Nog één keer: høken bij hun ruige boerenrock

Ruim 30.000 fans waren zaterdag bij het afscheidsconcert van Normaal. Of beter: ‘aanhangers’, want „fans heeft Justin Bieber”. 

Foto's Merlin Daleman

Als je uit het dorp komt dan ga je altijd gewoon mee naar een optreden van Normaal – zo simpel is het. Zaterdag was het laatste. Tientallen bussen reden vanuit dorpen in de Achterhoek en het gebied ten noorden daarvan naar Arnhem voor het afscheidsconcert van de legendarische band. Na veertig jaar ruige en vrolijke, boerenrock te maken stopt de band in het bijzijn van 33 duizend „aanhangers”, worden ze genoemd, want „fans heeft Justin Bieber”. Als leadzanger en oprichter van de groep Bennie Jolink, op een motor over de menigte vliegt en zo het podium betreedt worden ze wild. “Høken, høken, høken!”, roepen ze, met een Achterhoeks accent: de e hoor je niet. Het woord, ooit bedacht door Normaal, staat voor losgaan of uit je bol gaan, en dat kunnen ze. 

Soms miezert het in de zaal, alsof het dak van het voetbalstadion in de Gelredome openstaat, maar het zijn de liters bier die door de lucht vliegen. De band werd in 1977 in de rest van het land bekend met het nummer ‘Oerend Hard’. Maar ze dienden die veertig jaar vooral Oost-Nederland met mooie feesten. Ze stonden altijd op het festival Zwarte Cross. En brachten tientallen albums uit.

Hun nummers zijn simpel, schaamteloos en soms ook politiek – altijd vóór de plattelanders en tegen de stedelingen. Na minder dan een uur is het pauze. Jolink gaat dan even aan de zuurstof . Zijn aanhangers vinden het allemaal moeilijk dat de band stopt, maar begrijpen het heel goed.

Met zijn 69 jaar heeft Jolink alles gegeven, hij kan niet meer. “Boeren! Boerinnen! Boerenrakkers!” riep de zanger naar zijn publiek. “Boeren!”, riepen duizenden høkers in het voetbalstadion terug, terwijl ze met een rode boeren zakdoek in de lucht zwaaiden. Voor de laatste keer.

‘Ik loop hier als meisje zonder dat ik me onveilig voel’

Anouk van Beetneem (22), student uit Sint Jansklooster.

„Iedereen bij mij in de buurt is aanhanger. In een grote bus zijn we met veel mensen uit het dorp hier naartoe gekomen. Dat doen we altijd als Normaal ergens in de buurt speelt. Het is geen Top-40-muziek, en ook geen muziek waar ik thuis in mijn kamer in mijn eentje naar luister, dan zet ik liever Guns N’ Roses, Meat Loaf of Tina Turner op. Maar je komt hier voor de sfeer en het plattelandsgevoel. Jong en oud komen hier bij elkaar, we kennen elkaar goed en ik kan hier als meisje alleen lopen zonder dat ik me onveilig voel. Wat ons vooral ook verbindt is ons Achterhoeks dialect. Dat spreek ik verder alleen nog in het dorp maar niet op school. Hier doet iedereen dat.”

‘Muziek gaat over gewone leven van gewone mensen’

André Kuik (45), vrachtwagenchauffeur, en Ingrid Kuik (42), postbode, uit Zuidwolde.

André: „Mijn broers hadden het altijd over de band, ik vond het zo prachtig als ze in de buurt kwamen spelen. Ik heb ze al meer dan honderd keer zien optreden. Mijn zoon van twaalf vindt het nu ook leuk. Hun muziek gaat over het gewone leven, van de gewone mensen. Als Bennie iets zegt, dan denk ik altijd: ja zo is het, je hebt gelijk. Ook al ben ik geen boer, ik ben vrachtwagenchauffeur en ook daar hebben ze liedjes over geschreven. Hun verhaal is gewoon dat je normaal moet doen en elkaar moet respecteren. Of je nou rijk of arm bent, als we ’s ochtends vroeg naar de wc gaan moeten we allemaal onze kont afvegen.”

Ingrid: „André en ik gingen een paar keer per jaar met dezelfde vriendengroep naar hun optredens, lekker feestvieren. En daarna hebben we altijd een afterparty bij een van ons thuis, met soep, en broodjes shoarma en tosti’s. De kinderen zijn dan bij opa en oma. Het is jammer dat ze stoppen vanwege de gezelligheid op hun feestjes, ik had niet per se veel met hun liedjes. Die feestjes zullen we nog steeds blijven vieren in het dorp.”

‘Normaal is net als ik tegen de overheid’

Arno Breukink (40), boer uit Brummen.

„Normaal is een band voor ons, de boeren. Mijn vader was ook boer. Normaal is net als ik tegen de overheid, tegen het stadse. Want Den Haag beslist alles voor ons, zonder dat ze ook maar iets van ons werk begrijpen. Daarom vind ik die liedjes van Normaal zo mooi. Het is erg jammer dat ze ermee ophouden, maar logisch, Bennie is echt oud. Het is zeker een groot verlies voor Nederland. Voor de mensen in de Randstad betekent het niks dat, maar voor de Achterhoekkers is het een emotionele dag. We verliezen onze identiteit: wat wij als boeren, zijn, tegenover het Westen.”

‘Het was vooral de saamhorigheid en de acceptatie’

Sander Lageveen (35), elektricien uit Enschede. 

„Vijftien was ik, toen mijn neef wat lp’s van Normaal aan mij gaf. Ik vond het fantastisch, omdat ze zich in hun muziek zo afzetten tegen de maatschappij. In die tijd wilden mijn ouders dat ik nette kleren zou dragen, dat interesseerde me geen reet. Mensen die naar Normaal concerten gingen waren net als ik. Dan ging ik daar op de fiets naartoe, en ik kon daarna altijd wel bij iemand in de caravan, of in een tent slapen. Hun teksten begreep ik vroeger nog niet, het was vooral de saamhorigheid en de acceptatie die ik voelde bij iedereen. Op school moest je altijd de slimste op de knapste zijn. Hier maakte dat niks uit. Ik vind het moeilijk dat ze ermee ophouden. Je neemt afscheid van de band, maar ook met een groep mensen die altijd samen in het vak voor het podium staan. Mensen die ik al meer dan tien jaar lang, twee keer per maand zie.”

‘Bij dat nummer over kanker moest ik huilen’

Mannus Sand (22), servicemonteur uit Geesteren.

„Mijn moeder zei toen ik naar hun eerste optreden ging op mijn veertiende: ‘Je mag geen bier drinken hè!’ Ik was de kroeg nog niet binnen of er werden al zes biertjes in mijn handen gedrukt. Op Normaal-concerten loop je de bus uit, naar de feesttent en je voelt de muziek al dreunen in je borstkas. Het is ruige muziek: soms wordt na binnenkomst al mijn shirt van mijn lijf getrokken. Maar de muziek is ook mooi en gevoelig, ze maken nummers waar iedereen zich ik kan herkennen, bijvoorbeeld een over kanker. Twee jaar geleden is mijn opa overleden aan kanker, hij was echt mijn voorbeeld. Hij was twee keer zo groot en sterk als ik. De band zong net dat nummer en, je ziet, ik ben een grote kerel uit Twente maar ik raakte echt geëmotioneerd. Tranen met tuiten.”