Veel burgerdoden in Idlib door ‘Russische’ bommen

Zeker 43 mensen zijn zondag om het leven gekomen bij luchtaanvallen op de Syrische stad Idlib, onder wie vermoedelijk veel burgers. Inwoners van de stad gaven Rusland de schuld van het bloedbad. De bommen vielen onder meer op een markt in het centrum van de stad. Daarbij vielen ook 150 gewonden, van wie sommigen in levensgevaar zijn.

Een ooggetuige verklaarde zondag dat er nog veel lichamen onder het puin liggen. Idlib staat onder controle van rebellen die vechten tegen het regime van de Syrische president Bashar al-Assad. In maart werd Idlib veroverd door Jaish al-Fateh, een coalitie van islamitische rebellen, waaronder Jabhat al-Nusra, het Syrische filiaal van de terreurgroep Al-Qaeda.

Rusland, bondgenoot van Assad, begon eind september een grote militaire actie in Syrië. De Russische vliegtuigen zouden te onderscheiden zijn doordat ze hoger vliegen dan Syrische helikopters die regelmatig bombardementen met vatbommen uitvoeren, vaten gevuld met explosieven en schroot.

Volgens mensenrechtenorganisaties vallen bij de Russische luchtaanvallen geregeld veel burgerslachtoffers, ook ver van de frontlinies. Sinds er onder bemiddeling van de VN een wapenstilstand is gesloten in Idlib, is de stad grotendeels gevrijwaard gebleven van luchtaanvallen.

Het Syrische leger verklaarde zondag, met steun van de Russen, de strategisch gelegen plaats Khan Touman, ten zuidwesten van Aleppo, te hebben heroverd. (Reuters)