Scholen houden extra onderwijsgeld in kas

Een miljard euro extra, dat konden de scholen goed gebruiken. Maar veel uitgegeven hebben ze niet.

Foto ANP

Schoolbesturen hebben vooral hun eigen financiële positie versterkt met het extra geld dat het Nationaal Onderwijsakkoord en het Begrotingsakkoord in 2013 opleverden. Van deze circa één miljard euro, bedoeld voor versterking van het onderwijs, hebben instellingen het overgrote deel in kas gehouden. Slechts een klein deel is uitgegeven aan onderwijs.

Dit valt op te maken uit de financiële jaarrapportage van de Onderwijsinspectie, Financiële situatie in het onderwijs 2014. Uit de balansen van de onderwijssectoren valt af te lezen dat het basisonderwijs vorig jaar 215 miljoen euro meer aan liquide middelen had dan in 2012. Middelbare scholen hielden in die twee jaar 258 miljoen extra op hun bankrekening, mbo-instellingen 209 miljoen. Hogescholen en universiteiten, die veel minder extra rijksgeld kregen, hadden 150 miljoen respectievelijk 18 miljoen euro extra in kas.

Ook het eigen vermogen van de onderwijsinstellingen is aanzienlijk toegenomen de afgelopen twee jaar; in totaal met 1,2 miljard.

De sterke verbetering van de financiële positie van het onderwijs is opmerkelijk. Het extra rijksgeld uit 2013 was bedoeld voor leermiddelen, gebouwen, inventaris en docenten. Het Begrotingsakkoord leverde 650 miljoen euro extra op, het Onderwijsakkoord met wat financiële meevallers samen 389 miljoen. Later ging er iets van af, en resteerde circa een miljard.

Dat schoolbesturen het overgrote deel van dit geld niet hebben uitgegeven, hangt volgens de inspectie onder meer samen met timing. De extra middelen kwamen pas eind 2013 binnen, toen schoolbesturen hun begroting voor 2014 al hadden gemaakt.

De discussie loopt al langer. In 2013 toonde onderwijsbond AOb aan dat alle schoolbesturen er in 2012 grote financiële reserves op nahielden. Dat moest veranderen met het Begrotingsakkoord. In NRC zei woordvoerder Robert Sikkes dat hij hoopte dat „het publieke geld niet langer op de spaarrekeningen” zou blijven, maar geïnvesteerd zou worden in onderwijs, „waar het geld voor bedoeld is”.

Waar zijn de jonge docenten?

Ook woedt al langer discussie over 3.000 (jonge) leerkrachten extra in basis- en voortgezet onderwijs. Daar is in het Onderwijsakkoord 150 miljoen euro voor vrijgemaakt. Volgens de Aob zijn de leerkrachten er nooit gekomen, maar is het geld gebruikt voor uitkeringen – als gevolg van een dalend leerlingaantal zijn leerkrachten op straat komen te staan.

De Kamer stelde eerder vragen over de besteding van het extra geld. Staatssecretaris Dekker wist zeker dat scholen het juist hadden uitgegeven, maar had geen ‘bonnetjes’. De onderwijsbond riep deze zomer medezeggenschapsraden van scholen op na te gaan waar het geld gebleven is.

Uit de cijfers van de inspectie valt op te maken dat het basisonderwijs in 2014 minder geld uitgaf aan personeel dan in 2012. Dat lijkt gelijke tred te houden met de daling van het aantal leerlingen. Het voortgezet onderwijs heeft vorig jaar wel meer uitgegeven aan personeel dan in 2012. Het kreeg tegelijk meer regulier geld, omdat er meer leerlingen kwamen. Daarbij ontvingen middelbare scholen dus ook extra rijksgeld. Het lijkt erop dat ze daarvan naar schatting de helft hebben besteed.