Verbod op salafisme is ongewenst, kan zelfs averechts werken

Dat de opkomst van het orthodoxe salafisme een probleem vormt kan inmiddels veilig worden vastgesteld. Het portret van de Al Fitrah moskee in Utrecht zaterdag in NRC laat een onverdraagzame, gesloten religieuze opvatting zien, die een actieve afkeer predikt van iedereen die er niet bij hoort. Kinderen die in deze sfeer worden opgevoed krijgen een zeer negatief beeld ingeprent van de pluriforme Nederlandse samenleving dat, zacht gezegd, hun leven niet zal vergemakkelijken.

Als het bleef bij een debat onder gelovigen over de zuivere leer, dan is daar in een democratische rechtsstaat mee te leven. Vrijheid van religie, van meningsuiting, van vereniging, begrensd door een verbod op geweld of haat, zijn altijd toereikend geweest.

Het salafisme is echter ook een voedingsbodem voor de gewapende jihad. En dan slaan angst en bezorgdheid toe. In de Tweede Kamer werden vorige week moties aangenomen, en door het kabinet omarmd, waarin werd opgeroepen om uit te zoeken of salafistische organisaties kunnen worden verboden. Minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) vond het beeld dat zaterdag in de reportage over de Al Fitrah moskee werd geschetst „volstrekt ongewenst” en een aansporing om „actie te ondernemen”. Wat dat zal inhouden moet nog worden afgewacht, maar dat het kabinet het pleidooi om het salafisme te verbieden serieus neemt, staat wel vast.

Het gangbare criterium daarvoor, ‘ontwrichting van de samenleving’, is in 2014 door de Hoge Raad verruimd toen de pedofielenvereniging Martijn werd verboden. Een verbod moet „noodzakelijk zijn in het belang van de bescherming van de gezondheid of de openbare orde of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen”. Martijn was zélf niet strafbaar – maar haar kennelijke bedoelingen zouden wel ontwrichtend kunnen werken. Namelijk als seks met kinderen grootschalig zou worden overgenomen door de samenleving.

Sinds het Martijn-arrest is een preventief verbod van organisaties die in de toekomst ontwrichtend kunnen worden, dan ook mogelijk. De staat kan dus proberen een islamitische organisatie te verbieden omdat die de samenleving dreigt te ontwrichten. Het is alleen niet te hopen dat dat zal gebeuren. In een vrije samenleving heeft het bovengronds houden van groepen met ongewenste opvattingen of activiteiten nut. Het stimuleert tot tegenspraak en houdt de samenleving weerbaar. Schadelijke gedachten kunnen niet weggetoverd worden. Een verbod kan averechts, zelfs stimulerend werken. Binnen de bestaande grenzen moeten opvattingen die de goegemeente verafschuwt, gehoord kunnen worden.