Sterke acrobaten in Wintercircus

Het Wintercircus is een goede nieuwkomer in het groeiend aantal kerstcircussen, hoewel de clownerie zwak blijft.

Het nog maar kortgeleden ontdekte Hongaarse jongleurstrio Sarkozi, uit het Staatscircus van Boedapest, nu in het Wintercircus Amsterdam. Foto ARTHUR HOFMEESTER

Kerstmis is circustijd. Waarom dat zo is, weet niemand meer – het lijkt wel of er in andere seizoenen, op enkele reizende tenten na, nooit meer iets op circusgebied te zien is. Met het recente faillissement van Circus Herman Renz lijken de tijden van circussen die het hooggeëerde publiek het hele jaar door trachtten binnen te lokken, zo goed als voorbij te zijn.

Terwijl rondom de kerstdagen nu juist het omgekeerde gaande is: er komen er steeds meer bij. Een betrekkelijke nieuwkomer is het evenementenbureau Hillenaar, dat in 2009 begon met een kerstcircus in de Jaarbeurs in Utrecht en in 2013 uitbreidde met een grote tent aan de Arena Boulevard in Amsterdam. Vorig jaar kwam daar bovendien het MECC in Maastricht nog bij. En ook het Groot Kerstcircus op het Malieveld in Den Haag is onderdeel van dit ondernemende initiatief. Zo brengt Hillenaar dit jaar dus maar liefst vier circussen.

Met één essentieel verschil. De tenten nabij de Amsterdamse Arena staan er dit jaar niet meer. De producent kreeg steeds vaker te maken met „extreme weersomstandigheden”, aldus het programmaboek. Voor alle zekerheid is het Amsterdamse spektakel zodoende verhuisd naar de RAI – juist nu er van onwerkbare weersomstandigheden nog geen sprake lijkt. Zo staat het Wintercircus Amsterdam nu in de megahal 4 van de RAI, waar een piste is gebouwd met een tribune er omheen. Qua sfeer kan zo’n locatie natuurlijk nooit opboksen tegen de authenticiteit van een tent. En evenmin tegen de allure van een theater als Carré, waar de traditie van het Wereldkerstcircus nog altijd triomfen viert. In de RAI wordt het genre op bescheidener schaal beoefend dan in Carré. Ook in de piste, want niet in alle nummers wordt topkwaliteit geleverd. Er zit ook middelmaat tussen. Waarbij de galm die nu eenmaal in zo’n leeg geruimde beurshal heerst, een extra handicap oplevert: het gesproken woord van de spreekstalmeester blijft vrijwel onverstaanbaar.

Maar toch heeft dit Wintercircus genoeg bijzonders te bieden. Met een hoofdrol voor de vijf acrobaten die in twee nummers optreden: gesynchroniseerd suizend op twee trampolines en op een wip die hen metershoog de nok in doet vliegen. Een combinatie van spierkracht en elegantie – zoals het de beste circusnummers betaamt. Grappig én supergymnastisch zijn twee Tsjechische slapstick-acrobaten in Schotse kledij. En ook het Hongaarse jongleurstrio Sarkozi, met knotsen en hoepels, kan er wat van.

Het opmerkelijkst van allemaal is echter de Franse artieste Anelya, die een dressuurnummer met zes katten presenteert. Nu de wilde dieren definitief uit het circus zijn verbannen, levert zij een verrassend alternatief. De kunstjes zien er misschien niet eens zo adembenemend uit – vaatjes voortrollen, een rondedansje maken, aan de evenwichtsbalk hangen – maar de onverschillig ogende manier waarop deze katten hun optreden afwikkelen, is fascinerend. In plaats van de slaafs sjokkende olifanten van vroeger zien we nu zes huisdieren die voornamelijk superioriteit uitstralen: ze zullen zelf wel bepalen of en wanneer ze in actie komen. Desnoods moet mevrouw Anelya maar even wachten tot ze weer gedisponeerd zijn.

Dat de zwakste stee in menig circus de clownerie is, wordt ook hier weer aangetoond. Tamelijk triomfantelijk heeft deze circusproducent ons de Italiaanse clown Fumagalli in het vooruitzicht gesteld – een veelvuldig gelauwerde man die in januari nog een hoge onderscheiding ontving op het fameuze circusfestival van Monte Carlo. Maar ondanks zijn expressieve kraaloogjes komt hij hier niet veel verder dan enig fantasieloos heen-en-weergeroep met het publiek en een al vaker vertoonde scène waarin hij zijn tegenspeler water in het gezicht spuwt. Kinderpubliek vindt dat leuk. Voor volwassenen geldt de aanbeveling dat hij niet vaak verschijnt.