Cultuur

Interview

Interview

Het oude Romeinse badhuis, pronkstuk van de opgravingen in Beiroet is nu onderdeel van een parkje bij het regeringscentrum in een nieuwbouwwijk.

Foto’s Hans Curvers

Oorlog brengt het verleden boven

De verwoesting door de burgeroorlog bood bijzondere kansen voor de archeologie in Beiroet.

Er groeit gras tussen de grote ruwe stenen die onder het asfalt lijken weg te glijden. Erboven wurmt zich een eindeloze stoet auto’s tussen twee verlaten militaire wachtposten langs de randen van een plein. Dit Martelaarsplein, midden in het hart van Beiroet, ligt bezaaid met brokstukken waartussen stukken marmeren zuil oprijzen.

„Dit is het oudste deel van Beiroet”, zegt de Nederlandse archeoloog Hans Curvers terwijl hij een weids gebaar maakt. „Hier ontstond ongeveer 2500 jaar voor Christus een Phoenicische handelsnederzetting op een gunstige plek langs de kust. Een dag varen naar het noorden lag de haven van Byblos, een dag naar het zuiden de stad Saida.”

Curvers doet al twintig jaar opgravingen in Beiroet, eerst in dienst van Unesco, later voor de projectontwikkelaar Solidere die het nieuwe stadscentrum van Beiroet bouwt. In zijn kantoor laat hij tekeningen zien. Niet alleen van de oerbebouwing aan het Martelaarsplein, maar ook van tientallen historische bouwwerken: Romeinse villa’s, Griekse stoa’s, badhuizen, een kruisvaardersburcht en delen van een hippodroom. Curvers heeft ze allemaal opgegraven.

Toen hij met zijn werk in Beiroet begon, waren de gevolgen van vijftien jaar burgeroorlog (1975-1990) nog overal in de stad zichtbaar. Vooral het commerciële en historische hart, gelegen tussen het voornamelijk christelijke oosten en het door moslimgroepen beheerste westelijke deel van de stad, was zwaar getroffen. Geen enkel gebouw was ongeschonden uit de strijd gekomen; ruim tachtig procent van de bebouwing was onherstelbaar beschadigd.

Curvers: „Ondanks alle ellende betekende dit braakliggende terrein van ruim honderd hectare een buitenkans voor de archeologie. Voor het eerst kon er onderzoek gedaan worden naar de ontstaansgeschiedenis van de stad.” Het moest wel snel gebeuren want niet alleen archeologen zagen in deze kale vlakte een uitgelezen kans.

Dr. Leila Badre directeur van het archeologische museum van de American University van Beiroet herinnert het zich nog goed. „Nog voordat wij met onze opgravingen konden beginnen zagen we al arbeiders die bezig waren met het aanbrengen van een nieuwe infrastructuur; riolering, wegen en telefoonkabels. Men heeft er vanaf het allereerste begin voor gekozen om grote delen van ons erfgoed op te offeren aan de belangen van de projectontwikkelaar Solidere. En de Unesco met zijn buitenlandse archeologen heeft daar doelbewust aan meegewerkt.”

Officieel was het vrede

Volgens Curvers ligt dit iets genuanceerder: „In 1989 waren er maar enkele gekwalificeerde archeologen in Libanon. En hoewel het officieel vrede was, was het land nog steeds behoorlijk verdeeld. Van een gecoördineerd herstel van de binnenstad was toen nog geen sprake zijn. Sommige particulieren hebben van die situatie gretig gebruik gemaakt door stukken gebied op te kopen en direct te gaan bouwen. Unesco, waar ik als consultant voor werkte, heeft toen, om te voorkomen dat in die chaos veel informatie weer verloren zou gaan, een aantal belangrijke noodopgravingen gedaan. Pas in 1993 kreeg Solidere van de Libanese overheid het alleenrecht voor de herontwikkeling van het oude stadscentrum.”

De gunning aan Solidere is een typsich voorbeeld van Libanese politiek, vindt Raja Noujain een lid van van de Association for the Protection of the Lebanese Heritage, een groep die zich fel verzet tegen alles wat Solidere doet. „Een paar families hebben het in Libanon voor het zeggen”, vertelt ze. „Solidere was en is het speeltje van de familie Hariri. Rafik Hariri, in 1993 president van Libanon, was ook de eigenaar van dit bedrijf. Zijn familie bezat ook grote stukken grond in de binnenstad. Solidere moest die belangen beschermen. Libanon en de Libanezen hebben niets aan wat Solidere heeft gedaan. De nieuwe binnenstad is een soort Manhattan geworden, een getto voor de rijken. En de geschiedenis van de stad, onze geschiedenis, die zou zogenaamd een plek krijgen in het stadsbeeld. Maar wat hebben we: een paar stukjes zuil, een deeltje van het badhuis, en verder? De restanten van het hippodroom, een van de belangrijkste gebouwen van de Romeinse stad, zijn verbannen naar de kelders van twee privégebouwen.”

Veel nieuwbouw staat leeg

Curvers heeft geen oordeel over wat Solidere heeft gebouwd: „Ik zie wel dat veel van de nieuwbouw het grootste deel van het jaar leeg staat omdat het is opgekocht door rijke Arabieren die er maar een paar weken per jaar verblijven. Maar wat ik ook constateer, is dat binnen redelijke grenzen Solidere wel degelijk rekening heeft gehouden met de archeologie. Sterker nog, alle percelen die werden bebouwd moesten eerst worden onderzocht op hun archeologische waarde. Dat is vanaf het begin een afspraak geweest tussen de Libanese overheid, Solidere en Unesco. ”

Omdat het masterplan in 2019 voltooid moest zijn, waren er wel beperkingen aan wat archeologen konden doen. Voor Curvers, die vanaf 1995 het leeuwendeel van het archeologisch onderzoek in opdracht van Sollidere uitvoerde, betekende dit dat hij zich moest concentreren op het verkrijgen van de belangrijkste informatie. Hoe zag de oude stad er uit? Hoe hebben de verschillende culturen – Grieken, Perzen, Romeinen, Byzantijnen, Kruisridders en Ottomanen – elkaar opgevolgd en waar lagen hun belangrijkste gebouwen?

Curvers: „Er moesten keuzes gemaakt worden en er was haast bij. We werkten letterlijk voor de bouw uit. Soms stonden de bulldozers maar tien meter achter ons. Maar zodra ik merkte dat iets naar boven kwam dat ik niet vertrouwde, liet ik de zaak stopzetten voor onderzoek. De belangrijkste vondsten zijn ondergebracht in het archeologische museum van Beiroet. Topstuk is voor mij het manshoge marmeren standbeeld van Aphrodite dat gevonden werd in de buurt van het grote Romeinse badhuis.” Dit badhuis, delen van de Phoenicische vesting en stukken van de Romeinse hoofdweg zijn intussen geconserveerd en onderdeel van de stad geworden.

Ondanks alle problemen is Hans Curvers niet gefrustreerd. Wat hem betreft is er namelijk één heel belangrijk ding wel bereikt. „De geschiedenis van Beiroet kan nu eindelijk echt geschreven worden: hoe uit een kleine nederzetting aan de kust een wereldstad is gegroeid. Een geschiedenis vol veranderingen, veroveringen, vernietigingen, herbouw en afbraak.” De ontwikkelingen van de laatste twintig jaar passen wat hem betreft naadloos in dat beeld.