. „Mijn broer is een ambtenaar die aan het werk was. Hij was geen loopgraaf aan het graven. Toch werd er geschoten. Dat maakt ons zo furieus. Hoe kan een staat zo gewelddadig zijn tegen mensen die het zijn eigen burgers noemt?”