Lokaal innen, daar wordt Wassenaar nóg rijker van

Al die gemeentelijke schatkistjes zullen de sociale ongelijkheid vergroten, waarschuwt Wim Derksen.

Renbaan Duindigt in Wassenaar. Foto David van Dam

D66 heeft alsnog ingestemd met het Belastingplan. Op voorwaarde dat het lokale belastinggebied na 2017 wordt verruimd. Tegen dat plan leek weinig weerstand. Verrassend, want is het wel verstandig gemeenten meer mogelijkheden te geven belasting te heffen? Ook als die van het rijk tegelijkertijd worden verlaagd? Ik zie fundamentele bezwaren.

Eerst even een korte inleiding. De gemeenten hebben globaal genomen drie inkomstenbronnen. Ten eerste krijgt de gemeente uit het Gemeentefonds een fors bedrag van het rijk. In principe vrij te besteden (waarvan in de praktijk weinig terecht komt, omdat de gemeenten heel veel rijkstaken uitvoeren). Ten tweede krijgt de gemeente een aantal ‘specifieke uitkeringen’: deze gelden zijn (wel) rechtstreeks gekoppeld aan rijkstaken. Ten derde haalt de gemeente geld op onder de eigen burgers (onroerendzaakbelasting). De eigen belastingen maken nog geen 10 procent uit van de inkomsten.

Waarom heb ik nu bezwaar tegen de uitbreiding van het lokale belastinggebied? Ten eerste een praktisch bezwaar. De drie belangrijkste inkomstenbronnen zijn steeds meer met elkaar verknoopt geraakt. Het Gemeentefonds, oorspronkelijk bedoeld om ‘vrij te besteden’, is steeds meer gekoppeld aan de uitvoering van rijksbeleid. Erger: de hoogte van de uitkering uit het fonds is inmiddels sterk gekoppeld aan de hoogte van lokale belastingen. Die uitkering wordt bepaald op grond van een groot aantal maatstaven. Feitelijk is één daarvan: de hoogte van lokale belastingen. Als de lokale belastingen te veel stijgen, wordt de gemeente gekort op haar inkomsten uit het fonds. Dat betekent dat het rijk uiteindelijk bepaalt hoe hoog de lokale belastingen mogen zijn. En vooral: dat lokale belastingen ongeveer overal even hoog moeten zijn. Dan heeft het weinig zin om gemeenten meer belastingen te laten heffen.

Ten tweede een principieel bezwaar. Stel dat de gemeenten voor hun inkomsten geheel afhankelijk zouden zijn van hun eigen inwoners, dan zouden zich twee onrechtvaardigheden voordoen. Ten eerste is het voor gemeenten met veel inwoners met hoge inkomens veel eenvoudiger om (veel) geld op te halen, dan voor gemeenten met veel inwoners met lage inkomens. Anders gezegd: het is in Wassenaar veel eenvoudiger om veel (lokale) belasting op te halen dan in Den Haag of in Spijkenisse. Ten tweede zijn de problemen niet gelijk over gemeenten verdeeld. Spijkenisse heeft meer geld nodig voor de bijstand dan Wassenaar. Arme gemeenten met arme inwoners en grote problemen zouden dus dubbel worden getroffen als gemeenten hun geld onder de eigen bevolking moeten ophalen. Dat is extra onrechtvaardig omdat gemeenten, zoals gezegd, vooral rijksbeleid uitvoeren. De bijstand is overal even hoog en het rijk bepaalt hoe hoog die is.

Wie het lokale belastinggebied verruimt en de gemeenten dus meer geld laat ophalen onder de eigen inwoners, vergroot dus de ongelijkheid tussen gemeenten. En zo zit het binnenlands bestuur gelukkig niet in elkaar. Daar moet D66 toch een opvatting over hebben.