Column

Noorse beesten

In een paar seconden tijd maakte de Noorse handbalster Camilla Herrem duidelijk dat ik nog nooit echt secuur naar die sport had gekeken. Met een fabuleuze actie in de WK-finale tegen Nederland wees ze me de weg.

Herrem stond in het uiterste hoekje van het veld. Ze kreeg de bal aangespeeld, liep op de cirkel af en sprong op. Hier zet ik het beeld even stil.

Blijf even hangen, Camilla.

Bij springen op aarde hoort onherroepelijk het moment dat je weer gaat dalen. Niemand ontkomt aan de zwaartekracht. Handbalsters spotten met die wet. Ze weten het moment van zweven even te verlengen, al zijn het maar tienden van een seconde.

Camilla zweefde in de lucht, schuin op het doel af. Ze had de bal in haar rechterhand en keek zogenaamd naar de korte hoek van het doel. Voor haar stond een van de beste keepsters van het toernooi, Tess Wester: vlug, fel, slim. Camilla hield de bal boven haar hoofd. Alleen haar paardenstaart kwam nog hoger.

Het bleek een schijnbeweging. Een fractie later zakte haar hand en gaf ze de bal een onnavolgbaar effect mee.

Dit was een ‘draaibal’.

De bal leek voor het doel langs te gaan. De Nederlandse keepster kon er onmogelijk bij. Door het effect maakte de bal op de vloer een bokkesprong van negentig graden naar links. Via de paal belandde hij in het doel. Een lust voor het oog.

Van sierlijk naar dierlijk.

Hoe contrastrijk was het fysieke geweld in het centrum van de cirkel. Je moet vooral af en toe kijken waar de bal niet is. Tijdens de finale speelden zich op de cirkel ultrakorte vechtfilms af.

Handbalverdedigsters willen letterlijk voelen waar de aanvaller is: ze graaien, knijpen en duwen waar ze kunnen. In handbal lijken de tepel, de oksel en het vel op de rug van de tegenstander geen verboden terrein tijdens een duel. Gooi- en smijtwerk op niveau en niemand piepte.

Pijn was van latere zorg.

Het Noorse team leek – zeker in de eerste helft – meedogenlozer dan het Nederlandse team dat zichtbaar onder de indruk was van het spelen in een WK-finale.

Ik fixeerde me op de Noorse nummer 10 in het centrum: de granieten Stine Oftedal. Klein van stuk, dijbenen om van te schrikken en katachtig fel als ze een bal moet afpakken.

Het komt niet vaak voor dat ik met een bord op schoot naar een livewedstrijd handbal kijk. Ik heb genoten en geleerd van deze fuckin’ finaluhhhh (dixit Estavana Polman). Een wedstrijd die Nederland niet kon winnen maar dat was geen schande.

Buitensporig goed waren ze, die Noorse dames. Die vrouwen. Die meisjes. Die beesten.