Uitslag markeert nieuw tijdperk, Rajoy verliest meerderheid

De regerende conservatieve PP verliest haar absolute meerderheid. Spanje krijgt een veelkleurig politiek landschap. 

Feest bij Podemos-aanhangers nadat de eerste exit polls bekend werden.Foto David Ramos/Getty

Mariano Rajoy (60) mag als leider van de grootste partij van Spanje de verkiezingswinst claimen, maar zijn Partido Popular leed gisteren tegelijkertijd een gevoelige nederlaag. De conservatieven zijn in Spanje de absolute meerderheid kwijt. Aan de aloude situatie waarbij twee partij afwisselend de regeringsmacht hadden, is na bijna vier decennia een einde gekomen. Daar komt een pluriform landschap met vier grote partijen voor in de plaats, wat de vorming van een nieuwe regering gecompliceerd maakt. Partijleiders onthielden zich in afwachting van de definitieve uitslag nog van een reactie.

Als de rechtlijnige Rajoy premier wil blijven dan zal hij de komende weken niet ontkomen aan tal van compromissen. De Partido Popular zal voor het leiden van een nieuw stabiel kabinet pacten moeten sluiten met een oude politieke tegenstander als de socialistische PSOE of met nieuwe partijen als Ciudadanos en Podemos.  

De PP beleefde de verkiezingen met gemengde gevoelens. Rajoy is erin geslaagd verreweg de grootste te blijven, maar verloor uiteindelijk toch eenderde van het aantal zetels. Met zijn boodschap dat de Spaanse economie weer groeit en de werkloosheid wordt teruggedrongen wist de premier met name de stem van de oudere conservatieve kiezers te behouden. Op het platteland is de politieke kaart van Spanje nog blauw gekleurd, maar in de grote steden moest de PP veel terrein prijsgeven aan Podemos en in iets mindere mate aan Ciudadanos. De socialisten verloren over de hele linie en zijn de verliezers.

Kijk hier voor een kaartje van de uitslag per regio

Nieuwe generatie Spanjaarden

De uitslag van de verkiezingen markeert een nieuw tijdperk waarin een kloof geslagen wordt tussen de gevestigde orde en een nieuwe generatie Spanjaarden, die zich liever vertegenwoordigd zien in partijen zonder diepgewortelde banden met het verleden. Door de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) en de dictatuur van Francisco Franco (1939-1975) was het land scherp verdeeld tussen rechts en links. Na de transitie van 1978 kwam Adolfo Suárez in een overgangsregering aan de macht. Sinds de socialist Felipe González in 1982 de verkiezingen won, waren de PSOE en de PP afwisselend aan de macht. Spanje zal het jaar 2016 ingaan als een land met een veelkleurig politiek landschap. Met name Ciudadanos en Podemos dringen aan op een vernieuwd bestel waarbij corruptie en conformisme bestreden worden.

In aanloop naar de verkiezingen wilden met name de PP en de PSOE doen geloven dat er van een nieuw Spanje geen sprake was. Premier Rajoy ging alleen openlijk op televisie in debat met oppositieleider Pedro Sánchez en stelde simpel vast dat een groot land als Spanje een tweepartijenstelsel dient te hebben. De socialist Sánchez richtte zijn campagne op het aanvallen van de PP en stelde arrogant vast dat hij het enige alternatief was voor een Spanje dat om verandering vraagt. Met hun houding miskenden de PP en de PSOE de onvrede die er leeft onder de nieuwe beroepsbevolking. De werkloosheid van 21 procent treft met name jongeren.

Conservatisme, arrogantie afgestraft

Het conservatisme van Rajoy en de arrogantie van Sánchez werden bestraft door een grote groep kiezers die hun steun gaven aan nieuwe geluiden. Zo haalde het liberale Ciudadanos van lijsttrekker Albert Rivera vooral onder hoger opgeleide jongeren in de grote steden stemmen weg aan de linkerkant van de PP door zich als een partij ‘van de weldenkende Spanjaard’ te presenteren. Ciudadanos is vanuit het niets nu de vierde partij van Spanje.

Podemos zette onder leiding van Pablo Iglesias vanaf links hard de aanval in op de PSOE. Podemos was begin dit jaar in navolging van het Griekse Syriza als spreekbuis van ontevreden Spanjaarden in de peilingen even de grootste partij, maar verloor door die radicale opstelling in een weer opkrabbelende economie een deel van de potentiële aanhang. Desondanks is Podemos in een paar jaar tijd van een protestbeweging nu uitgeroeid tot een nieuwe machtsfactor.

Coalitievorming

Spanje gaat een nieuwe tijd tegemoet met andere politieke machtsverhoudingen. Geen van de partijen wilde tijdens de verkiezingscampagne voortuitlopen op komende coalitieonderhandelingen. Rajoy hield keer op keer vol dat de grootste politieke partij van Spanje diende te regeren. Al was het maar omdat altijd zo is geweest. Rivera, Sánchez en Iglesias lieten op hun beurt weten niet in een regering te zullen stappen waarbij ze zelf de tweede viool dienen te spelen. Het staat op voorhand vast dat partijen bij de vorming van een regering concessies aan elkaar moeten doen, waarbij ook een gedoogconstructie heel wel mogelijk is. Op papier komt alleen een coalitie van PP en PSOE of Podemos aan een meerderheid. Voor elke andere coalitie zijn drie partijen nodig.

Voor de conservatieve PP zijn de recente ontwikkelingen in Portugal eendoemscenario. Daar kwam begin oktober de coalitie van premier Pedro Passos Coelho als grootste uit de bus, maar raakte een absolute meerderheid kwijt. Een nieuwe minderheidsregering hield slechts tien dagen stand. Na een impasse kreeg een nieuwe socialistische regering van António Costa steun van Het Linkse Blok en de communisten. Het kostte Rajoy vorige maand veel moeite hem te moeten feliciteren.