Paul Kagame acht zich onmisbaar

De Rwandese president verandert de grondwet om aan de macht te kunnen blijven.

President Paul Kagame stemt in referendum over zijn recht op derde termijn. Foto Village Urugwiro/Reuters

Rwandezen hebben vrijdag in een referendum met 98 procent van de stemmen een grondwetswijziging goedgekeurd waardoor Paul Kagame, sinds 1994 de sterke man van Rwanda, nog jaren aan de macht kan blijven. De VS en enkele westerse landen willen dat hij aftreedt.

Het is de vraag of de Rwandezen bij een vrije keuze ook voor Kagame zouden kiezen. De bloedige geschiedenis, politiek en cultuur van het land bevorderen geen democratie. In een vrij klimaat zou de historische tegenstelling tussen Hutu’s en Tutsi’s weer kunnen opspelen.

Rwanda is een land vol ambivalenties. Kagame’s poging om aan de macht te blijven is lastig te vergelijken met die van andere dictators. Pierre Nkurunziza (Burundi), Joseph Kabila (Congo), Sassou Nguesso (Congo-Brazzaville), Abdoulaye Wade (Senegal), Blaise Compaoré (Burkina Faso): allemaal begonnen ze met manoeuvres om de grondwet te wijzigen. Ze werden daarbij gedreven door eigenbelang, hen omringende patronagenetwerken of de wetenschap dat ze te veel lijken in de kast hadden om zonder gevaar te kunnen opstappen.

Paul Kagame past niet in dit rijtje. Hij ontbeert pronkzucht en leeft sober, met een sterke zelfdiscipline. Rwanda is een van de minst corrupte Afrikaanse landen. Zijn Patriottisch Front maakte in 1994 door ideologie gedreven een einde aan de genocide (waarbij tussen de 800.000 en een miljoen Rwandezen omkwamen). Het land was uit het lood geslagen, door haat vergiftigd. Met een sterk staatsapparaat, een goed georganiseerd leger en een groeiende economie zette Kagame Rwanda weer op poten.

Eigengereid

Kagame is een militair in hart en nieren; zijn land een oorlogsinvalide, en de politiek wordt gedomineerd door de veiligheidsagenda. Dus als Kagame het in Rwanda’s belang acht om Oost-Congo binnen te vallen (gevolg: honderdduizenden doden), dan bezet hij het buurland. Eigengereid, zonder discussie, zonder excuses. Als hij het in Rwanda’s belang acht enkele oud-medewerkers buitenspel te zetten, weten ballingen van Kenia tot in Zuid-Afrika hun leven niet veilig. Die militaristische mentaliteit liet Kagame nooit varen. Misschien wil hij daarom nu niet opstappen. Het is een generaal eigen, dat hij zich onmisbaar acht.

In 1994 stond Kagame in de onwezenlijke wereld van massaslachtingen in Rwanda enkele journalisten te woord. Hij inspecteerde een noodbrug over een rivier en negeerde de ronddobberende handen en benen in het bruine water. De verslaggevers wilden weten of Oeganda achter zijn Patriottisch Front zat. Kagame ontweek die vraag. Zoals hij nooit het achterste van zijn tong zou laten zien betreffende Rwanda’s bemoeienis met Congo vanaf 1996.

Het verschil met de op macht beluste leiders in Bujumbura, Kinshasa en Brazzaville is dat Kagame erover discussieert: er worden geen geheime agenda’s op na gehouden. „Zolang hij de deur voor discussie maar openhoudt”, zeggen Nederlandse ministers en diplomaten sinds 1994. Die deuren gaan dicht bij bijvoorbeeld Nkurunziza en daarom besloot de Afrikaanse Unie dit weekeinde tegen zijn wil een vredesmacht naar Burundi te sturen.

Maar Rwanda is geen florerende democratie. Eens zal de opkomende middenklasse meer openheid eisen. De oppositie in eigen is geïntimideerd en die in het buitenland bleef steken in het conflict van het verleden. Rwandezen leven in een repressief politiek klimaat. Comités in de buurten, op het werk en in de landelijke gebieden houden je in de gaten.

In zo’n omgeving is het moeilijk vast te stellen wanneer het moment is gekomen voor meer tolerantie en vrijheid. Wie beoordeelt dat? Alleen Kagame heeft het antwoord.