Zo’n WK-finale moet je leren spelen

Uiteindelijk moest Nederland in de finale zijn meerdere erkennen in Noorwegen (31-23). Maar dit team lijkt wel toekomst te hebben.

Foto JONATHAN NACKSTRAND / AFP

Zijn het de zenuwen, is ’t het krachtsverschil met de tegenstander in de finale of gewoon een Hollandse ziekte? Nederlanders blinken niet uit in het spelen van finales op wereldkampioenschappen. Na de voetballers, hockeyers en waterpolosters ervoeren zondag in Denemarken de handbalsters dat je niet ‘zomaar’ wereldkampioen wordt. Het WK kreeg een pijnlijke afsluiting van een euforisch toernooi voor Nederland, dat zondag in de finale met 31-23 werd weggeblazen door Noorwegen.

Een oude sportwijsheid zegt dat je finales moet leren spelen. Als speelster moet je met de extra stress omgaan, de onbevangenheid van de voorgaande wedstrijden herhalen en je niveau van de wedstrijden in aanloop naar de finale vasthouden. Ga er maar aan staan als debutant. Dat was voor de Nederlandse speelsters te veel gevraagd. Ze stonden stijf van de stress, verklaarde Danick Snelder onmiddellijk na afloop.

Dat was aan het spel te merken, want Nederland zat voor rust geen moment in de wedstrijd. De ballen die er in de voorgaande wedstrijden ogenschijnlijk makkelijk invlogen, gingen over en naast of werden gestopt door de weergaloze keepster Kari Grimsbø. De overtuiging waarmee Nederland de finale had bereikt was verdwenen. Noorwegen, zesvoudig Europees, tweevoudig olympisch en tweevoudig wereldkampioen, haalde wel zijn gebruikelijke niveau en degradeerde Nederland tot een figurant.

Hoewel bondscoach Henk Groener vooraf niets van extra spanning had gemerkt, werd hij mismoedig van de vele fouten vroeg in de wedstrijd. „En dan is Noorwegen net de verkeerde tegenstander”, verbeet Groener na afloop de pijn. „Die ploeg kent geen zwakheden en straft fouten genadeloos af. Ik vond ook dat onze onbevangenheid was verdwenen.”

Bij rust, met een achterstand van 20-9, was de wedstrijd gespeeld. Nederland besefte dat de wereldtitel buiten bereik was, maar Groener en zijn meiden wensten een demasqué te voorkomen. In de tweede helft pakten ze het anders aan en speelde Nederland zoals het dit WK gewoon was te doen: scherp in de dekking en zuiver in de afronding. De finale kon er niet mee gewonnen worden, maar het gezicht is gered.

Ondanks de pijnlijke nederlaag heeft Nederland de afgelopen weken veel gewonnen. De speelsters beseffen dat ze de stap naar de wereldtop hebben gemaakt. Een schakeling die het zelfvertrouwen goed doet en zijn weerslag moet krijgen in de toekomst. Als het WK-niveau de nieuwen standaard is, gaat Nederland in de toekomst vaker om de prijzen spelen. De zelfverzekerdheid is gegroeid. De speelsters weten dat ze tegen elke tegenstander zijn opgewassen. En ze weten sinds zondag wat er voor nodig is om een finale te winnen.

Het WK heeft Nederland ook een olympisch perspectief gebracht. De tweede plaats brengt de ploeg naar een olympisch kwalificatietoernooi, in maart, met Frankrijk, Japan en Tunesië als tegenstanders. De speelplaats wordt later bepaald. Maar zeker is dat van die groep twee landen zich voor de Spelen plaatsen. De weg naar Rio ligt open voor Nederland, dat normaal gesproken geen moeite moet hebben met Japan en Tunesië.

Plaatsing voor de Spelen zal de jonge spelersgroep nieuwe inspiratie geven, maar vooral het podium bieden waarop ze internationale hardheid kunnen opdoen. In Rio zal Nederland weer kunnen groeien. Misschien wel dusdanig, dat ze om een medaille kunnen strijden. De speelsters waren er gisteren van overtuigd, want je hoorde ze al zeggen: ‘Dan moet het in Rio maar gebeuren.’

Die Noorse keeper was heel goed

Aan de Spelen wil Groener vooralsnog niet denken. Alles op zijn tijd, vindt de coach die van nature al een evenwichtig mens is. „Eerst hebben we nog een kwalificatiewedstrijd tegen Spanje voor het EK van volgend jaar, dan het olympisch kwalificatietoernooi en dan pas de Olympische Spelen. Ik zal eerst het WK eens rustig analyseren om te weten waar we nog kunnen verbeteren.”

De Nederlandse vorderingen dwingen intussen ook internationaal respect af. Thorir Hergeirsson, de bondscoach van Noorwegen, sprak lovend over Nederland, dathij met deze selectie een constant verblijf in de wereldtop voorspelt. „We hebben op jullie gewacht”, zei hij vleiend. „Nederland is een nieuw topteam en dat is goed voor onze sport.”

Met zijn analyse was Hergeirsson snel klaar: de basis voor de wereldtitel werd volgens hem in de eerste helft gelegd door zijn keepster Grimsbø, die met een percentage van 61 procent aan gestopte ballen in de finale een onwaarschijnlijk niveau haalde. Dat was een Wester-achtige prestatie, stelde Groener met verwijzing naar zijn keepster vast. Maar Tess Wester excelleerde vooral op weg naar de finale. In de kolkende Jyske Boxen in Herning had Wester zondagmiddag nauwelijks vat op de Noorse schoten.

Daarmee werd nog een ander verschil met Nederland onderstreept. De Noren schoten met zo veel meer precisie en met zoveel meer overtuiging dat een ruime voorsprong bij rust logisch was. In tegenstelling tot Nederland schoten ze ook raak uit alle standen. Nederland vond het doel vooral door het midden, nauwelijks vanuit de hoeken, waar de Noren de ene na de ander bal in het doel joegen.

Evaluerend heeft Nederland een prachtprestatie geleverd. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het toernooiverloop de ploeg gunstig gezind was. Het zat mee in de groepswedstrijden en in de knock-outfase zat Nederland voortdurend aan de goede kant van het speelschema. Denemarken en Rusland werden ontlopen en de dubbele confrontatie met Polen was een meevaller. Maar het gevoel dat overheerst is dat Nederland de toekomst heeft.